Niet bezorgd om de oude dag

De reserves van de pensioenfondsen kalven af. Eenzesde heeft een buffer onder de minimumgrens. Maar over onze pensioenen maken we ons geen zorgen.

Illustratie Dik Klut Klut, Dirk

Over ons pensioen maken wij ons niet zo druk, zeker als we dat vergelijken met de landen om ons heen. Daar is men, gezien de kredietcrisis, stukken bezorgder over de oudedagsvoorziening, zo toonde onderzoek van vermogensbeheerder Fidelity International onlangs nog aan.

Terwijl er op het eerste gezicht reden is tot zorg. Want het gaat slecht met de pensioenfondsen. „De financiële buffers van één op de zes pensioenfondsen in Nederland zijn momenteel lager dan de minimumgrens die de Nederlandsche Bank als toezichthouder voorschrijft”, zegt Dennis van Ek van pensioenconsultant Mercer.

Dat klinkt misschien niet best, maar volgens Van Ek is er geen reden tot paniek. „De financiële positie van de fondsen is variabel en sterk afhankelijk van de ontwikkeling op de aandelenmarkten. Fondsen beleggen hun kapitaal via de beurs. Als de aandelenkoersen dalen, gaan de pensioenreserves mee omlaag. Maar als de beurzen in de plus staan, zie je ook dat terug bij de pensioenfondsen.”

In maart bereikte de beurs een dieptepunt. Toen had één op de drie pensioenfondsen een tekort. „De laatste maanden trok de beurs bij en zag je ook een verbetering van de situatie van de fondsen”, aldus Van Ek. „Veel pensioenfondsen houden in hun beleid rekening met het opvangen van de gevolgen van verminderde buffers.”

De positie van pensioenfondsen kan weliswaar snel verbeteren als het klimaat op de beurs opklaart, toch was de situatie in maart voor De Nederlandsche Bank aanleiding om een alarmerende brief te sturen aan alle 700 pensioenfondsen van ons land. In de brief raadde de bank de fondsen aan om hun financiële positie nog eens tegen het licht te houden.

Dat was maart. Woordvoerder Tobias Oudejans van De Nederlandsche Bank wil nu niets zeggen over de huidige positie van de fondsen. „Daar komen we mogelijk later deze maand officieel op terug in ons kwartaalbericht. Maar in het algemeen kan ik zeggen dat de signalen positief zijn: de beurskoersen zijn verbeterd en de rente is wat gestegen.”

Mooi nieuws. Toch is het opvallend dat Nederlanders zo onbezorgd tegenover hun oudedagsvoorziening staan, meent Richard Feenstra van vermogensbeheerder Fidelity. „Wie zich niet met zijn pensioen bezighoudt kan niet inschatten of hij na zijn 65e die wereldreis kan maken waar hij al jaren van droomt.” Dat soort dingen willen Nederlanders nu juist allemaal wel, zegt Feenstra. „Tegelijkertijd blijkt uit ons onderzoek dat veel mensen tijdens hun werkzame leven niet geïnteresseerd zijn in hun pensioenopbouw.”

Volgens Feenstra heeft de gebrekkige interesse mogelijk te maken met het feit dat het onderwerp ‘pensioen’ in Nederland niet aan de orde komt in het onderwijs. „Dat is in landen om ons heen anders. Daar leren kinderen er al over op de middelbare school. Mensen zijn zo gewend om al op jonge leeftijd na te denken over hun pensioenvoorziening. Dat verklaart wellicht dat veel Europeanen een eigen pensioenverzekering hebben naast het pensioen dat ze opbouwen via de werkgever. In landen als Duitsland, Oostenrijk en Zweden heeft ongeveer 70 procent van de werknemers zo’n verzekering. In Nederland is dat maar 22 procent, het laagste percentage van Europa.”

Moeten we ons leven beteren? „Allereerst: het Nederlands pensioenstelsel is gewoon goed, het beste van Europa”, zegt pensioenspecialist Chris Driessen van de FNV. „Maar dat betekent nog niet dat iedereen verzekerd is van een goed pensioen. Sommige regelingen zijn tamelijk mager. Daarnaast kan iemands persoonlijke situatie ertoe leiden dat hij uiteindelijk maar weinig van zijn pensioen overhoudt. Dat kan bijvoorbeeld het geval zijn bij gescheiden partners. De ex heeft vaak recht op een deel van de uitkering.”

En dat betekent volgens Driessen dat Nederlanders bewuster bezig moeten zijn met hun pensioen. „Veel mensen gaan er veel te makkelijk van uit dat alles automatisch goed is geregeld.”