Komt er revolutie of democratie?

Wat zijn de gevolgen voor het Midden-Oosten nu het Amerikaans democratisch project in Irak is mislukt?

Blijven autoritaire regimes in het zadel? Of zegeviert de seculiere oppositie?

Palestijnse aanhangers van de Islamitische Jihad bij protest tegen blokkades in Gaza, maart dit jaar. Foto AP Female Palestinian Islamic Jihad supporters and a boy attend a rally calling for an end to the Israeli blockade on Gaza, in Gaza City, Saturday, March 29, 2008. Around 1,000 people waving black flags marched through Gaza City demanding that Arab leaders at a regional summit in Syria pressure Israel to lift its siege on the Gaza Strip. Since the militant Hamas group overtook Gaza last summer, Israel has only allowed in food, fuel, medicine, and a trickle of commercial supplies. (AP Photo/Khalil Hamra) Associated Press

Van tijd tot tijd valt het de buitenwereld opeens op dat er zoveel autocratische regimes aan de macht zijn in de Arabische wereld – en ook al zo lang: vanaf hun onafhankelijkheid in de meeste gevallen. Dan dringt zich, vanuit het westerse vooruitgangsdenken, het idee op dat dit onmogelijk zo kan voortduren; er moet wel verandering komen, met of zonder aanmoediging van buitenaf.

Toen de Oost-Europese communistische regimes een voor een ten val kwamen, met de ineenstorting van de Sovjet-Unie als hoogtepunt, werd voorspeld dat de Midden-Oosterse autocraten hen snel zouden volgen. Tien jaar stagnatie later en na de Al-Qaeda-aanslagen van 11 september zegde de Amerikaanse president George Bush hun de wacht aan. In een democratische omgeving gedijen extremisten niet, meende hij.

Maar in Irak werd het burgeroorlog en met dat voorbeeld voor ogen trapte de rest van de heersers in de Arabische wereld op de rem – áls ze onder Amerikaanse druk al tot voorzichtige hervorming waren overgegaan. Tegelijkertijd bracht de opkomst van moslimfundamentalistische groepen overal waar maar een vorm van verkiezingen werd gehouden, de Amerikaanse regering op voorzichtiger gedachten. De stijging van de olieprijzen droeg daar ook toe bij. De opkomst van het als bedreiging beschouwde shi’itische Iran, mede als gevolg van de eliminatie van vijandige regimes in de buurlanden gaf in Washington en andere westerse hoofdsteden het laatste zetje tot matiging van de ambities. Vandaag zijn de belangrijkste sunnitische autocraten opnieuw ‘gematigde bondgenoten’ van het Westen die met fluwelen handschoenen worden aangepakt.

‘In de Arabische wereld is de status quo niet houdbaar’, zegt de voormalige Jordaanse minister van Buitenlandse Zaken Marwan Muasher tegen Robin Wright in Dreams and Shadows. ‘Wat veertig jaar geleden werkte – toen de staat de zaken kon beslissen en kon verwachten dat het volk volgde – werkt nu niet. Tenzij de staat zich daarvan bewust is en daarop reageert, kan hij grote problemen verwachten.’

Aan hun uitspraken over democratie en hervorming af te meten, hebben alle Arabische regimes – en eveneens het Iraanse, dat weliswaar democratischer verkiezingen houdt dan de meeste Arabische landen, maar de laatste jaren ‘autocratiseert’ – dat heel goed begrepen. Wat het huidige tijdperk anders maakt dan vroeger, betoogt Wright, is dat er buiten de oude, kleine intellectuele elite, activisten zijn opgestaan die zich inspannen om hun leiders aan die beloften van democratisering te houden. Ze wijst op de honderdduizenden betogers die na de aan Syrië toegeschreven moord op de Libanese ex-premier Rafiq Hariri de straat opgingen, en met Amerikaanse en westerse steun gedaan kregen dat het Syrische bezettingsleger na 29 jaar werd teruggetrokken. Ze noemt de verkiezingen in Irak, waarvoor de burgers toch opkwamen, ondanks het om zich heen grijpende geweld van extremisten. En ook de massaprotesten in Jordanië na de zelfmoordaanslagen op drie hotels in Amman.

Er is de satelliettelevisie – ‘de satellietrevolutie’, zoals de Marokkaanse sociologe Fatima Mernissi het noemt, ‘die de heersers hun alleenrecht op de propaganda heeft afgenomen en de burgers weer een stem heeft gegeven’. En internet, dat steeds meer door oppositieactivisten wordt gebruikt om schendingen van de mensenrechten door de autoriteiten aan de kaak te stellen, de activiteit van verschillende groepen te coördineren en demonstraties te organiseren.

Het probleem is dat de regimes niet stilzitten. De heersers en de mensen eromheen hebben belang bij de status quo. Zij zorgen ervoor dat de veiligheidsdiensten, die de status quo moeten bewaken, óók belang hebben bij hun overleven. Bijna overal in het Midden-Oosten wordt de overheidscontrole op internet verscherpt. Politieke webloggers worden opgepakt en geïntimideerd. Satellietstations liggen onder vuur. De tijd van de grote demonstraties is weer voorbij, tenzij georganiseerd door het regime.

