Afghaan is moe van herstel

De Wereldbank uitte vorige week openlijk kritiek over de corruptie in Afghanistan.

De verhalen ondermijnen het prestige van de president.

President Karzai van Afghanistan wordt opgewacht op het vliegveld van Rotterdam. Foto Roel Rozenburg Rotterdam : 9.6.2008 Bezoek president Karzai aan Nederland, voor aankomst op Rotterdam-airport © foto Roel Rozenburg Rozenburg, Roel

Over politiek wil autohandelaar Noor Faqiri (38) het niet hebben. Maar dat zijn zaak al enige tijd niet best loopt, daar maakt hij geen geheim van. Afgelopen week verkocht hij zelfs geen enkele auto, verzucht hij. Op de parkeerplaats voor zijn kantoortje, op een kale vlakte even ten noordoosten van de Afghaanse hoofdstad Kabul, staat een dertigtal tweedehands auto’s te schitteren in de brandende zon. Twee hebben nog een Californisch nummerbord, op de achterruit van drie andere zitten nog stickers met de Duitse vlag.

Noor Faqiri verhuurt ook luxe terreinwagens aan buitenlandse hulporganisaties en aan zakenlieden. Zo houdt hij het hoofd boven water. Maar toch: „Dit moet niet heel lang meer duren”, zegt hij. Er zijn veel te veel autohandelaren, legt hij uit. De spoeling is heel dun geworden. En de hooggestemde verwachtingen over economische voorspoed zijn niet uitgekomen. Veel mensen hebben geen werk. Brandstof wordt duurder. Het wordt onveiliger op straat. „Klanten willen nu hun auto inruilen voor een goedkoper model, omdat ze bang zijn voor overvallen en diefstal.”

Autoverkoper Faqiri is niet de enige Afghaan met hoofdpijn. Na de verdrijving van de Talibaan en Karzai’s aantreden, zes jaar geleden, voerde optimisme lang de boventoon. Maar de stemming is omgeslagen. Aan de vooravond van een donorconferentie in Parijs overheerst scepsis. Over de integriteit van de Afghaanse regering. Over de inzet van de internationale gemeenschap om Afghanistan voor decennia bij te staan. En over de effectiviteit van de militaire strategie tegen Talibaan en Al-Qaeda.

Vorige week zette de Wereldbank de toon voor de conferentie in Parijs. Ze uitte openlijk kritiek op de wijdverspreide corruptie in Afghanistan. En ze betwijfelde of de Afghaanse regering wel in staat is een goed ontwikkelingsbeleid voor het land te voeren. De Wereldbank is niet de enige die vragen stelt. Drie maanden geleden publiceerde ACBAR, een overkoepeling van bijna alle niet-gouvernementele hulporganisaties in Afghanistan, een vernietigend rapport over de hulpverlening (zie kader).

Professor Yadgari (64), hoofd van de economische faculteit van de Universiteit van Kabul, knijpt zijn ogen dicht. „Ik zal u de waarheid vertellen”, zegt hij. „Er is veel verbeterd in Afghanistan. Maar de verbeteringen staan in geen verhouding tot de omvang van de hulp die het land binnenstroomt. Ik zie geen langetermijninvesteringen. Investeerders vinden de situatie nog veel te onzeker.”

Net als autoverkoper Faqiri wil professor Yadgari het liever niet hebben over politiek. Maar de frustraties van Afghanen over de buitenlandse hulpverlening kan hij goed begrijpen. Iedereen ziet de buitenlanders rondrijden in dure auto’s en iedereen weet hoe hoog hun salarissen zijn. Iedereen kent verhalen over krijgsheren die grote sommen geld in hun zak steken. Iedereen weet van de corruptie binnen de overheid. Ook Faqiri moet bijbetalen om de papieren voor zijn auto’s in orde te krijgen.

Juist dit soort verhalen ondermijnt steeds meer het prestige van Karzai. Toch is hij niet het probleem, meent professor Yadgari, en zegt ook politicoloog Nasrullah Stanakzi. Niet Karzai treft blaam, maar corrupte en incapabele ministers in zijn regering. En die schuif je niet zomaar terzijde.

De problemen waarvoor Karzai staat zijn gigantisch, somt Stanakzi in staccato op: Talibaan, Al-Qaeda, drugs, corruptie, de krijgsheren met hun sterke regionale machtsbases, inmenging van buurland Pakistan dat de Talibaan herbergt. En dan zijn er nog de coalitiegenoten van de NAVO, waarmee Karzai regelmatig van mening verschilt over hun aanpak van terreurbestrijding. „Karzai is geen zwakke leider. Hij is er heel goed in geslaagd om het evenwicht te vinden tussen de drie kampen in zijn regering”, zegt Stanakzi. Even later: „Het probleem is natuurlijk dat we geen alternatief hebben voor Karzai.”

Dat laatste is helaas maar al te waar, zegt Hashim Mayar, onderdirecteur van ACBAR, de organisatie die het kritische rapport over de hulp opstelde. Toen Karzai in 2004 werd gekozen had hij het mandaat om een sterk kabinet samen te stellen, zegt hij. Maar daarvoor deinsde hij terug. Hij sloot compromissen en het momentum voor echte veranderingen ging zo verloren. Mayar: „Maar ondanks zijn zwakheden zou ik weer op Karzai stemmen, omdat ik niemand anders zie die iets positiefs teweeg kan brengen”.Zo bezien is Karzai de komende jaren hard nodig. „Als je praat over duurzame verandering ten goede in Afghanistan dan praat je over een periode van 30 tot 40 jaar”, zegt Mayar.

Voor de economiestudenten van professor Yadgari is er voorlopig werk genoeg. Degenen die dit voorjaar afstudeerden kregen snel goedbetaalde banen aangeboden, bij ministeries, overheidsinstellingen en buitenlandse ambassades en hulporganisaties, zegt Yadgari. Ze verdienen al gauw vijfhonderd tot duizend dollar in de maand. Hun oude hoogleraar krijgt 350 dollar in de maand.

Lees een interview met Karzai: nrc.nl/buitenland