Venezuela schrapt spionagewetgeving

De Venezolaanse president Hugo Chávez heeft gisteren beloofd een verregaande hervorming van de inlichtingendiensten aan te passen, nadat hiertegen breed maatschappelijk protest was ontstaan van Venezolanen die vreesden dat de wet hun burgerrechten zou aantasten.

„Ik ga niet het onverdedigbare verdedigen”, zei Chávez, die beaamde dat er „fouten” waren gemaakt bij het opstellen van het wetsvoorstel, dat een commissie daarom nu gaat herschrijven.

Het aanvankelijke wetsvoorstel bepaalde dat alle burgers verplicht werden hun medewerking te verlenen aan de geheime diensten, op straffe van vier jaar gevangenisstraf. Ook zouden ze zonder gerechtelijk bevel kunnen worden gearresteerd of afgeluisterd. Verder zouden ook rechters en openbaar aanklagers zich moeten schikken naar de inlichtingdiensten.

Veel Venezolanen vreesden dat ze daardoor gedwongen zouden worden hun naaste omgeving te bespioneren en volgens de regering subversieve activiteiten te verklikken.

Daarbij werd door tegenstanders het schrikbeeld opgeroepen van het Cuba van Fidel Castro, een nauwe bondgenoot van Chávez. Op het socialistisch geregeerde eiland heeft het regime in elk huizenblok zogeheten Buurtcomités ter Verdediging van de Revolutie, die het inzet voor het uitdelen van gunsten en goederen in ruil voor goed ‘revolutionair’ gedrag, waaronder het verraden van familieleden, kennissen en buren die bijvoorbeeld illegaal een inkomen bij elkaar proberen te verdienen of die actief zijn in de oppositie.

Mensenrechtenorganisaties vergeleken de wet ook wel met de Patriot Act die na ‘11 september’ in de VS werd ingesteld en volgens welke burgers zonder tussenkomst van justitie en zonder aanklacht kunnen worden vastgezet. (AFP)