De koppelbaas is terug

Arbeiders uit Polen, Bulgarije en Roemenië zoeken werk in Nederland. Zij weten zelden iets van de rechten die Nederlandse arbeiders hebben en koppelbazen maken daarvan misbruik.

Bloemenkwekers die geen buitenlandse werknemers nodig hebben voor de bollenoogst nabij Lisse Foto NRC Handelsblad, Vincent Mentzel De Bloemenkwekers hebben geen buitenlandse werknemers nodig voor de Bollenoogst nabij Lisse. foto VINCENT MENTZEL /NRCH.==F/C==10 april 2005 Mentzel, Vincent

‘Let op! U zoekt goedkope bouwvakkers? Harde werkers voor weinig geld. Leve de Europese Unie!’ ‘Pools aannemingsbedrijf nodig? Per direct!’ Zomaar twee oproepen op Marktplaats.nl, die verder alleen een mobiel telefoonnummer vermelden. Advertenties zoals deze zijn overal te vinden: niet alleen op internet, maar ook in huis-aan-huisbladen en lokale kranten. In de Nederlandse bladen worden de goedkope werknemers aangeboden. Tegelijkertijd staan in de Poolse kranten de advertenties om arbeiders naar Nederland te trekken voor allerlei klussen.

Die advertenties, voor de bouw en in de agrarische sector, worden geplaatst door koppelbazen: uitzendbureautjes die vraag en aanbod op de arbeidsmarkt aan elkaar koppelen. De advertenties moeten Polen, Roemen en Bulgaren naar Nederland lokken. Eenmaal in Nederland blijkt het beloofde werk uit de advertenties uit de Poolse kranten niet voorhanden te zijn. Of slechts voor een week, in plaats van de beloofde maanden, zegt Gerlof Roubos van uitzendbranche VIA. De arbeiders zijn dan wel in Nederland, dus de koppelbaas kan aan de slag. ’s Ochtends vroeg, in de Haagse Schilderswijk, of achter het Centraal Station van Rotterdam, staan rond half vijf groepjes arbeiders te wachten op het busje dat hun een dag werk bezorgt. De arbeiders hebben geen idee waar ze die dag terechtkomen: wordt het fruitplukken, aspergesteken of bloemen snijden?

Op hun beurt krijgen de plantenkwekerijen en tuinders regelmatig verzoeken van kleine uitzendbureaus die hun arbeidskrachten willen slijten. Robert Lasschuyt, bedrijfsleider bij Van Vliet Cherrytomaten in het Westland, krijgt gemiddeld één keer in de twee weken een koppelbaas aan de deur. „En we ontvangen veel mailtjes de laatste tijd, of we nog mensen kunnen gebruiken.” Lasschuyt zegt dat hij nooit op die aanbiedingen ingaat, net zo min als zijn collega Peter van Dijk. Van Dijk: „Ik reageer nooit op die mails, altijd staat er een buitenlandse naam onder. Ik heb geen behoefte aan dat gekloot met illegalen.”

Toch weten veel koppelbazen hun arbeiders aan werk te helpen. Volgens schattingen van ABU, de brancheorganisatie voor uitzendbureaus, zijn er in Nederland ongeveer 6.500 malafide uitzendorganisaties. „De zwarte kant van de uitzendwereld”, noemt Jurriën Koops, plaatsvervangend directeur van de ABU, die organisaties. In die ‘zwarte’ markt gaat jaarlijks ongeveer 1 miljard euro om, berekende de ABU, tegenover 11 miljard euro in de totale Nederlandse uitzendbranche. Van die duizenden bureaus bestaat meer dan de helft uit bureaus geleid door één koppelbaas. „Of het zijn eenpitters met één werknemer in dienst die de boeken bijhoudt”, zegt Marcel Nuyten, bestuurder van FNV Bondgenoten met de uitzendbranche in zijn portefeuille.

De koppelbaas heeft het de laatste jaren gemakkelijk gekregen door de arbeidsmigratie uit Midden- en Oost-Europa. Volgens Krzysztof Birlet, redacteur van Niedziela.nl, het grootste Poolse weekblad in Nederland, denken veel Polen ‘we zien wel. Het zal wel goed komen’. „Ze denken ‘ik verdien drie, vier keer zoveel als in Polen’, maar vergeten dat ze ook drie keer zo veel moeten uitgeven.” De onwetendheid over slechte werkomstandigheden is groot onder Polen, aldus Birlet. Overigens staan ook in zijn Niedziela.nl tientallen 06-advertenties die werk in Nederland aanbieden.

De ‘nieuwe’ koppelbaas is meedogenloos, zegt Nuyten van FNV Bondgenoten: arbeidsmigranten verrichten zwaar lichamelijk werk en krijgen amper pauze. Aan het einde van de dag krijgen ze 60 euro mee naar huis – vaak een uitgeleefde kamer die ze met drie anderen moeten delen.

