Jongensboek

Zegt grootvader tegen kleinzoon: „Zal ik je nog eens van die voetbalavond in juni van het jaar 2008 vertellen, toen Nederland wereldkampioen Italië een pak slaag gaf?”

„Graag, opa.”

Grootvader zou nu voor de gezelligheid, net als vroeger, een pijpje willen opsteken, maar inmiddels is roken ook in het eigen huis streng verboden op straffe van zware geldboetes.

„Het is alweer bijna dertig jaar geleden, jongen”, zegt hij, „maar ik kan me nog alle belangrijke momenten van die avond herinneren alsof ze gisteren gebeurd zijn. Vooral die ren van Gio langs de lijn zal ik nooit vergeten.”

„Wie was Gio, opa?”

„Gio was Giovanni van Bronckhorst, een verder nooit erg opvallende back die in zijn nadagen leek. Gio hield een Italiaans schot van de lijn en snelde vervolgens tot over de middellijn om vandaar de voorzet te verzenden waaruit het tweede doelpunt voortkwam. Een actie uit het jongensboek dat voetbal is, als alles meezit – doorgaans zat het ons niet erg mee.”

„Had u zoiets verwacht?”

„Nee, jongen, absoluut niet. Wij Hollanders waren de dagen tevoren somberder dan ooit geweest. We geloofden er niet in, we hadden te veel slechte wedstrijden van ons elftal gezien. Overal waar ik op de dag van die wedstrijd kwam, heerste een sfeer van malaise. Op mijn werk, in de trein, in mijn appartementengebouw. We keken elkaar een beetje droevig aan en zeiden: „Dat wordt niks vanavond, denk je ook niet?” En dan mopperden we wat verveeld over de slechte achterhoede en het gebrek aan ‘controlerende middenvelders’. Als we ten slotte moedeloos afscheid namen, wensten we elkaar veel sterkte.”

„En hoe dachten de échte kenners erover?”

„Precies hetzelfde. We hadden in die jaren als tv-commentator Johan Cruijff…”

„Johan wie?”

„Cruijff. Met dubbel f. Hij was zelf een groot voetballer geweest en fungeerde in de media als een soort orakel van Delphi. Hij had overal een mening over en iedereen hing aan zijn lippen. Doorgaans lulde hij maar wat in een zelfgemaakt, volstrekt ontoegankelijk taaltje, maar we vonden het allemaal prachtig. In dat historische voetbaljaar 2008 voltrok zich ook in de waardering voor Cruijff opeens een kentering. Eerst verspeelde hij bij het publiek veel krediet door zijn club Ajax als adviseur in de steek te laten na een meningsverschil met zijn vriend Marco van Basten…”

„Wie was dat ook alweer, opa?”

„Van Basten was de bondscoach en tevens de nieuwe coach van Ajax. Nadat Cruijff bij Ajax onenigheid met hem had gekregen, begon hij het Nederlands elftal te kritiseren. De dag van de wedstrijd tegen Italië liet Cruijff in zijn column in De Telegraaf – dat was toen een krant – weten dat het niets kon worden met het nieuwe spelsysteem van Oranje. Alleen zijn spelsysteem deugde.”

„En wat zei Cruijff toen het meeviel?”

„Hij zat er onhandig en een beetje verloren bij. Hij hakkelde maar wat en vergat Van Basten te feliciteren. Thuis beseften we: dit is het einde van een tijdperk. Kijk, wij supporters waren allemaal leken, wij mochten verkeerde voorspellingen doen, maar Cruijff die zich totaal vergiste? Dat kon niet.”

„En hoe liep dat Europees kampioenschap toen af, opa?”

„Dat vertel ik je een andere keer, jongen. Ik kan het nu niet opbrengen, ik word er te emotioneel van.”