Stolsels opzuigen beter dan dotteren

Meer mensen overleven een hartinfarct als het stolsel dat de kransslagader verstopt, wordt opgezogen. Er gaan dan minder patiënten dood, dan wanneer de kransslagader alleen met een ballon wordt opengeduwd zoals bij het gangbare dotteren.

Dat schreven cardiologen van het Universitair Medisch Centrum Groningen afgelopen weekeinde in het medische tijdschrift The Lancet. Van de mensen die ze in het ziekenhuis in een onderzoek met de afzuigtechniek behandelden, was na een jaar 5 procent overleden. In de groep die gedotterd werd, was dat 8 procent. Ook kregen minder mensen een tweede, niet-dodelijk hartinfarct. Het lot bepaalde wie van de duizend deelnemers welke behandeling kreeg. De Italiaanse cardioloog Francesco Burzotta, die de Groningse studie in The Lancet becommentarieert, schrijft dat het onderzoek „waarschijnlijk gauw zijn weerslag zal hebben op de klinische richtlijnen”.

Dat onderschrijft hoogleraar interventiecardiologie Jan Piek van het AMC in Amsterdam, die niet aan de studie meewerkte. „Voor het eerst is aangetoond dat thrombosuctie een gunstig effect heeft, en het is netjes gedaan. Ik denk dat de bereidwilligheid groot is om hiermee te beginnen. Het is simpel, en het apparaat dat de Groningers gebruikten, is een van de goedkoopste modellen.”

Dotteren is nu de standaardbehandeling om bij een acute hartaanval de afgesloten kransslagader weer open te maken. Daarna wordt bijna altijd een stent geplaatst, een buisje van gaas dat het bloedvat open moet houden.

Regelmatig is die combinatie niet genoeg om de zuurstofvoorziening van het hart weer op peil te krijgen. Vaak komt dat doordat tijdens het dotteren stukjes stolsel losraken, die verderop blijven steken in aftakkingen van de kransslagader. Bij één op vier patiënten die in de Groningse studie volgens de standaardmethoden werden gedotterd, bleef een deel van de hartspier verstoken van zuurstof.

Wanneer het stolsel werd weggezogen, gebeurde dat bij één op zes patiënten. Het afzuigen gebeurt met een slangetje dat in de kransslagader wordt ingebracht. Na het afzuigen wordt wel zoals gewoonlijk een stent geplaatst. Een deel van de patiënten wordt overigens wel gedotterd als aanvulling op de afzuiging, om de stent te kunnen inzetten.