Arabische Richard te plat voor Westen

Theater Richard III van William Shakespeare, door Sulayman Al-Bassam Theatre. Gezien 7 juni Bellevue Amsterdam. Info www.hollandfestival.nl.

Als in een talkshow voor een Arabische staatszender zitten de emirs op een rij. Emir Richard moet koning worden, maar hij wil niet. Dus proberen de anderen hem over te halen. Ze voeren een toneelstukje op zoals politici dat graag doen, vooral in dictaturen. Want iedereen weet allang dat Richard heel graag koning wil worden en daarvoor zelfs zijn halve familie heeft uitgemoord. De tv-studio is een passende, moderne setting voor Richard, de politicus die trots toont hoe hij zijn schurkachtige bedoelingen kundig verbergt achter brutaal toneelspel.

Op het Holland Festival was dit weekeinde Richard III: An Arabian Tragedy te zien, een bewerking door de Koeweits-Britse regisseur Sulayman Al-Bassam van Shakespeares populaire tragedie uit 1592 of 1594. Hij verplaatste de handeling naar een Golfstaat.

Deze Arabische Richard III moet het vooral hebben van die scherpe verwijzingen naar het Midden-Oosten, kruitvat van de wereld, van de exotische sensatie naar een echt Arabisch toneelstuk te kijken, en van het opgewonden gevoel dat we mogen meekijken met Arabische ogen naar die voor westerlingen fascinerende wereld. Verder zorgt Al-Bassam dat je je geen moment verveelt, en veel lacht.

Al-Bassam doet er alles aan om zijn Richard III naar het heden te halen. Zijn versie verwijst vaak naar de actualiteit, zit barstensvol en heeft een razende vaart. Hij tovert een beetje met zijn glazen achterwand, waarachter dansers of stille achterkamertjesscènes zijn te zien, en projecteert er teksten op, e-mails van een CIA-spion en beelden van de live tv-uitzendingen waarin verschillende scènes zijn verpakt. Afgezien van bovenstaande tv-scène overtuigen deze moderne vormen niet zo, omdat we die in Nederland wel beter uitgevoerd zagen. Bovendien kan Al-Bassam niet zo goed focussen. Te veel beelden vechten om onze aandacht, waardoor ook een deel van het toch al ingewikkelde plot onduidelijk wordt.

Bovenal trekken de acteurs veel aandacht, in een speelstijl die in dit deel van de wereld zo’n vijftig jaar geleden uit de mode raakte, inclusief rollende ogen vol waanzin. Vooral Fayez Kazak, die Richard speelt, is een ijdel mannetje dat ons gretig laat weten wanneer zijn personage huichelt en succesrijk complotteert. Alle acteurs beheersen die speelwijze uitstekend en het acteursvertoon draagt bij aan de exotische sensatie. Maar het maakt deze Richard wel wat ouderwets voor verfijnde westerse oren, en enigszins plat.

Ook omdat Al-Bassam een in wezen eenduidige Richard-opvatting heeft. Hij is louter de handenwringende snoodaard die ons gnuivend deelachtig maakt van zijn cunning plans. Tragisch wordt hij niet, wel de levendige spil in een enerverende Arabisch satire.