Pitbulls als echte ‘zangers’

Luister eens naar pet metal. Met échte pitbulls, papegaaien en parkieten in plaats van briesende mannen. Maar liveoptredens zijn lastig omdat het voor de honden en vogels bij zoveel decibellen een ware marteling zou zijn.

Toen bekend werd dat Ierland een zingende kalkoen naar het Eurovisie Songfestival stuurde, zullen veel mensen toch even gedacht hebben: „Een kalkoen die kan zingen?” Om dan te bedenken dat het wel niet om een echte kalkoen zou gaan. Dat was ook niet zo.

Het idee van een echte zingende kalkoen wordt al wat minder onvoorstelbaar als je luistert naar de Amerikaanse metalband Hatebeak. Een trio uit Baltimore dat bestaat uit twee jongens en een papegaai. Een grijze roodstaart om precies te zijn. Hij heet Waldo.

Hatebeak bracht een tijdje geleden een cd uit samen met de groep Caninus, die twee pitbulls als ‘zangers’ heeft. De gitarist van die band, Justin Brannan, vertelde in een interview dat het allemaal als grap begon.

Maar de reacties waren zo positief dat Caninus een serieuze band werd, die onder meer de cd Now the Animals Have a Voice uitbracht. Het gegrom van de twee honden (Budgie en Basil) bij stoeipartijen deed Brannan denken aan het gromgeluid van gruntzangers in deathmetal- of grindcorebands. Zo kwam hij op het idee er muziek onder te zetten.

„Al die deathmetalbands hebben mannen die proberen te klinken als dieren, als hondsdolle pitbulls, dus het leek ons een goed idee om mensen de real deal te geven”, zegt Brannan.

Hatebeak ontstond op een soortgelijke manier. Twee muzikanten hoorden de papegaai van een vriend lage gorgelgeluiden maken en bedachten dat die goed zouden passen bij deathmetalmuziek. Nummers als Beak of Putrefaction en God of Empty Nest op de MySpace-pagina van Hatebeak, laten inderdaad een unieke combinatie horen van rauwe, snoeiharde metal met angstaanjagend gekrijs en gegrom. Het feit dat de eigenaar van de vogel ook fervent liefhebber van metalmuziek is, kan verklaren waarom de pagegaai zulke extreme geluiden voortbrengt.

Zingende dieren zijn niet helemaal nieuw in de popmuziek. In de jaren vijftig verscheen bijvoorbeeld een plaatje van The Singing Dogs, die onder meer Jingle Bells blaften. Die plaat was gemaakt door Carl Weismann, een man die opnamen van vogels maakte voor de Deense radio. Zijn grootste ergernis bij dat werk was dat er honden door de vogelgeluiden heen zaten te blaffen. Die moest hij eruit knippen – wat toen nog betekende dat er echt stukjes tape weggesneden moesten worden. Het verhaal gaat dat hij op het idee kwam met al die stukjes band van blaffende honden iets te doen, het geblaf op toonhoogte rangschikte en zó achter elkaar plakte dat er een bekende melodie ontstond.

In de jaren negentig was een variant met katten succesvol: de Jingle Cats, die kerstliedjes miauwden (bijvoorbeeld op de cd’s Meowy Christmas en Here Comes Santa Claws). Geluidstechnicus Mike Spalla, die deze platen maakte, had het een stuk makkelijker dan Weismann in de jaren vijftig: hij kon gewoon een sampler met opnamen van katten gebruiken, waarmee het een fluitje van een cent is om melodieën te spelen.

Wie nog verder speurt naar platen met zingende dieren, komt al gauw terecht in de wereld van verzamelaars van obscure, exotische en vreemde platen.

In het boek Incredibly Strange Music vertelt een verzamelaar bijvoorbeeld over The Canaries, The Songs of Canaries with music by The Artal Orchestra en Symphony of the Birds van Jim Fassett. Er blijken in de jaren veertig, vijftig en zestig aardig wat platen met zingende kanaries en parkieten gemaakt te zijn.

De pet metal van Hatebeak en Caninus lijkt overigens nog niet veel navolging te krijgen. Begrijpelijk, want er zijn wel praktische problemen met dieren als bandleden.

Optreden is bijvoorbeeld lastig, zoals een lid van Hatebeak (met papegaai Waldo) vertelt in het blad Parrot Chronicles. „Wij spelen niet live. Het zou echt een marteling voor de vogel zijn om zo veel decibellen te moeten ondergaan.”