Zakenvilla besluit wie de macht krijgt in Belgrado

Het Westen wil voorkomen dat de radicale nationalisten in Servië een regering vormen.

‘Manipulatie als in de tijd van Milosevic wordt niet geschuwd.’

Een van de villa’s van Slobodan Milosevic in Belgrado, voor (foto) en na de NAVO-bombardementen in april 1999 . Het huis staat in dezelfde wijk als de villa van zakenclub Privrednik. Foto’s AP This undated photo released in Belgrade, Thursday, April 22, 1999, is said to show the a residence of Yugoslave President Slobadan Milosevic in Belgrade's wealthy Dedinje district. The residency was destroyed in a pre dawn raid Thursday, in the latest NATO air strike on the capital, according to the state-run Tanjug news agency. The president and his family were not inside the villa at the time of the attack the agency reported. (AP Photo/str) Associated Press

In de heuvels van Dedinje, het Wassenaar van de Servische hoofdstad Belgrado, staat de villa van business club Privrednik. Het pand aan de Sekspirova-straat straalt rijkdom en invloed uit. Wie er mag aanschuiven voor een officiële lunch kan zich rekenen tot de Servische elite. Hier worden de belangrijkste beslissingen genomen – over de verdeling van de economische macht, over welke politieke partij financiering behoeft en over welke politicus op een zijspoor moet worden gezet.

Servië’s rijkste mannen, 43 in totaal, zijn lid van Privrednik. Een bont gezelschap van tycoons die hun loopbaan begonnen in de jaren zeventig, in het voormalige Joegoslavië en die hun imperia uitbouwden onder het regiem van Slobodan Milosevic. Vastgoed- en verzekeringsgigant Miskovic, de rijkste Serviër met een geschat vermogen van twee miljard euro, diende in 1990 nog even als vicepremier. Clubvoorzitter Djunic, succesvol investeerder, was onder Milosevic minister.

„De politieke invloed van de tycoons is enorm groot”, zegt Lilja Smajlovic, hoofdredactrice van het gezaghebbende dagblad Politika. „Als je wilt begrijpen hoe dit land werkt moet je de belangen van de tycoons kennen”, zegt politiek-analist Bratislav Grubacic.

Een krappe maand na de verkiezingen is Belgrado het decor van een felle strijd om de macht. De winnaar, het pro-westerse blok rond de Democratische Partij (DS) van president Boris Tadic, heeft de socialistische partij van wijlen Milosevic (SPS) nodig om een meerderheidsregering te vormen. De verliezers – de Servische Radicale Partij (SRS) van Tomislav Nikolic en de anti-Europa gezinde partij DSS van demissionair premier Vojislav Kostunica – proberen een coalitie te smeden, maar kunnen eveneens niet zonder SPS.

De mogelijke vorming van een SRS-DS-SPS-coalitie is in de ogen van westerse diplomaten in Belgrado een „horrorscenario”, zegt Smajlovic. „De Amerikanen en Europeanen willen een regering die het verlies van de Servische provincie Kosovo accepteert.”

Het uitroepen van de onafhankelijkheid door de Kosovo-Albanezen, in februari, leidde tot gewelddadige betogingen in Belgrado waarbij hooligans de Amerikaanse ambassade in brand zetten. Smajlovic: „De Amerikanen zien Kostunica als de indirecte ‘brandstichter’ die jongeren tot het geweld aanzette en er vervolgens niet tegen optrad. Een nieuwe regering met Kostunica aan boord willen zij met alle middelen dwarsbomen.”

De EU reikte Servië een stabilisatie-en associatieakkoord (SAA) aan, een eerste stap naar een EU-lidmaatschap. Maar Kostunica ziet het als een goedmakertje voor het verlies van Kosovo, en beschouwt de SAA als juridisch ongeldig. „Voor de VS en de EU is Kostunica een lastpak”, zegt Smajlovic. „Ze willen een regering van ‘softe’ Tadic-democraten, en om dat te bereiken hanteren ze onorthodoxe, ondemocratische middelen.”

EU-gezanten en (oud-)diplomaten, namens VS en VN, wurmen zich per taxi dezer dagen door het drukke verkeer van Belgrado. Van het hoofdkwartier van de democraten naar het restaurant voor een lunch met de socialisten. Aftasten, beloven, dreigen, onder druk zetten – het spel wordt, zegt Smajlovic, „schaamteloos en in alle openheid gespeeld”.

„Amerikanen en Britten zitten in de cockpit bij de vorming van de regering”, zegt een in Belgrado gestationeerde westerse diplomaat.

In de Servische media eist de Amerikaanse ambassadeur Cameron Munter voor zichzelf de rol van aangever-achter-de-schermen op en is, zo zegt hij in elk interview, „ervan overtuigd dat in Servië een pro-westerse regering aantreedt”. Munter maakte onlangs zijn opwachting in de Privrednik-villa aan de Sekspirova, om de tycoons om hulp te vragen bij de vorming van een democratische regering. „Ik voel me niet vrij om over de betekenis van die bijeenkomst te praten”, zegt Privrednik-voorzitter Djunic.

„Dit is waanzin”, zegt Politika-hoofdredactrice Smajlovic over Munters inmenging in de Servische politiek. „Sommige leden van Privrednik zijn door zijn ambassade op een zwarte lijst gezet wegens vermeende betrokkenheid bij fraude en corruptie. Ze mogen niet eens als toerist naar de VS reizen. Maar vanwege hun politiek-economische invloed zijn ze plots interessante gesprekspartners.”

De westerse inmenging gaat volgens Smajlovic „te ver”. Het is manipuleren zoals we gewend zijn van Milosevic. Met democratie heeft het niets te maken.” De drijfveer van de westerse gezanten is, zegt Smajlovic, faalangst. „Als de radicalen aan de macht komen blijft Kosovo een open zenuw en is alle moeite van de internationale gemeenschap voor niets geweest.”

Op 15 juni neemt de regering in Kosovo een grondwet aan. Het valt samen met de geplande datum van overdracht van het VN-bestuur in Kosovo aan de EU-missie EULEX. Maar de afgelopen maanden werd duidelijk dat de Kosovo-Serviërs, voornamelijk woonachtig in noord-Kosovo, het EU-gezag zullen blijven ondermijnen.

In hoeverre trekken de VN zich terug? En met welk mandaat kan EULEX werken? Voor het vinden van antwoorden op die vragen is de internationale gemeenschap gebaat bij een ‘softe’ DS-SPS-coalitie, zegt Smajlovic. „Er wordt dus aangestuurd op een regering met een partij [SPS, red.] die nog altijd vecht voor de rehabilitatie van Milosevic.” De SPS is voor de Amerikanen en Britten „acceptabel”, zegt politiek-analist Grubacic. „Het is een corrupte partij, maar klein, en dus controleerbaar.”

Voor welk kamp de Privrednik-tycoons zullen kiezen is volgens Grubacic „afhankelijk van hoe de wind waait”. Komende jaren staan in Servië grote, lucratieve privatiseringen van oude staatsbedrijven op de agenda. Om daar zakelijk van te profiteren zijn warme politieke banden in eigen land onontbeerlijk. Grubacic: „De buitenwereld zoekt voor Servië een oplossing vanwege de kwestie-Kosovo. In Servië zelf maakt men zich op voor het verdelen van de buit.”

Lees over alle leden en de missie van Privrednik op www. serbian-business-club.co.yu