‘Hun kunnen niet van je winnen...’

Het op een na bekendste aforisme van Johan Cruijff sprak hij voor het eerst uit in het voorjaar van 1995. De toenmalige trainer van Barcelona werd gevraagd naar zijn voorspelling van de uitslag van de finale van de Europa Cup 1 tussen Ajax en AC Milan. Volgens de website van het Genootschap Onze Taal luidde de grondvorm: „Italianen kennen niet van je winnen, maar je ken wel van ze verliezen.”

De orakeluitspraak leek weer eens actueel in de voorbeschouwing die NOS-analist Cruijff gisteren wijdde aan de wedstrijd Nederland-Italië. Voor de zekerheid informeerde Tom Egbers nog even naar de exacte formulering. Licht parafraserend herhaalde Cruijff: „Hun kunnen niet van je winnen, maar je kan wel van hun verliezen.”

Slechte verstaanders, onder wie Marco van Basten, bondscoach en tot voor kort vertrouweling van Cruijff, sloegen hem er twee uur later mee om de oren. Er had zich immers een nieuw ‘wonder van Bern’ voorgedaan: een overwinning met 3-0 op de regerende wereldkampioen. Zie je wel, we konden toch niet van hen winnen?

Maar over de mogelijkheid van een Nederlandse zege had Cruijff geen uitspraak gedaan. Ook in 1995, toen Ajax met 1-0 zou winnen, bedoelde hij vermoedelijk alleen dat de verdedigend ingestelde Italiaanse voetbalstijl moeilijk tot scoren leidt, maar dat een counter in een klein hoekje zit: „Ze hebben aan een halve kans genoeg.”

Zover kwam het gisteravond dus niet. Als minder dan gemiddeld in voetbal geïnteresseerde nieuwsconsument had ik de afgelopen maanden slechts met een half oor het gemor geregistreerd van criticasters, onder wie Cruijff. Het betrof het zwalkende beleid van Van Basten, zijn besluiteloosheid en zwakke defensie, als ik het goed begrijp.

Toen ik met nog een paar miljoen relatieve leken gisteren voor het eerst met eigen ogen ging waarnemen hoe het er voor stond, in de verwachting dat er naar een gelijkspel zou worden toe gerommeld, zag ik een hecht team, dat er op tijd stond om met slim en soms virtuoos spel de al te laconieke Italiaanse vedetten af te straffen. Cruijff gaf dat ook toe en prees vooral het realisme van de Nederlandse internationals, die zich haastten te waarschuwen dat we er nog lang niet waren. Nu maar hopen dat ook de rest van Nederland niet meteen brallend de huid van de niet geschoten beer gaat verkopen. Zowel in positieve als in negatieve zin lopen televisiebeschouwers graag ver op de zaken vooruit.

Het nu pas goed ontketende voetbalchauvinisme leidt wel tot een gemeenschapsgevoel dat de miezerige klaagcultuur van dit moment de wind uit de zeilen kan nemen. Normaal kijk ik altijd naar meerdere zenders door elkaar. Twee harde schijven staan toe dat ik de meeste programma’s met maximaal drie uur vertraging consumeer. Voor het eerst sinds jaren heb ik gisteren de hele avond live gekeken. Zelfs een minuutje achterstand zou onverdraaglijk zijn geweest, omdat de door de open ramen binnenslaande golven van gejuich me dan tot een buitenstaander zouden hebben gemaakt, die achter de feiten aanloopt. Dit soort televisie werkt alleen maar als je rechtstreeks kijkt.

De rest van de wereld heeft weinig begrip voor de microkosmos waarin Nederland zich deze weken opsluit. Nova meldde dat de delegatie van de Afghaanse president Karzai enigszins gegeneerd reageerde, toen premier Balkenende aan het banket trots meldde dat Van Nistelrooy voor 1-0 had gezorgd.

Het NOS Journaal liet in een reportage zien hoe een in oranje uitdossing gehulde Nederlandse dame, als controleur van de gemeente Bern, testte of de bewoners van de Zwitserse hoofdstad zich wel aan de instructies hielden. Zij dienen de Nederlandse supporters vriendelijk en behulpzaam te benaderen, wanneer deze in krom Duits vragen of er nog een Kammer vrij is.

Vooral de uitvoering van de opdracht om hen te begroeten met de woorden ‘hup Holland hup’ laat nog enigszins te wensen over, zo luidde haar conclusie. Maar Bern leeft wél geamuseerd mee.