Wright en Cofman Wittes onderstrepen dat de invasie van Irak en de daaropvolgende desintegratie van het land het hele Midden-Oosten heeft beïnvloed en Bush’ ‘Vrijheidsagenda’ heeft ondermijnd. Waar ze maar in het Midden-Oosten kwam, schrijft Wright, hoorde ze dat de machtigste democratie ter wereld de kansen voor politieke verandering door haar optreden in Irak had ondergraven – zelfs gesaboteerd.

Cofman Wittes, die de kwestie van verandering in het Midden-Oosten volledig vanuit het Amerikaanse perspectief bekijkt, gaat terecht diep in op de ambivalentie van de regering-Bush, waardoor, Irak of geen Irak, de ‘Vrijheidsagenda’ structureel zeggingskracht ontbeerde. Het zijn niet alleen het volstrekte gebrek aan voorbereiding en de talloze andere grote fouten die in Irak werden gemaakt die daartoe bijdroegen. Binnen de regering heerste en heerst verdeeldheid: is democratie in het Midden-Oosten wel haalbaar? Komt de strategische samenwerking met de bondgenoten niet in gevaar?

De Amerikaanse ambivalentie heeft niet alleen, maar wel in belangrijke mate te maken met de angst dat anti-Amerikaanse moslimfundamentalisten de macht in handen zullen krijgen waar werkelijk democratische verkiezingen worden gehouden. Zie de Palestijnse verkiezingen van januari 2006, waar Hamas met 44 tegen 42 procent van de stemmen de officieel seculiere, door en door corrupte Fatah-organisatie van president Abbas versloeg. De shi’itische fundamentalisten van Hezbollah doen het prima onder de shi’ieten in Libanon; de Egyptische Moslimbroederschap behaalde ondanks zware obstructie van de zijde van de autoriteiten 20 procent van de stemmen bij de parlementsverkiezingen in 2005.

De fundamentalisten profiteren ervan dat de seculiere, liberale en socialistische Arabisch-nationalistische oppositie door de regimes praktisch is geëlimineerd. De moskee, de basis waarop de fundamentalisten zich kunnen terugtrekken, hebben de meeste autoriteiten niet durven aanpakken. Komen straks Hezbollahleider Nasrallah en Hamasleider Meshaal aan de macht, met zegen van de radicale Iraanse president Ahmadinejad? Zij zijn volgens peilingen de populairste leiders in het Midden-Oosten. De vraag is alleen of het zo’n vaart zou lopen als fundamentalisten de vrije hand zouden krijgen.

Want wat zou er zijn gebeurd als Hamas na zijn verkiezingswinst niet door Israël en het Westen was geïsoleerd? Doel daarvan was en is Hamas’ kiezers in de Gazastrook weer in de armen van Fatah te drijven, maar dat blijkt twee jaar later niet gelukt. Daarentegen heeft in de Midden-Oosterse opinie de geloofwaardigheid van het Westen, dat democratie propageert maar openlijk de uitkomst van democratische verkiezingen naast zich neerlegt, wederom een klap gekregen. Ahmadinejad c.s. maken er dankbaar gebruik van.

Zelf hebben Wright en Cofman Wittes weinig vertrouwen in de bedoelingen van fundamentalisten. Voor beiden zijn de agents of change de liberale activisten en seculiere hervormers. In Dreams and Shadows spelen deze liberalen en socialisten dan ook een hoofdrol. Zij zijn inderdaad actief, welbespraakt en toegankelijk. Maar in de Midden-Oosterse werkelijkheid is hun rol op dit moment zo goed als uitgespeeld. De regimes hebben hen gemarginaliseerd, maar belangrijker is dat de ideologieën die zij uitdragen in de schaduw zijn gesteld door de politieke islam.

De Egyptische linkse protestbeweging Kefaya (Arabisch voor genoeg) van Mubarak kreeg wél veel westerse media-aandacht, maar zelfs op zijn hoogtepunt nooit meer dan een paar honderd betogers bijeen. Kefaya is nu ruziënd uiteengevallen. Het staat daarmee symbool voor de algemene situatie van de seculiere oppositie in het Midden-Oosten, inclusief Iran.

Het beeld dat Wright en Cofman Wittes schilderen, is somber. De Arabische staten van het Midden-Oosten zijn niet langer in evenwicht, ze kunnen niet langer doormodderen. Maar wordt het democratie of revolutie? De regimes zijn vast van plan het voorlopig vol te houden. Met de hoge olieprijzen en de feitelijke steun van het Westen zal dat weleens een tijd kunnen duren.

Robin Wright: Dreams and Shadows. The Future of the Middle East. Penguin, 480 blz. € 22,–

Tamara Cofman Wittes: Freedom’s Unsteady March. Brookings Institution,176 blz. €14,-