Polis en politiek

Eerlijkheid, integriteit, betrouwbaarheid, helderheid: in hun reclamecampagnes zijn de verzekeraars druk bezig met het herwinnen van het vertrouwen van het publiek. In de praktijk is de branche er nog niet eens aan begonnen. Vorige week maande de ombudsman financiële dienstverlening, Jan Wolter Wabeke, de verzekeraars om binnen vier weken duidelijk te maken welke van hun beleggingsverzekeringen onder de noemer ‘woekerpolis’ vallen. De stilte die viel na de storm van verontwaardiging die over deze verzekeringsproducten was opgestoken, duurt hem te lang.

De verzekeraars zelf openden intussen de aanval op de manier waarop tussenpersonen, die verzekeringen verkopen aan consumenten, hun verkoopbonussen opstrijken. Waarbij zij gemakshalve vergeten dat veel van deze tussenpersonen direct of indirect in handen zijn van de verzekeraars zelf.

Uit het jaarverslag dat ombudsman Wabeke eind april publiceerde, bleek dat verzekeraars via een toenemend gebruik van de zogenoemde ‘en-bloc’-clausule, steeds vaker tussentijds de premie of polisvoorwaarden eenzijdig aanpassen. Daarnaast loopt nog steeds de aandelenlease-affaire. Om de zaak nog chaotischer te maken: minister Bos van Financiën ligt overhoop met onderzoeksbureau Ifo, dat van het ministerie opdracht kreeg de woekerpolissen in kaart te brengen.

Wat er te zien zal zijn als de stofwolk boven dit slagveld optrekt, is nog onduidelijk. Maar een aantal conclusies is al wel te trekken. Banken zijn een essentieel onderdeel van de maatschappelijke infrastructuur. Daarom is deze sector omgeven met een stelsel van waarborgen dat moet voorkomen dat een of meer leden van de bedrijfstak in de problemen raken. Dat blijkt, gezien bijvoorbeeld de kredietcrisis, al lastig genoeg.

Verzekeraars, waarvan een deel overigens onlosmakelijk met de bancaire sector verbonden is, hebben een vergelijkbare maatschappelijke functie. De mogelijkheid risico’s te kunnen verzekeren is evengoed een fundament van de moderne maatschappij. De burger moet er van op aan kunnen dat te verzekeren risico’s, polisvoorwaarden en kosten in een redelijke verhouding tot elkaar staan, dat hij of zij adequaat, begrijpelijk en oprecht wordt voorgelicht, en dat voorwaarden niet zomaar worden gewijzigd.

Diezelfde burger heeft inmiddels te kennen gegeven de branche niet te vertrouwen. Dat is zeer ernstig, niet in de laatste plaats voor de verzekeraars en tussenpersonen die weinig of geen blaam treft. Het is dan ook onbegrijpelijk dat de sector niet meer daadkracht vertoont bij de openheid van zaken die nu, op veel fronten, nodig is. Bovendien lijkt de tijd voorbij dat de verzekeraars grotendeels met zelfregulering toe kunnen. Dat privilege heeft de branche inmiddels verspeeld. De toezichtstructuur ten aanzien van de verzekeraars voldoet niet langer. Een fundamenteel onderzoek, met consequenties voor de structuur van de branche, de wetgeving en het toezicht kan de vertrouwenscrisis verhelpen. De sector heeft het er zelf naar gemaakt.