Oud

Het EK van 1988 was mijn eerste grote voetbaltoernooi. Ik was zeven. Op het veld stonden oude mannen, want ze zagen eruit als mijn vader. Ouder bestond niet. Goed, er waren opa’s en oma’s, maar dat waren geen mensen: die waren geboren als opa en oma. Maar voetbal was een spel van oude mensen. Marco van Basten was oud. Ruud Gullit nog ouder. Adri van Tiggelen op sterven na dood.

Die jonge indrukken hebben hun sporen achtergelaten. Ik betrap mezelf erop als ik de beelden terugzie. Ze kloppen niet. Ik verwacht vaderfiguren, maar zie jongemannen. Ruud Gullit was twee jaar jonger dan ik nu ben. Van Basten vier. En over vier jaar ben ik ouder dan Van Tiggelen.

Zo voelt het dus om ouder te worden. Voetbal is het eerste waar ik het aan merk, want voetbal kijk ik al mijn hele leven. Bij voetbal denk ik voor het eerst die bejaarde gedachte: vroeger was alles beter. Op het WK van 1998 bijvoorbeeld, toen Dennis Bergkamp met zijn fluwelen drieluik de Argentijnen te kijk zette. Op het EK van 2000, toen Joegoslavië met 6-1 werd vermorzeld. Of op het EK van 2004, toen we de Zweden verschalkten vanaf elf meter.

En nu? Nu staan er jongetjes op het veld. Johnny Heitinga is geboren in 1983. Wesley Sneijder in 1984. Ryan Babel komt zelfs uit december 1986. Dat is een half jaar na Maradona’s WK. Dat gaat te ver. Gelukkig ligt hij eruit.

God verhoede het, maar voor het WK van 2010 worden misschien wel voetballers van negentien opgeroepen. Die zijn dan geboren na de val van de Berlijnse Muur. Hoe moeten die geselecteerde embryo’s in hemelsnaam de bal in het net krijgen?

En zeg nu niet, veertigers en vijftigers, dat ik zelf piepjong ben. Ik ben nog nooit zo oud geweest.

Ingmar Vriesema