Vijf voor twaalf

Elke keer dat mijn vrouw mij vraagt hoe laat het is, zeg ik tegenwoordig: „Vijf voor twaalf, althans voor jullie.”

Onder het familiaire ‘jullie’ versta ik de Partij van de Arbeid, de bekende politieke partij waarvan zij nog altijd lid is, tenzij ze inmiddels stilzwijgend van hogerhand geroyeerd is vanwege enkele dissidente meningen die zij op deze plaats wel eens geuit heeft.

Zij vond het zo langzamerhand een nogal versleten grap van mij en daarom was ik zeer aangenaam verrast toen gistermiddag in het tv-programma Buitenhof ook de prominente PvdA’er Arie van der Zwan ongevraagd stelde dat het „vijf voor twaalf” voor de PvdA was.

„Nu hoor je het ook eens van een ander”, had ik al bijna gezegd, maar ik deinsde terug toen bleek dat Van der Zwan het om een andere reden al behoorlijk bij mijn vrouw verbruid had. Hij riep in deze uitzending de sceptici in de PvdA manhaftig op om nu eindelijk eens op te houden met al hun kritiek en de rijen te sluiten.

„Dat moet hij nodig zeggen na eerst in een boek en alle publiciteit eromheen met de partij de vloer te hebben aangeveegd”, zei mijn vrouw. „Hij vond Bos een ‘onzekere, krampachtige’ leider en het CDA had groot gelijk dat ze hem een ‘draaikont’ hadden genoemd. En de partij zelf miste volgens hem ‘een hart’ en ‘elke vorm van bezieling’. Maar nu zijn boekje is verkocht, moeten we de rijen sluiten! Laat die Van der Zwan ophoepelen naar de SP, de partij waar hij zo dol op is. Wie is hier de draaikont?”

„Rustig, rustig”, maande ik, want het was buiten al warm genoeg – wat deden we hier eigenlijk thuis voor de buis met al die politieke mannen?

„Ik kan me ook zó aan die kerels ergeren. Ze zitten er alleen voor zichzelf.”

„Maar jij hebt toch zelf ook steeds meer kritiek geuit”, wierp ik, uiterst voorzichtig, tegen.

„Constructieve kritiek, daar is niets op tegen. Maar de partij is de laatste tijd het mikpunt van allerlei leedvermaak aan het worden, ook in de media, en daar doe ik niet aan mee. Hoera! Weer vijf zetels minder! Leuk! Maar wat is het alternatief? Wilders? Verdonk?”

„Pechtold.”

„Aardige man, flinker dan ik had gedacht. Maar komt hij straks weer aanzetten met het districtenstelsel en allerlei onzinnige referendumplannetjes?”

Ik leidde de aandacht weer terug naar de PvdA, want aan één partij hebben wij thuis onze handen al meer dan vol.

Wouter Bos, had ik van de kenners in Buitenhof begrepen, zal zaterdag op het partijcongres een historische, zeg maar rustig Obama-achtige redevoering houden, waarin hij de partij bij de hand neemt om haar naar de grazige weiden van een politiek onbezorgde toekomst te leiden. Alle tegenstellingen zullen worden verzoend, Frans Timmermans („Een goeie figuur”, vindt mijn vrouw) mag op weg naar D66 en Mariëtte Hamer naar de SP (samen met Van der Zwan), het geeft allemaal niks, want ooit komen ze elkaar allemaal op hetzelfde kruispunt tegen, waar de Grote Verkeersleider in de persoon van Wouter Bos alles in goede banen zal leiden.

„Dus jij gelooft er niet in”, zei mijn vrouw na mijn overigens allerminst ironisch bedoelde samenvatting.

„Ik geloof alleen in jou”, zei ik – om te redden wat er nog te redden viel.