Daarin schuilt een groot verschil met de koppelbazen die in de jaren zeventig arbeiders ronselden. De ‘ouderwetse’ koppelbaas, vooral actief in de Rotterdamse haven, in de scheepsbouw of reparatiesector, had nog oog voor de arbeidsomstandigheden van hun havenwerkers, vaak Portugezen. „Die bazen waren heilig bij het soort dat je nu ziet”, verzucht Nuyten. „Toen waren ze sociaal en werkten zelf soms mee. Die bazen van nu zijn echte gangmasters.” Gangmasters zijn Britse koppelbazen die in het criminele circuit opereren.

In de jaren zeventig profiteerden ook de werknemers nog mee van de koppelbazen, die vooral de belastingen ontdoken. Bedrijven hadden goedkopere arbeidskracht, de koppelbaas hield meer geld over én de werknemers kregen meer betaald dan in legale dienst – de fiscus was de enige benadeelde partij.

De koppelbazerij, zoals die bestond in de Rotterdamse haven, is de kop ingedrukt door de Wet Ketenaansprakelijkheid uit 1981. Bedrijven die uitzendkrachten inhuurden en hun minder dan het minimumloon betaalden, wachtten hoge boetes. Eind jaren tachtig, begin jaren negentig viel de koppelbazerij dankzij de nieuwe wetgeving goed te beteugelen. De arbeidersstroom uit Oost-Europa die in 2000 begon, maakte echter dat het koppelwerk weer aantrekkelijk werd. De afschaffing van de vergunningsplicht voor uitzendbureaus in 1998 maakte dat de koppelbaas weer terug kon komen. De markt moest het werk voortaan doen, was de gedachte. „Al maakte de afschaffing van die vergunningsplicht eigenlijk legaal wat in die periode al weer praktijk was”, zegt Nuyten. De overheid deed al weinig om de uitzendbureaus te controleren en vanaf 1998 kon iedereen makkelijk en legaal een uitzendonderneming starten. Aan een auto en een mobiel telefoonnummer had de koppelbaas voldoende om aan de slag te gaan.

Gegeven de abominabele werkomstandigheden van de arbeidsmigranten lijkt de voor de hand liggende oplossing herinvoering van de vergunningsplicht voor uitzendbureaus. Maar alleen al in de bouwsector zou de vergunningsplicht onvoldoende zijn om het de koppelbaas lastiger te maken. In de bouw hebben koppelbazen namelijk een nieuwe manier gevonden om onder het minimumloon, belastingen en premies uit te komen. Ze laten de arbeiders als zelfstandige zonder personeel (zzp’er) registreren bij de Belastingdienst, dat ontslaat de opdrachtgever van de verplichting het minimumloon te betalen. „Zo ontvluchten ze het arbeidsrecht”, zegt Han Westerhof van vakbond FNV Bouw.

Een zelfstandig ondernemer bepaalt immers zelf zijn tarieven én verstuurt ook zelf zijn facturen. In de praktijk gebeurt dat niet, omdat de Pool of Bulgaar niet eens weet dat hij zelfstandig ondernemer is en dat hij dus een rekening moet sturen. En in bijvoorbeeld de verpakkingsindustrie rekent de koppelbaas alsnog stukloon, omdat zzp’ers buiten de cao’s vallen. Binnen de cao is dat verboden.

Gerlof Roubos van uitzendbond VIA spreekt er schande van: „Het eerste wat die baas met de Polen doet als ze in Nederland aankomen, is langs de Kamer van Koophandel gaan om ze een handtekening te laten zetten om zelfstandig te worden. Zij hebben geen idee waarvoor ze tekenen.”

De overheid doet onvoldoende om de koppelbaaspraktijken de kop in te drukken, stellen de vakbonden. Daarbij voldoen de controles van de Arbeidsinspectie niet. De inspectie controleert nu vooral op ontduiking van belastingen en op onderbetaling, maar kijkt niet naar de koppelbaas die tientallen zzp’ers op zijn adres heeft laten inschrijven.

„Kennelijk is de overheid niet machtig genoeg om bij te sturen en hebben werkgevers baat bij de zwarte markt. Ze roepen natuurlijk dat het beter moet, maar ze willen niet ècht een verbod”, zegt Westerhof van FNV Bouw. Met alleen nette uitzendbureaus die het minimumloon vragen, snijdt de werkgever zichzelf in de vingers, zegt hij. „Hun concurrentiepositie wordt er dan alleen maar slechter op, zij hebben juist flexibel personeel nodig.” Ook zijn collega Nuyten verwacht dat de koppelbaas nooit uit Nederland verdwijnt: „Er is altijd een groep mensen die brood in deze criminele praktijken ziet.”