Ga geen spel met de SP aan

De PvdA heeft als container van oud en nieuw links geen bestaansrecht meer. Maar ook GroenLinks en D66 zullen het alleen niet redden. Gedrieën wel, meent Dick Pels.

Met zijn bijdrage in Opinie & Debat van 31 mei (‘PvdA moet uit de kramp komen en meer nadruk leggen op binden en verheffen’) diende Frans Timmermans zich aan als een woordvoerder voor de verweesde sociaal-individualisten in de PvdA, die een alternatief bood voor het vakbondssocialisme van Mariëtte Hamer. De ‘zoekende’ leider Wouter Bos haastte zich vervolgens om te ontkennen dat er sprake was van een richtingenstrijd in de PvdA. Een verkeerd signaal.

Timmermans’ artikel is een laatste waarschuwing aan de eeuwig weifelende Bos. Niet toevallig was Timmermans ook degene die in de fatale Wouter Tapes wanhopig werd van de modieuze niksigheid van diens spindoctors: „Solidariteit, daar gaat het ons toch om, daar zijn we toch voor opgericht?” De tragiek van Bos is dat hij de links-liberale en meer traditionele helften van de PvdA wil verzoenen zonder het debat tussen beide uit te diepen.

De voorzitter van de Jonge Socialisten, Michiel Emmelkamp, gelooft dat de PvdA een nieuwe overtuigende identiteit kan ontwikkelen door uit te gaan van eigen kracht (Opinie, 4 juni). Maar dan moeten deze tegenstellingen eerst worden erkend in plaats van gladgestreken.

Anders dan S.W. Couwenberg op dezelfde pagina meent is de Nederlandse sociaal-democratie niet ideologisch uitgeput, maar staat zij voor een keuze tussen een traditionele en een moderne invulling van haar idealen van kansengelijkheid, emancipatie en sociale rechtvaardigheid. Dit dilemma wordt het duidelijkst zichtbaar wanneer de ‘Hamer-coalitie’ van PvdA en SP wordt geplaatst tegenover de ‘Timmermans-coalitie’ van PvdA, GroenLinks en D66.

Dat dit debat hoognodig is wordt bewezen door de geprikkelde reactie van SP-leider Jan Marijnissen, die het stuk van Timmermans kwalificeerde als „ontzettend oppervlakkig, vol gemeenplaatsen, intellectueel van treurig niveau en niet uitgewerkt” (NRC Handelsblad, 2 juni). Ook in Buitenhof sloeg hij een neerbuigende toon aan: ‘talenwonder Timmermans’ was gefrustreerd en vol rancune jegens de SP. Het zoveelste bewijs dat de SP geen vrijzinnige debatpartij is waarin critici op waardering kunnen rekenen. Timmermans’ waarschuwing tegen het rechtse én linkse nationaal-populisme en de ‘schijnveiligheid van de Hollandse Waterlinie’ werd daarbij door Marijnissen bevestigd in plaats van weerlegd.

Ook in zijn reactie op Timmermans (‘SP is helemaal niet ouderwets en conservatief’, Opinie, 9 juni) meet Marijnissen de negatieve kanten van de globalisering veel breder uit dan de positieve. Het beladen woord ‘Heimat’ dat hij in Buitenhof nadrukkelijk gebruikte ontbreekt, maar de cultureel-nationale ‘thuisgedachte’ is dezelfde. Marijnissen omarmt niet de liberale opvatting van democratie als een procedure om verschillen te organiseren via open debat, maar de klassieke volksnationalistische definitie van democratie als lotsverbondheid van een gemeenschap van burgers op een bepaald stukje grond. Het gaat hem uitdrukkelijk om de Nederlandse democratie en de Nederlandse geschiedenis, taal en cultuur. Deze Heimat is ons fysieke, culturele en sociale thuis, ‘de plek waar wij wonen’, die ons basale zekerheden verschaft en vertrouwen geeft in de wereld.

Dit zijn exact de termen van Fortuyn in De verweesde samenleving (1995), die op hun beurt sterk lijken op de Heimatgedachte die Jörg Haider ontvouwt in zijn boek Die Freiheit die Ich meine (1993). Het vaderland is voor Fortuyn het nationale tehuis (het vaderhuis), „een afgegrensd grondgebied waar mensen zich veilig voelen, dat hun overzicht biedt, en waarbinnen ze zich, verenigd door taal, cultuur en mentaliteit, één volk kunnen voelen”. Ook Haider ziet het Heimatgevoel als een basale vertrouwdheid met het landschap, de zeden en gewoonten, de geschiedenis en de taal, „kortom met het Lebensraum waaruit onze cultuur is ontstaan”. Dit ‘mensenrecht op een Heimat’ moet volgens hem worden veiliggesteld tegenover de huidige vereenzaming en vervreemding.

Net als Fortuyn en Haider zet Marijnissen deze Heimatgedachte in tegen het ‘zielloze’ Europa, dat geen geschiedenis, cultuur en identiteit heeft, en dus nooit een thuis kan zijn. Daarnaast fungeert de thuisgedachte als kritiek op de neoliberale globalisering en het Angelsaksische sprinkhanenkapitalisme. Merkwaardig is daarbij dat Marijnissen net als Timmermans op de bres staat voor het Rijnlandse (beter: Europese) sociaal-kapitalisme. Sinds wanneer ligt Rijnland in Nederland? Het is juist Europa en niet het kleine, kwetsbare Nederland dat het aangewezen tehuis is voor deze meer beschaafde vorm van kapitalisme.

Ook Fortuyn fulmineerde overigens tegen de ‘vaderlandsloze elite’ van topondernemers en toppolitici, terwijl de onderklasse was ‘veroordeeld tot het vaderland’. Populisten van links en rechts stellen die tragische veroordeling voor als een onwrikbaar feit en zelfs als een rooskleurige toestand. Maar verantwoordelijke politici zouden de onderklasse ook in cultureel opzicht moeten willen verheffen tot meer openheid, kosmopolitisme en positieve onzekerheid. Het is juist dat flexibiliteit pas mogelijk is op basis van zekerheid, maar moet dat de zekerheid van een nationaal verzorgingstehuis zijn?

Timmermans wil een nieuwe sociale politiek tegen het neoliberale kapitalisme, een ‘bezonnen modernisering’ van de verzorgingsstaat, met een vorm van flexicurity die ook de positieve kanten van flexibilisering en de negatieve kanten van sociale bescherming meeweegt. Hij bepleit nuance in de democratische dialoog, een gematigde personendemocratie tegenover de collectivistische partijendemocratie en evenwicht tussen positieve individualisering en sociale binding, ook als invulling van de geloofsvrijheid. Hij keert zich tegen religieus fundamentalisme als het oude en het linkse en rechtse volksnationalisme als het nieuwe ‘opium van het volk’.

En hij durft te dromen van een politieke herverkaveling op links. Inderdaad zijn de bestaande scheidslijnen tussen de progressieve partijen achterhaald. De PvdA heeft als container van oud en nieuw links geen bestaansrecht meer. Maar ook GroenLinks en D66 zullen het in hun eentje niet redden. Het wordt tijd voor de Timmermans-coalitie.

Dick Pels is voorzitter van de links-liberale denktank Waterland.

Eerdere artikelen over dit onderwerp op nrc.nl/progressief