Bot bombast bij begaafde Guillemots

Pop Guillemots. Gehoord: 7/6 Paradiso, Amsterdam.

Alles lijkt te kloppen aan de Britse groep Guillemots: een inventief gitarist, een hardwerkende drummer, een virtuoos-vrolijke bassiste en een toetsenman met een hemelreikende stem. Guillemots, genoemd naar een watervogelsoort van de Shetlandeilanden, blinkt uit door artistieke ambitie. Ze willen geen gewone popliedjes maken, maar uitgaande van elektronische vondsten en buitenissige ritmes tot iets origineels komen.

Fyfe Dangerfield werd al eens omschreven als ‘een ADHD-versie van Jamie Cullum’ maar kan ook uit de hoek komen als een ingetogen pianoman à la Chris Martin van Coldplay. Contrabassiste Aristazabal Hawkes, oorspronkelijk Canadese, heeft met Kim Deal van The Pixies gemeen dat ze niet op het podium kan staan zonder een stralende, aanstekelijke glimlach. Gitarist MC Lord Magrao speelde eerder in een metalband, maar kan ook intrigerende spacegeluiden aan zijn snaren onttrekken.

Maar vier getalenteerde muzikanten op één podium maken nog geen band. Als uit de hand gelopen experiment van de Rockacademie neemt Guillemots de ruimte om mogelijkheden te onderzoeken, soms tegen de klippen op. Het tweede volwaardige album Red is een indrukwekkende proeve van bekwaamheid, waarbij ze een bombastisch geluid niet schuwen.

Die bombast maakt Guillemots op het podium bijna onverteerbaar. Melancholieke liedjes als Made up love song #43 werden bot gevolgd door uitbarstingen als de single Kriss kross, een vrij vleugellamme poging in te haken op de hippere elektropop van The Klaxons en Crystal Castles. Zo hip zijn de Guillemots niet; drummer Greig Stewart is een zwoeger die de muziek dicht timmert. Achter de geluidjes die Dangerfield uit zijn toetsen tovert, schuilt een singer/songwriter in de traditie van Elton John, die maar mondjesmaat naar buiten mag komen. Als hij het in Last kiss ook nog tegen de piepstem van Aristazabal moet opnemen voor een banaal discoduet, is de identiteit echt zoek.