Thieme puft, hijgt, lalt, bralt en fluistert

Theater Molière, door de Schaubühne am Lehniner Platz. Regie: Luk Perceval. Gezien: 7/6 Stadsschouwburg Amsterdam.

„Liefde is een christelijke plicht. Liefde is papperlapap. Liefde is antivries.” De dikke acteur brult het uit; tientallen definities van de liefde spuwt hij in de microfoon, waarbij, tegelijk met het koude woord antivries, sneeuwvlokken uit de toneelhemel komen vallen. Een sneeuwbui van vuur uur lang.

Molière heet deze performance, met in de hoofdrol toneelspeler Thomas Thieme. Alles gaat in het Duits, want dit is een voorstelling van de Berlijnse Schaubühne am Lehniner Platz. Een woeste boventiteling houdt het geraaskal op de speelvloer bij, maar het Duits met veel scheldwoorden is sowieso niet al te moeilijk te volgen.

Regisseur Luk Perceval vergrijpt zich op de grofst denkbare manier aan het werk van de Franse komedieschrijver Molière (1622-1673). Samen met Feridun Zaimoglu en Günter Senkel haalt hij De misantroop, Don Juan, Tartuffe en De vrek overhoop en plakt er ook nog wat zaken uit Molières leven aan vast.

Het is niet altijd duidelijk wie Thieme speelt: zijn personages zijn allemaal even bezeten. Bezeten van haat en zelfhaat, van wereld- en zelfverachting, van seks en het mislukken daarvan, bezeten ook van het steeds gebrekkiger eigen lichaam en van de onbetrouwbare lijven van wijven. Thieme puft, hijgt, lalt, bralt en fluistert: alle cholerische nuances worden via microfoons versterkt. Hij zit op een barkruk of op een enorme versterker. Ook de andere spelers hangen in ongemakkelijke poses over geluidsboxen heen. Soms barsten ze uit in vals gezang. over de liefde.

Als Perceval zich ergens over opwindt, dan is het wel over het misbruik van het woord liefde door kerk, staat en huwelijkstoezichthouders. Politici dekken met het woordje hun misdaden toe, religieuze leiders trekken liefde predikend ten oorlog en mannen houden hun vrouwen onder het mom van liefde eronder, met de zegen van meneer pastoor. Of van diens hippere equivalent. In het beste deel van de voorstelling komt Thieme op als goeroe. Zijn Tartuffe heeft ontdekt dat hij anderen blij kan maken met vrome oplichterij en nu doet hij zich voor als een zoetgevooisde Meester die alle holistische toverformules kent. Nog een acteur zet zich hier volledig in: Thomas Bading speelt de door Tartuffe bedrogen burgerman Orgon met een heerlijk mengsel van gluiperigheid en extase. Verrukt danst hij om de nepgoeroe heen, die hem vrouw en vermogen ontfutselt.

Dit deel is zo goed omdat het dichter bij de oorspronkelijke komedie blijft. Iets van Molières geniale scènes is gespaard gebleven. In de andere delen overheerst de plotloze monomane monoloog. Virtuoos gespeeld en soms briljant verbeeld. Maar Percevals verontwaardiging verrast al gauw niet meer, en blijkt zelfs een beetje quasi-rebels en dommig-somber. Met minder middelen wist de echte Molière meer te bereiken. Over zijn ontmaskering van de leugenachtigheid van kerk, staat en society was zijn publiek echt geschokt. Het herkende zichzelf op het toneel. In Percevals freakshow blijven de figuren op afstand. En dat is, welbeschouwd, te veilig.