Ook religieuze muziek is sexy

Sinead O’Connor (41) zingt zachtmoediger dan ooit.

Vrijdag is dat te beluisteren in het Haagse Paard van Troje tijdens muziekfestival The Music In My Head.

Met Theology wil O’Conner ‘een vredige plaats’ creëren. Lex van Rossen DEN HAAG 16-11-2005. SINEAD O CONNOR FOTO LEX VAN ROSSEN Rossen, Lex van

‘Als je ouder wordt wil je zachter gaan zingen,’ zei Sinead O’Connor vorig jaar bij het verschijnen van haar achtste album Theology. Het bevat nummers die allemaal op de een of andere manier geïnspireerd zijn door episodes uit de Bijbel. O’Connor (41) zingt ze inderdaad zachtmoediger dan ooit, niet meer met het uitbundige belcanto waarmee ze haar vroegste hits Troy en Nothing Compares 2 U van vocale stormkracht voorzag. ‘Met religieuze muziek moet je uitkijken dat het niet oubollig wordt’, verklaarde ze in hetzelfde interview. Daarom vertolkt ze tussen de diep gelovige hymnen Hosanna Filio David en het reggae-geïnspireerde The glory of Jah ook haar versie van I don’t know how to love him uit de musical Jesus Christ Superstar. De oude hit van Helen Reddy wordt in O’Connors versie een ode aan de seksuele lust, gezongen met een geile intonatie die sinds Jane Birkins Je t’aime… moi non plus nog maar zelden in de popmuziek gehoord werd.

Religieuze muziek is sexy, wil Sinead O’Connor ons duidelijk maken. Vrijdag, op de openingsavond van muziekfestival The Music In My Head in Den Haag brengt ze niet alleen materiaal van Theology. Na jaren waarin ze eigenlijk liever geen nummers van haar vroege albums The Lion And The Cobra (1987) en het miljoenensucces I Do Not Want What I Haven’t Got (1989) zong, doet ze nu weer een royale greep uit haar oude werk. Na een periode waarin ze de reggaemuziek omarmde met het door het Jamaicaanse ritmetandem Sly Dunbar en Robbie Shakespeare geproduceerde Throw Down Your Arms, is de in Dublin geboren zangeres nu weer terug bij de Ierse folk. Folkmuzikanten Kieran Kiely (piano) en Steve Cooney (gitaar) begeleiden haar vrijdag in Den Haag.

Een softie zal Sinead O’Connor op latere leeftijd niet snel worden. Daarvoor kennen we haar reputatie te goed. Natuurlijk was er de beroemde traan in de clip van Nothing Compares 2 U, het nummer van Prince dat ze met haar nummer 1-hit uit 1990 van een tragisch romantische lading voorzag. Maar het beroemdste incident uit haar veelbewogen muzikantenleven werd haar bijdrage aan het satirische televisieprogramma Saturday Night Live, waarin ze op 3 oktober 1992 een foto van de paus verscheurde nadat ze Bob Marley’s protestlied War had gezongen. Het Amerikaanse publiek liet haar massaal vallen en de spanning liep zo hoog op dat ze in 2003 verklaarde de muziekwereld voorgoed te willen verlaten, om zich toe te gaan leggen op het verspreiden van het geloof aan kinderen. Eerder had ze zich tot katholiek priester laten wijden en verklaarde ze alleen nog als ‘Mother Mary Bernadette’ te willen worden aangesproken.

Het liep allemaal zo’n vaart niet. Sinead O’Connor bleef behouden voor de muziek, al werd de religie en haar kritiek op de kerk een terugkerend thema in haar werk. Met Theology wil ze ‘een plaats van vrede’ creëren, als tegengif voor de staat van oorlog die zich volgens haar sinds 11 september 2001 van de wereld meester heeft gemaakt. God is een tegenstander van alle vormen van oorlogsgeweld, is haar overtuiging. Om dat te bewijzen heeft ze de Bijbel geraadpleegd voor inspiratie en onderwerpen voor liedjes. Ook The rivers of Babylon van The Melodians, vooral bekend in de hitversie van Boney M, en Curtis Mayfields soulsong We people who are darker than blue passen in (en op) haar plaatje. Verwacht een geïnspireerd concert, want Sinead O’Connor zingt over dingen die haar na aan het hart liggen.

Vrijdag : openingsavond The Music In My Head met Sinead O’Connor in het Paard van Troje, Den Haag. Kijk op themusicinmyhead.nl

    • Jan Vollaard