Paniekvoetbal in natuur

Vrijdag houdt archeoloog Leendert Louwe Kooijmans zijn afscheidsrede.

Staatsbosbeheer wil honderd wolven in de Oostvaardersplassen introduceren. „Men wil oernatuur scheppen”, zegt prehistoricus Louwe Kooijmans. „Nou, denk ik dan, zijn wolven wel oernatuur?” Kooijmans deed jarenlang onderzoek naar de prehistorische fauna in onze delta. „We hebben honderdduizenden botjes opgegraven. Daarbij zaten inderdaad enkele wolvenbotjes. Maar heeft de wolf nu heus zo’n dominante rol gespeeld in die natte oernatuur? En vergeleken met de uitgestrektheid in de prehistorie zijn de Oostvaardersplassen maar een hertenkamp. En je houdt die wolven nooit binnen dat hek. Eerst heeft men paarden en koeien in de Oostvaardersplassen geïntroduceerd. Daar heeft men problemen mee en daarom moeten er nu wolven bij. Dat gaat onder de vlag van ‘oernatuur’, maar eigenlijk is dit paniekvoetbal in een door mensen geconstrueerd ecosysteem. Waarom wordt beschikbare kennis niet beter benut?”

Hoe zag die prehistorische fauna eruit?

„Na de laatste IJstijd leefden in ons land vrijwel geen wilde paarden meer. Omstreeks 6.000 tot 4.000 voor Christus, vlak voordat de boeren kwamen, waren ook runderen en elanden zeldzaam. Na de laatste IJstijd werden onze bossen dichter. Oerossen leefden alleen nog plaatselijk op de zandgronden. Die trends herken je in de opgegraven botten. Er waren wél edelherten en wilde zwijnen, dassen, otters en marters. En wolven, maar we weten niet hoe belangrijk die waren. Moderne natuurbeschermers kunnen die grote grazers wel inzetten, maar dat heeft weinig met oernatuur te maken. Er waren zeker niet genoeg grazers om het bos open te houden, zoals ecoloog Frans Vera van Staatsbosbeheer betoogt. Bovendien heeft een oernatuur zonder mensen nooit bestaan. Honderdduizenden jaren leefden hier jagers. Vervolgens kwamen de boeren. Biologen kijken raar op als je dat zegt, maar als zij aan de prehistorie refereren om hun aanpak te legitimeren, moeten ze zich aan de feiten houden. Overigens weten we nog altijd niet genoeg over de prehistorische fauna.”

Wat weten we niet?

„We weten weinig over faunadichtheden. Hoeveel wolven waren er, hoeveel beren? Veel landschappen hebben een lange en waardevolle ontwikkeling doorgemaakt. Het is legitiem om ze te onderhouden en niet aan hun lot over te laten. Toekomstige generaties zullen hevig geamuseerd terugkijken hoe sommige biologen zich in onze tijd hebben afgezet tegen onze cultuurhistorische landschappen, zoals heidevelden en aangeplante beukenbossen. Er heerst een soort heimwee naar de prehistorie.”

Heeft u zelf geen heimwee naar de prehistorie?

„Die is voorbij, die krijg je nooit meer terug. Maar vooral de vogelrijkdom uit die tijd, met oehoes, zeearenden en kraanvogels in overvloed, spreekt mij erg aan.”

Vrijdag om 15.00 uur houdt prof.dr. Leendert Louwe Kooijmans zijn afscheidsrede. Gorlaeus Laboratorium, Einsteinweg 55 te Leiden.