Muziek tegen de fundamentalisten

In Marokko vormen muziekfestivals wapens in de strijd van koning Mohammed tegen het groeiend moslimfundamentalisme.

„Je hebt wat gemist’’ , zegt mijn Marokkaanse vriend Samir als ik langskom om te eten. Inderdaad, ik had het muziekfestival Mawazine dat vorige maand voor de zevende keer in Rabat werd gehouden, door andere verplichtingen gemist en dat was bijzonder jammer. Want het was dit keer groots aangepakt: negen dagen lang honderd artiesten van allure op negen podia verspreid over heel de stad. Optredens van George Benson tot de Portugese Fado-zangeres Cristina Branco en van Whitney Houston tot Goran Bregovic en zijn orkest. Marokkaanse klassiekers als Nass el Giwane waren te zien, naast opkomende groepen als Hobo Hoba Spirit, H-Kayne en Darga. De Nederlands-Marokkaanse groep Kasba was ook van de partij.

De stad bloeide op, vertelt Samir: de concerten waren gratis (afgezien van de beste plaatsen), de sfeer was prima. Hoewel meer dan een miljoen liefhebbers het festival bezochten, bleven incidenten beperkt tot wat ongeregeldheden bij het afgeladen concert van de populaire Algerijnse zanger Bilal. Samirs enthousiasme maakt mijn spijt des te groter: ik beloof plechtig het volgende jaar te komen.

Dat dient ook nog een hoger doel, zeg ik. Want de muziekfestivals die de afgelopen jaren in Marokko steeds verder zijn gegroeid in aantal en kwaliteit vormen de wapens in de ondergrondse strijd tegen het opkomende fundamentalisme. Ga maar na: je kan je horloge er op gelijk zetten dat telkens als er een festival wordt gehouden de woordvoerders van de Parti de la Justice et du Développement (PJD) – Marokko’s belangrijkste fundamentalistische partij – weer komen met kritische commentaren. De festivals zijn volgens hen een poel van verderf: drugs, drank en vrije seks natuurlijk. Een bedreiging voor de Marokkaanse cultuur en de waarden van de islam. Ze weten daar bij de PJD namelijk haarfijn wat goed is voor een ander. Dat krijg je als je in directe verbinding staat met de allerhoogste.

Bij Mawazine was het ook weer raak geweest: een PJD-politicus klaagde over de „slechtheid, vunzigheid en viezigheid” die door het festival aangetrokken werden. Maar goed dat Whitney Houston geen Arabisch verstaat. De fundamentalisten hielden echter plotseling hun mond, nadat koning Mohammed VI officieel had laten weten dat hij een aantal deelnemende Marokkaanse bands, zoals Hoba Hoba Spirit, als aanmoediging schenkingen had toebedeeld van 150.000 tot 250.000 dirham (14.000 tot 23.000 euro). Dat is veel geld in Marokko.

Zo ontstaat iets wat je de Marokkaanse muziekoorlog zou kunnen noemen. Dat gaat als volgt: de PJD accepteert officieel het gezag van de koning als ‘aanvoerder der gelovigen’ en hoogste religieuze autoriteit van het land. Maar iedereen weet dat dit vooral is om te mogen meedraaien in het officiële politieke circus. Kritiek op de koning is er voldoende in deze kring, maar wordt nooit rechtstreeks geuit.

Indirect wel, en binnen zekere grenzen, zoals in het geval van de festivals. Kritiek daarop is immers kritiek op de koning. Want wie oplet, kan zien dat de Marokkaanse vorst sinds zijn aantreden de muziekfestivals tot een vast onderdeel van zijn culturele en sociale strategie heeft gemaakt. Neem het waanzinnig populaire festival van de Gnawa-muziek, dat iedere zomer een half miljoen bezoekers naar het fraaie havenstadje Essaouira trekt. Drijvende kracht achter het Gnawa-festival is de Joodse adviseur van de koning, André Azoulay, wiens familie oorspronkelijk uit Essaouira komt. Azoulay vertelde me dat het festival onderdeel is van een gerichte strategie om het Marokkaanse erfgoed van cultuur en muziek in te zetten als een commercieel instrument om zijn geboortestad er weer boven op te helpen. Maar ook een wapen tegen de intolerantie van de religieuze scherpslijpers: het is geen toeval dat de PJD nergens zulke slechte resultaten haalt als in Essaouira.

Het Gnawa-muziekfestival maakt de fundamentalisten extra hels. Want afgezien van het feit dat er jongeren komen die hun kapsel baseren op dat van Bob Marley en af en toe een joint roken, legt het festival de nadruk op de culturele diversiteit van Marokko. En dat zijn onder andere de rijke Berbertradities met hun oorsprong van ver voor de komst van de islam.

Met het Mawazine-festival geeft de koning opnieuw een visitekaartje af. Wie een kijkje neemt in de organisatie, ziet de naam van Rachid Slimi. Dat is een persoonlijke vriend van de vorst die jaren de ONA, Marokko’s grootste industriële consortium, heeft geleid en zich nu vooral op cultureel terrein beweegt. De ONA, waarin de koninklijke familie een belangrijk deel van haar vermogen heeft belegd, is ook een grote sponsor van het festival.

Niet alleen de fundamentalisten hebben kritiek, zucht Samir. Tijdens het festival organiseerden de chronisch werkloze academici die om de zoveel tijd slaags raken met de politie tegenover het parlementsgebouw, een protestdemonstratie dwars door de binnenstad. Zoals gebruikelijk eisten ze een baan bij de overheid. Wel geld voor het Mawazine-festival, maar niet voor de bestrijding van armoe en werkloosheid, viel er op de borden te lezen. Zo is er altijd wat, mokt Samir. De koning zit volgens hem wél op het goede spoor met Mawazine. Zeker in een land dat verder geen podia of theaters van enige betekenis heeft. Geen betere manier om de religieuze betweters de mond te snoeren. Zolang het nog kan.