Robuust compromis in energiesector

Het komt zelden voor dat er uit een vergadering van ministers van lidstaten van de Europese Unie een robuust besluit komt in plaats van een verwaterd compromis. Maar afgelopen weekend zijn de EU-ministers erin geslaagd het eens te worden over een verstandige hervorming van de Europese energiemarkten. Hun beslissing zou zowel vrijemarktaanhangers als overijverige bureaucraten kunnen teleurstellen. Maar dat is waarschijnlijk juist een teken dat ze iets goed hebben gedaan.

Het originele plan van de Europese commissaris voor het energiebeleid, Andris Piebalgs, was gebaseerd op een radicale ‘ontkoppeling’ van energiebelangen in heel Europa, waarbij sprake zou zijn van een strikte scheiding van productie- en distributie-eenheden. Gaspijpleidingen en elektriciteitsnetwerken moesten worden beheerd door afzonderlijke maatschappijen, wat Europese energiereuzen als het Franse EDF of het Duitse E.on zou dwingen zichzelf op te splitsen.

De bedoeling van het plan was de markten te liberaliseren door het voor nieuwkomers makkelijker te maken toegang te verkrijgen tot bestaande distributienetwerken. Maar op instigatie van Frankrijk en Duitsland besloten de lidstaten dat dit ook de grootste Europese energiemaatschappijen zou hebben verzwakt, precies op een moment waarop zij zich zouden moeten concentreren op het garanderen van de energiebehoeften van het continent op de langere termijn.

Op grond van het overeengekomen nieuwe plan mogen geïntegreerde energiebedrijven hun distributienetwerken in eigen beheer houden, mits zij worden ingericht als apart bestuurde eenheden. Dit is een redelijk compromis. De gasbedrijven betoogden dat een volledige ontkoppeling hen in een nadelige positie zou hebben gebracht in de onderhandelingen met hun leveranciers, die dikwijls een vinger in de pap willen hebben als het gaat om de bestemming van het gas, de volumes en de prijs.

Bovendien was het van het begin af aan duidelijk dat de Europese Unie al over de noodzakelijke bevoegdheden beschikt om op de energiemarkten concurrentie af te dwingen, net als op andere markten. Een goed voorbeeld is Duitsland, waar E.on en RWE – ondanks de hardnekkige tegenstand van bondskanselier Angela Merkel – besloten hebben distributienetwerken te verkopen om een mogelijk kostbaar onderzoek van de Europese autoriteiten naar vermeende overtredingen van de mededingingsregels te voorkomen.

Het oorspronkelijke plan zou een onnodige bureaucratische laag hebben toegevoegd aan de toch al strikte EU-regels. De regeringen hebben er dan ook goed aan gedaan het te amenderen.

Pierre Briançon

Vertaling Menno Grootveld

Voor meer commentaaruit Londen:www.breakingviews.com

    • Pierre Briançon