Beursexit Exendis wekt wrevel

Elektronicabedrijf Exendis is, na een forse afslanking, te klein om nog aan de beurs genoteerd te zijn. Maar tegen welke prijs kan het bedrijf worden verkocht?

Frans Faas, die bekend staat als belegger in kleine beursfondsen, laat weer van zich horen. De eigenaar van investeringsfonds Recalcico heeft nog maar net een mislukte poging om de Brabantse beddenleverancier Dico over te nemen achter de rug, of hij heeft alweer een nieuw doelwit: Exendis.

Dit elektronicabedrijf uit Ede, onder andere producent van energietransformatoren en batterijopladers, kondigde vorige week een management buy-out aan. Drie managers willen het bedrijf, met instemming van de raad van bestuur, voor 5 miljoen euro van de beurs halen.

Daar gaat een hele geschiedenis aan vooraf. In 2003 boekte Exendis nog een omzet van 32,7 miljoen euro. Na een mislukte overname in 2001 en hevige concurrentie uit Azië is daar inmiddels nog maar 8 miljoen euro van over. Het personeelsbestand kromp in dezelfde periode van 266 naar 38 werknemers. Maar het bedrijf maakt de laatste jaren wel weer winst: in 2007 700.000 euro.

Volgens bestuursvoorzitter Béla Jankovich heeft het management in 2005 „de boel weer op orde gekregen”, door een reorganisatie door te voeren. Maar het bedrijf is volgens hem te klein om de kosten van de beursnotering – zo’n 265.000 euro per jaar – nog langer te kunnen dragen.

Bovendien is Exendis inmiddels een van de kleinste aan Euronext Amsterdam genoteerde fondsen en gaan er dagen voorbij zonder dat er in het aandeel gehandeld wordt.

Exendis heeft inmiddels overeenstemming bereikt met drie managers over overname van alle vier de Nederlandse onderdelen van het bedrijf, plus een Hongaarse dochter. De regionale ontwikkelingsmaatschappij Participatie Maatschappij Oost-Nederland (PPM Oost), die wordt gefinancierd door het ministerie van Economische Zaken en tot doel heeft de regionale economie in Gelderland en Overijssel te stimuleren, neemt ook deel in de overname.

De voorlopige koopovereenkomst is inmiddels door KPMG als ‘eerlijk’ beoordeeld. Na goedkeuring door de algemene vergadering van aandeelhouders houdt Exendis op te bestaan en treedt directeur Béla Jankovich terug.

Op de vraag wat het oordeel van de accountant over de verkoopprijs precies behelst, reageert partner Bas van Helden van KPMG Corporate Finance als door een wesp gestoken. „Ik stel dit telefoontje niet op prijs”, zegt hij. In de beoordeling van KPMG staat dat het oordeel gebaseerd is op de voorlopige koopovereenkomst, zonder dat de accountant zelf onafhankelijk het bedrijf heeft getaxeerd.

Frans Faas, die met zijn beleggingsfonds Recalcico ruim 10 procent van de aandelen van Exendis bezit, vindt die overnameprijs te laag. „Exendis heeft nog 4 miljoen euro in kas en zou een deel daarvan moeten uitkeren aan aandeelhouders in de vorm van dividend.” Faas vindt dat Exendis minimaal 7,5 miljoen euro moet opbrengen, waarvan 2,5 miljoen in de vorm van dividend. „Dan heeft het management na de overname nog 1,5 miljoen euro in kas en kost de overname dus eigenlijk maar 3,5 miljoen euro.”

Faas verwacht dat Exendis dit jaar circa 800.000 euro bedrijfsresultaat zal boeken. „Bovendien bespaart het nieuwe management 265.000 euro aan beurskosten, dus dat is in totaal meer dan een miljoen euro winst. De werkelijke overnameprijs is dus maar drie à vier keer het bedrijfsresultaat. Voor een kennisintensief bedrijf, dat bovendien schuldenvrij is, is dat onaanvaardbaar.” Volgens Jankovich gaat het om vijf à zes keer het bedrijfsresultaat.

Volgens Béla Jankovich bezit zijn familie 34 procent van de aandelen Exendis. Jószef Jankovich, lid van de raad van commissarissen van het bedrijf, ontvluchtte in 1956 het communisme in Hongarije. Eind jaren zeventig nam József Jankovich Exendis over, dat toen nog De Drie Electronics heette. In 1986 bracht hij het bedrijf, dat toen snel groeide door elektronicadeals met het ministerie van Defensie, naar de beurs.

Nog geen twintig jaar later stond het bedrijf, inmiddels onder leiding van Józsefs zoon Béla Jankovich, aan de rand van een faillissement. Exendis leed jarenlang miljoenenverliezen op de in 2001 overgenomen Duitse dochter Industrie Automation Energiesysteme (IAE).

In 2005 besloot Exendis de Duitse dochter als verloren te beschouwen en schreef het bedrijf er 1 miljoen euro op af. Ook moest een reorganisatievoorziening worden getroffen van 900.000 euro. Noodgedwongen moest het bedrijf uit Ede de succesvolle productie van transformatoren verkopen. Béla Jankovich kondigde in juni 2005 al aan dat hij per 1 april 2006 als directeur bij het bedrijf zou stoppen, maar voorlopig is hem dat nog niet gelukt.

Op 23 juni moeten de aandeelhouders over de voorlopige koopovereenkomst beslissen. Frans Faas overweegt, indien er geen zicht is op een hoger bod, tegen de overname te stemmen.