Ruïne als dankbaar object

De kunstenares Lara Almarcegui koestert braakliggende ruïnes uit de negentiende eeuw. Zij spoorde met een team ruim honderdvijftig ‘rotte kiezen’ op en bracht ze in een fotoboek samen. Een boek voor liefhebbers van verval.

Het gebouw uit 1890 van Akcros Chemische Industrie in Roermond met vervuilde grond. Foto Lara Almarcegui Almarcegui, Lara

Hoe lang zou het nog duren voor in Nederland de laatste ruïne is afgebroken en het laatste verval is gladgestreken? De Haagse wethouder Norder presenteerde in maart het plan om in zijn stad voor eind volgend jaar 297 ‘rotte kiezen’ te trekken. In Friesland duurt het wat langer, maar op het moment dat de benodigde vijf miljoen euro zijn gevonden, kan ook daar de aanpak beginnen van de vijftig bouwvallige panden die op de site aanpakrottekiezen.nl aan de schandpaal worden genageld.

Dus laten we zeggen dat uiterlijk in 2015 Nederland moet lijken op een modern kindergebit dat continu behandeld is door een orthodontist: een volkomen regelmatige rij hagelwitte tanden die zich in niets onderscheidt van een kunstgebit.

De populariteit van de aanduiding ‘rotte kies’ is tekenend voor onze verhouding tot neergang. Een romantische ruïne die met klimop is overwoekerd, vinden we nog wel mooi – mits ze op een geschoren gazon staat en ’s avonds met floodlights wordt aangelicht – maar dat geldt niet voor een pand dat aan zijn lot is overgelaten en dat zijn neergang in alle naaktheid toont.

De van oorsprong Spaanse kunstenares Lara Almarcegui is deze hang naar smetteloosheid vreemd, zij vindt „het bestaan van deze oningevulde ruimtes iets om dankbaar voor te zijn”. Middels een team van informanten spoorde ze 154 ruïnes op, variërend van huizen waarvan de ramen pas kortgeleden zijn ingegooid tot bergen puin waaraan het uiterlijk van het gebouw nauwelijks meer is af te lezen. Er zijn openluchttheaters bij en bunkers, boerderijen en kantoren, scholen en koelhuizen, steenfabrieken en bruggen. Maar ze vermeed nadrukkelijk de nostalgie van het spookkasteel: alleen ruïnes vanaf de negentiende eeuw telden mee.

Het fotoboek dat haar project begeleidt is een Fundgrube voor de liefhebber van verval. Omdat Almarcegui het boek nadrukkelijk beschouwt als een naslagwerk en niet als een oefening in esthetiek, zijn de foto’s in zwart-wit afgedrukt. Je begint er spontaan van te turven: welke provincie heeft het meeste ruïnes (Zuid-Holland), welke gebouwtype is het meeste getroffen (boerderijen, op de voet gevolgd door steenfabrieken en militaire installaties), wat is de ruïnehoofdstad van Nederland (Rotterdam). Je treft de usual suspects aan als strokartonfabriek De Toekomst – waarvoor minister Plasterk afgelopen maand overigens vier miljoen euro subsidie beschikbaar stelde – maar vooral veel onbekende, anonieme gebouwen als de conservenfabriek van Homburg, waar eind jaren zestig nog twintigduizend varkens per week werden ‘verwerkt’ en de vlasroterij van Koewacht, ooit een van de grootste van Europa en onlangs opgekocht door een projectontwikkelaar. Er zijn classicistische panden bij als het vervallen Hotel Laag Soeren uit 1857 en nagenoeg nieuwe gebouwen als de kruitfabriek in Kollum uit 1986, die vier jaar later alweer dichtging omdat Muiden Chemie in opspraak raakte wegens leveranties aan Iran.

Op de foto’s zie je de natuur de huizen binnendringen: boompjes die wortel schieten in het beton, water dat balken uitholt, woekerend onkruid. Maar een grotere bedreiging is de Nederlandse renovatiedrift. In de korte beschouwingen die bij elk object staan, duiken opvallend vaak de woorden sloop en restauratie op. Het zijn twee kanten van dezelfde medaille, want als je iets een rotte kies noemt, staan er nog maar twee wegen open: vullen of trekken. Slechts incidenteel heeft een ruïne een onverwachte beschermheer in de vorm van de bodemvervuiling die ze bij leven en welzijn zelf heeft geproduceerd, zoals de fabriek van Akcros die de bodem vergiftigde met cyanide.

Almarcegui doet geen uitspraak over wat er met de ruïnes moet gebeuren – behalve de aansporing in haar voorwoord om ze zo snel mogelijk te bezoeken – maar haar standpunt is makkelijk af te leiden uit het kunstproject Een braakliggend terrein dat ze vijf jaar geleden voor Rijkswaterstaat maakte: een stukje land dat tot in lengte van dagen gevrijwaard moet blijven van menselijk ingrijpen.

Ruïnes in Nederland XIX-XXI, Lara Almarcegui, Episode publishers, € 19,50