The Dodos vragen om intimiteit

Pop The Dodos. Gehoord: 7/6 Paradiso, Amsterdam. Herh. 30/8 festival De Beschaving, Utrecht.

The Dodos uit San Francisco speelden zaterdagavond in de grote zaal van Paradiso, Amsterdam. Hoewel weinig mensen hun muziek kenden, dromden de luisteraars tot aan het podium.

Dat effect is veelzeggend. De liedjes van The Dodos zijn niet direct te doorgronden, maar worden door de drie muzikanten zo enerverend uitgevoerd dat je het van dichtbij wilt meemaken. Alleen al hun opstelling vraagt om intimiteit: links zanger/gitarist Meric Long op een stoel, tegenover hem drummer Logan Kroeber achter zijn kleine drumkit.

Sommige zangpartijen zingen ze samen unisono, wat hun eensgezindheid nog lijkt te vergroten. Op de achtergrond verscheen bij een aantal nummers vibrafonist Joe Haner, die even hard op zijn vibrafoon timmerde als op de ijzeren prullenbak naast hem.

The Dodos passen in een trend. Bij sommige Amerikaanse gitaarbands worden de nummers langer, de instrumentaties experimenteler en de vorm anders dan in de geijkte popsong. Dit is te horen bij groepen als Clap Your Hands Say Yeah!, TV On The Radio en in mindere mate bij Vampire Weekend.

Op hun tweede cd, The Visiter , (vernoemd naar een kindertekening, inclusief spelfout) spelen The Dodos lange meanderende nummers die van vorm naar vorm lijken te glijden, gespeeld op een jagende akoestische gitaar, en met de frenetieke drumstijl van ex-metaldrummer Kroeber.

Veel liedjes, zo bleek in Paradiso, beginnen als een kampvuurlied met Meric Long als kalmerende verteller, en krijgen dan een break, waarna de muzikanten losbarsten in een woeste achtervolging langs elementen van de blues, country en folk.

Op die hypnotiserende momenten leken de leden van The Dodos op een driekoppig monster. Alles draaide om ritme: Long trommelde op de snaren en Haner sloeg hard op de ijzeren toetsen van zijn vibrafoon tot de ijzeren stellage vervaarlijk begon te zwaaien.

    • Door
    • Hester Carvalho