Over de ruggeprik en andere utopische projecten

Zou een echte ChristenUniër zijn zwangere vrouw een ruggeprik laten geven als het uur gekomen was?

Ik denk het eigenlijk niet.

‘Onder christenen’, las ik in het opiniekatern van NRC Handelsblad, ‘bestaat een diepe scepsis met betrekking tot de utopische projecten van de moderniteit’.

De opmerking kwam voor in een artikel van Roel Kuiper, en dat is iemand die het weten kan. Voor de partij van Rouvoet is hij lid van de Eerste Kamer en in de resterende tijd doceert hij in Rotterdam als bijzonder hoogleraar Reformatorische Wijsbegeerte. Dat laatste doet me altijd denken aan de dagen van het reëel bestaande socialisme, toen je zeker in de Sovjet-Unie, maar misschien ook even in Nijmegen of Tilburg, Marxistische Fysica kon studeren.

Een diepe scepsis. Daar hebben christenen natuurlijk niet het monopolie op. Onder de sjah van Perzië was Iran een redelijk modern land. Niet zo gauw hadden de ayatollah’s de macht overgenomen, of alle utopische projecten werden (met uitzondering van het kernonderzoek) ondergeschikt gemaakt aan Allah. Mannen mochten geen stropdas meer dragen, vrouwen kregen een doek om, en met gevaar voor eigen leven moest je naar de zwarte markt voor een ruggeprik.

Maar een ruggeprik, zou Roel Kuiper misschien tegenwerpen, kun je moeilijk een utopisch project noemen, want die is er al een poosje. Akkoord, maar gisteren, of eergisteren, of een paar jaar terug was hij er nog niet. Betrekkelijk kortgeleden leek het nog een utopie dat zoiets kon worden uitgevonden en Nederlandse gynaecologen en verloskundigen voelden er heel lang ook weinig voor om ‘m standaard te verstrekken, omdat het nou eenmaal Gods bedoeling was gebleken (Gen. 3:16) dat baren altijd pijn moest doen.

Zou Kuiper zijn zwangere vrouw de prik laten toedienen en zich daarna tegenover God verantwoorden met het smoesje dat het om een ouwe utopie ging? Dat kan ik me niet voorstellen.

‘Wetenschap en techniek zijn scheppingsgaven’, vervolgde hij z’n redenering, ‘maar ze kunnen ontsporen als ze worden losgemaakt van morele kaders’. Maar was de eerste blindedarmoperatie in de geschiedenis – resultaat van een lang gekoesterde utopie van de medische moderniteit – niet ook al een hoogst laakbaar deraillement van oude morele kaders? Bijna alles wat de professor in het leven aanraakt is toch zeker het product van een droom die wetenschappers en technici dus eigenlijk nooit hadden mogen verwezenlijken?

‘Ik ben geen christenfundamentalist en ik wil me dat verwijt niet laten maken’, schreef hij, op de rand van verontwaardiging. ‘Christenen die de Bijbel gezag toekennen hebben sinds eeuwen dit land bevolkt, en zouden zich nu als christenfundamentalisten buiten de orde moeten laten verklaren?’

Dat hangt natuurlijk van de orde af, zou ik zeggen. Ik zal een inwoner van Spakenburg, Stroe, Staphorst of Urk nooit de toegang tot mijn alledaagse tolerante orde ontzeggen zolang hij de Schrift leest, tien keer per week naar de kerk gaat en als moeder in smart haar kinderen werpt die ze vervolgens nooit ergens tegen wil inenten. Maar we hebben het sinds Beetsterzwaag en de 100 dagen van Balkenende over de politieke orde en dat is ander eiereten. Daar zou immers weleens het hellend vlak kunnen beginnen dat van het verbod op euthanasie en abortus geleidelijk afglijdt naar de afschaffing van alle historische utopieën, inclusief de blindedarmoperatie en de ruggeprik.

Aan het eind van zijn betoog bezwoer Kuiper dus dat democratie wat hem betreft ‘niet louter de manier (is) om via meerderheden tot machtsvorming te komen’, maar een levenswijze ‘om een pluraliteit aan opvattingen tot uitdrukking te brengen’. Vroom. Al te vroom.

Ik voelde al meteen argwaan toen ik zag dat het liberale NRC Handelsblad het hele artikel had afgedrukt binnen een rouwrand.

Jan Blokker