Paniekvoetbal in een ecosysteem

Nederland, 9-6-2008 Professor Louwe Koijmans Foto: Flip Franssen Franssen, Flip

Staatsbosbeheer wil honderd wolven in de Oostvaardersplassen introduceren. „Men wil oernatuur scheppen”, zegt historicus Louwe Kooijmans. „Nou, denk ik dan, zijn wolven wel oernatuur? Daar plaats ik grote vraagtekens bij.” Kooijmans deed jarenlang onderzoek naar de prehistorische fauna in onze delta. „We hebben honderdduizenden botjes opgegraven. Daarbij zaten inderdaad enkele wolvenbotjes. Maar heeft de wolf nu heus zo’n dominante rol gespeeld in die natte oernatuur? En vergeleken met de uitgestrektheid in de prehistorie zijn de Oostvaardersplassen een hertenkamp. Je houdt die wolven nooit binnen dat hek. Eerst heeft men paarden en koeien in de Oostvaardersplassen geïntroduceerd. Daar heeft men problemen mee en daarom moeten er nu wolven bij. Dat gaat onder de vlag van ‘oernatuur’, maar eigenlijk is het paniekvoetbal in een door mensen geconstrueerd ecosysteem. Waarom wordt beschikbare kennis niet beter benut?”

Hoe zag die fauna eruit?

„Na de laatste ijstijd leefden in ons land vrijwel geen wilde paarden meer. Rond 6000 tot 4000 voor Christus, vlak voordat de boeren kwamen, waren ook runderen en elanden zeldzaam geworden. Na de laatste ijstijd werden onze bossen dichter. Oerossen leefden alleen nog plaatselijk op de zandgronden. Die trends herken je in opgegraven botten. Er waren wèl edelherten en wilde zwijnen, dassen, otters en marters. En wolven, maar we weten niet hoe belangrijk die waren.

Moderne natuurbeschermers kunnen die grote grazers wel inzetten, maar dat heeft weinig met oernatuur te maken. Er waren zeker niet genoeg grazers om het bos open te houden, zoals ecoloog Frans Vera van Staatsbosbeheer betoogt. Stuifmeelonderzoekers hebben zijn theorie weerlegd. Bovendien heeft een oernatuur zonder mensen nooit bestaan. Honderdduizenden jaren leefden hier jagers, die geen oordeelkundige faunabeheerders waren. Toen kwamen de boeren. Een natuur zonder mensen heeft nooit bestaan.”

Weten we wel genoeg van die prehistorische fauna?

„We weten weinig over dichtheden. Hoeveel wolven waren er, hoeveel beren? Veel landschappen hebben een lange ontwikkeling doorgemaakt. Het is legitiem om ze te onderhouden. Toekomstige generaties zullen geamuseerd terugblikken hoe sommige biologen zich hebben afgezet tegen onze cultuurhistorische landschappen, zoals heidevelden en aangeplante beukenbossen. Er heerst heimee naar de prehistorie.”

Heeft u zelf geen heimwee naar de prehistorie?

„De prehistorie krijg je nooit meer terug. Maar de vogelrijkdom uit die tijd, met oehoes, zeearenden en kraanvogels in overvloed, spreekt mij erg aan.”