Pappenheimer in ruste

Op een belediging meer of minder kijkt de Tweede Kamer niet meer. Toch zorgden ‘pappenheimer’ en ‘slapen’ voor commotie.

Dat het „zeggen wat je denkt” inmiddels ook tot in de Tweede Kamer is doorgedrongen, is geen nieuws meer. Een minister mag „knettergek” worden genoemd en de term „Marokkaans tuig” is ook al diverse keren in ’s lands vergaderzaal gevallen.

Tegen die achtergrond was de lichtgeraaktheid van Tweede Kamerlid Harry van Bommel (SP) afgelopen week tijdens het debat over het Verdrag van Lissabon wel zo opvallend. „Ik wens door deze staatssecretaris niet opgevoerd te worden als een pappenheimer.”

Van Bommel doelde op staatssecretaris Frans Timmermans (Europese Zaken, PvdA) die net had uitgelegd waarom de regering nog geen vereenvoudigde of publieksvriendelijke versie van het door de SP’er bekritiseerde Europees Verdrag had gepresenteerd. Dat was bewust niet gedaan, zo legde Timmermans uit, omdat hij anders vast en zeker het verwijt had gekregen de parlementaire goedkeuring niet af te wachten. „Ik ken mijn pappenheimers, mevrouw de voorzitter”, aldus Timmermans. Een pappenheimer was een ruiteraanvoerder ten tijde van de Dertigjarige Oorlog (1618-1648) in dienst van Graf zu Pappenheim. Kamervoorzitter Gerdi Verbeet greep niet in.

Een dag later was Van Bommel weer gepikeerd. Dit keer was het zijn collega Henk-Jan Ormel van het CDA die volgens hem te ver was gegaan. Ormel had namelijk beweerd dat Van Bommel had zitten slapen. Dat wil zeggen, Ormel had gezegd dat hij in tegenstelling tot Van Bommel tijdens het debat wél wakker was gebleven en veel antwoorden van de regering had gehoord. Van Bommel had kort daarvoor beweerd dat de regering nauwelijks antwoord had gegeven.

Een schoolvoorbeeld van overdrachtelijk taalgebruik door Ormel. De voormalig dierenarts legde uit dat slapen zowel op het lijf als op iemands geestesgesteldheid van toepassing kan zijn, om ten slotte te concluderen dat „het lijf van de heer Van Bommel niet sliep”. Van Bommel sputterde nog dat hij hier „geen genoegen mee wenste te nemen”. Of hij nu toch „een inhoudelijk punt” wilde maken, was de laconieke reactie van voorzitter Verbeet. Van Bommels interventie verklaart enigszins de ruim elf uur die het debat duurde.