Stel je voor: voetbal zonder biertje

Naar Oranje kijken op de bank of in het café: een feestje waar alcohol niet mag ontbreken.

Dat is een probleem dat iedereen ontkent, vindt hulpverlener Stofferius.

De maatschappij heeft een alcoholprobleem. Van politieke en zakelijke deals tot alles wat er maar te vieren is, vrijwel altijd komt er drank aan te pas. We kunnen niet meer zonder, maar niemand wil het erkennen.

Dat stelt Erik Stofferis (1960) in zijn boek De Grote Verdoving. Daarin behandelt hij, aan de hand van cijfers en praktijkvoorbeelden, de alcoholproblematiek vanuit het perspectief van de samenleving. Stofferis was zelf verslaafd en is nu directeur van De Helderheid in Utrecht, een stichting voor verslavingsproblematiek. De probleemdrinkers in zijn praktijk hebben vaak een goede baan en een gezin. „Wie niet drinkt, heeft wat uit te leggen.”

Waarom nu een boek over alcoholproblematiek?

„In Nederland hebben 1,5 miljoen mensen een alcoholprobleem, dat wil zeggen dat zijzelf of hun omgeving er last van hebben. Het aantal probleemdrinkers groeit, maar het wordt collectief ontkend. Wanneer mensen constateren dat ze een alcoholprobleem hebben, duurt het gemiddeld zeven jaar voor ze hulp zoeken. Ik kom in mijn praktijk allerlei verslavingen tegen, maar alcohol is een geval apart. Het wordt niet geaccepteerd in Nederland. Het wordt pas bespreekbaar als je in het ziekenhuis ligt, of voor de derde keer dronken achter het stuur zit. Verder wordt het weggelachen en vergoelijkt.”

Wie komen er in uw praktijk?

„Een dwarsdoorsnede van de samenleving. Het idee heerst dat een probleemdrinker een soort zwerver is, een morsige man met een pak wijn in zijn hand en ingevallen wangen. Ik zie bij De Helderheid genoeg mensen met een hoge opleiding, met verantwoordelijke banen. Een typische probleemdrinker is een vrouw van middelbare leeftijd met een gezin en een goede baan. Ze drinkt elke dag een fles wijn leeg. Al jaren lang. Op een bepaald moment gaat haar gezin eronder lijden, ze wordt moe, haar gezondheid takelt af. Maar ze functioneert vaak nog heel aardig, je ziet het niet aan haar. Alcohol is een prachtig medicijn voor het drukke leven. Je ontspant direct, je maakt makkelijker contact. Het werkt te goed eigenlijk.”

U ziet het aantal probleemgevallen toenemen. Waar komt dat door?

„De oorzaak ervan ligt in de jaren zeventig, toen alcohol opeens in de supermarktschappen lag tegen prijzen die voor iedereen betaalbaar waren. Sindsdien is alcohol erbij gaan horen, staat het tussen de boter en kaas op het lijstje. Voor het comazuipen van jongeren wordt gekeken naar oplossingen als het verhogen van de minimumleeftijd, maar het probleem is veel ingewikkelder. Mijn generatie is verantwoordelijk, jongeren kopiëren slechts ons gedrag. Daarnaast neemt het alcoholprobleem toe omdat de samenleving steeds drukker wordt, steeds competitiever. Veel mensen zijn op zoek naar zingeving. Ze hebben carrière gemaakt, maar vragen zich af of dit alles is. Vrijwel al mijn cliënten zitten met die vragen.”

U schrijft: ‘Dit verdovende middel heeft zijn invloed uitgebreid van de individuele consument tot elk maatschappelijk en economisch niveau.’ Wat bedoelt u daarmee?

„De overheid heeft grote belangen bij alcoholconsumptie, door de accijns. Ik ben niet tegen accijns, van mij mag die juist omhoog, maar het doel moet zijn: de bevolking beter maken, niet de schatkist vullen. De accijnzen zijn nu op zo’n niveau dat iedereen zich gemakkelijk drank kan veroorloven, dat is raar. Ook op maatschappelijk niveau is alcohol totaal vervlochten met het dagelijks leven. Als je op een bruiloft komt, loop je als eerste de ober met glazen champagne tegen het lijf en bij vrijwel elke zakelijke deal komt alcohol kijken. Het valt me op dat iedereen met wie ik spreek over alcohol als maatschappelijk probleem dat persoonlijk opvat. Ook politici en ambtenaren. Ik kom blijkbaar te dichtbij als ik het onderwerp aanroer.”

We willen graag van ons pintje blijven genieten.

„Natuurlijk, het is ook een genotmiddel. Het hoort bij sommige rituelen in de samenleving, zoals toosten of lekker eten, maar er is mateloosheid ontstaan en ik zie daar de gevolgen dagelijks van. Het is nu gek als je niet drinkt. Dan heb je wat uit te leggen.”

Wat verwacht u van de politiek?

„Begin nou eens niet bij wetgeving, maar bij de bestuurders zelf. Als alle politici bijvoorbeeld een half jaar niet zouden drinken; Den Haag zou totaal veranderen. Ze zullen merken dat ze fitter zijn, veel makkelijker een dossier kunnen doornemen. Als ze daarna eens gaan vertellen wat hun ervaringen zijn, maak je de samenleving bewust. Met roken is het gelukt om het als maatschappelijk probleem aan te kaarten. Van de rokers wil 95 procent stoppen en niemand maakt daar een geheim van. Er zijn ook heel veel mensen die willen stoppen of matigen met drinken, maar dat hoor je nooit.”

Kijk voor de speciale EK-campagne van het Voedingscentrum tegen o.a. overmatig alcoholgebruik op www.voedingscentrum.nl/desterkeman