Dromen van de Middellandse Zee

Niet zonder gevoel voor pathos en geschiedenis verkondigde Nicolas Sarkozy enkele maanden geleden dat hij een droom had gehad. Die droom ging over ‘een van de belangrijkste projecten voor de Franse diplomatie’, een Unie voor de Middellandse Zee, waarin de volkeren van de noordelijke zuidelijke kust samen ‘net zo moedig vooruit zouden blikken’ als destijds, na de tweede wereldoorlog, ooit de volkeren van continentaal Europa hadden gedaan. Nu is dit niet de eerste keer dat er in Europees verband gedroomd wordt over de Middellandse Zee, dat deden we ook al in de verklaring van Barcelona in 1995.

In 2005 werd dat nog eens dunnetjes over gedaan in Barcelona+10, zonder dat dat tot veel heeft geleid, behalve dat er ettelijke miljarden zijn geïnvesteerd in losse projecten. De relaties in het Middellandse Zeegebied zijn bilateraal gebleven, zij het, zeker in het geval van Spanje,dat lucratieve energiecontracten met Algerije heeft afgesloten, niet zonder succes. Van een gezamenlijke opstelling van noord en zuid, of zelfs van de noordkustlanden samen, is geen sprake. Sarkozy, die niet kijkt op een historische parallel meer of minder, roept op 13 juli, aan de vooravond van 14 Juillet dus, een Euro-Mediterrane top bijeen van 39 landen.

Of die resultaat heeft, is maar zeer de vraag. Belangrijke potentiële partners in het zuiden, zoals Algerije en Libië, zijn niet enthousiast en dus zullen Bouteflika en Khadafi er waarschijnlijk niet zijn. Turkije twijfelt nog. Ook Duitsland heeft zich pas na veel gemor aangesloten bij dit initiatief, op voorwaarde dat het de hele EU zou betreffen en niet alleen landen die aan de Middellandse Zee grenzen (lees: op voorwaarde dat het land medezeggenschap houdt over de verdeling van de fondsen van de Unie). En er zijn hete hangijzers te over: alleen al het Arabisch-Israëlisch-Palestijnse conflict en de onenigheid over de westelijke Sahara van Algerije en Marokko, leiden ertoe dat allerlei delegaties ternauwernood met elkaar in dezelfde ruimte kunnen verkeren.

Sarkozy wil de Unie voor de Middellandse Zee concentreren op transport, bestrijding van vervuiling van de zee, zonne-energie en rampenbestrijding (vooral aardbevingen, in dit seismisch actieve gebied - mogelijk is dit onderwerp ook bedoeld om Algerije over de streep te helpen, waar de regering onder vuur kwam door haar laksheid bij de laatste aardbeving). Over de echte problemen, zoals islamistisch extremisme, verdere uitbouw van de vrijhandel en fossiele brandstoffen, laat hij zich weinig uit.

Het gaat er niet om dit initiatief af te doen als de zoveelste poging tot oppompen van de Franse grandeur. Voor Europa zijn de zuid- en oostkust van de Middellandse Zee als Mexico voor de VS: onvermijdelijk aanwezig en onmogelijk buiten te sluiten, zelfs niet met de beste grenscontrole. Of zoals een Egyptische collega me laatst zei: het enige verschil is dat de Europeanen (nog) niet schieten. De VS heeft wel eerder de conclusie getrokken dat de economische ontwikkeling van Mexico de beste garantie biedt voor het indammen van illegale immigratie en drugsinvoer. Europa heeft, op de paar projecten van ‘Barcelona’ en bilaterale activiteiten na, nog veel te weinig gedaan. De EU is de grootste gever van ontwikkelingshulp, maar verreweg het grootste deel daarvan komt elders in Afrika terecht. Overigens heeft het bedrijfsleven wel de Middellandse Zee ontdekt, althans daar waar politieke stabiliteit heerst. Tunesië en Marokko gelden nu als zeer lucratieve beleggingsmarkten.

Ondanks alle bezwaren en tekortkomingen is de droom van Sarkozy onmisbaar. Iedereen die Fernand Braudel heeft gelezen, beseft hoe zeer we de vanzelfsprekende focus op de hele Mediterrane basis zijn verloren en daarmee een deel van onze Europese cultuur. Bovendien, er zijn vandaag te veel dilemma’s die niet bilateraal opgelost kunnen worden. Naast het extremisme en Israël/Palestina is er de rol van Turkije en de noodzaak van een open dialoog met de Arabische wereld, en vooral ook het koppelen van de opvang van migranten aan mogelijkheden tot terugkeer en evenwichtige ontwikkeling in de vertreklanden, inclusief het platteland waar de meeste migranten vandaan komen en de voedselsituatie vaak precair is. De top van Sarkozy moet er minimaal toe leiden dat de Europese landen zich coherenter en eensgezinder opstellen ten aanzien van hun zuiderburen.

Het mooie van de Unie voor het Middellandse Zeegebied is dat ook Nederland nu een Mediterraan land wordt. Het opent voor Nederland de mogelijkheid om actief deel te nemen aan de ontwikkeling van een gebied dat wij historisch verwaarloosd hebben. Afgezien van gymnasiasten associëren de meeste Nederlanders de Middellandse Zee immers met (goedkoop) toerisme en allochtonen, en, vooruit, lekker eten. We hebben nooit een specifiek beleid voor het Middellandse Zeegebied gehad. Voor de meeste ministeries, ontwikkelingssamenwerking voorop, begint Afrika pas ten zuiden van de Sahara. Er is weinig specifieke expertise en nauwelijks verslaggeving in de massamedia. We hebben er een paar universitaire centra en organiseren wel eens een cultureel festival. Dat we altijd zullen blijven onderdoen voor Frankrijk, Spanje en Italië is evident, maar we krijgen nu nieuwe kansen.

Blijft de vraag hoe innig parlementaire democratieën zich kunnen verbinden met autoritaire regimes die tot nu weinig belangstelling hebben getoond voor hervorming en samenwerking. Als er over de doelstellingen, inclusief de grondvraag van democratisering, geen politieke overeenstemming wordt bereikt, kunnen we op 13 juli niets anders dan de zoveelste inhoudsloze verklaring van regeringsleiders verwachten. Dan wordt Sarkozy’s fraaie droom helaas een nachtmerrie, al zal het mij er niet van moeten weerhouden te dromen van Nederland aan de Middellandse Zee.