Orkestdirecteur: ‘We liggen juist op de goede koers’

Het gaat al jaren niet goed met het Residentie Orkest. Maar directeur Veenhuijzen vindt dat het nu beter gaat, met onder andere een publieksgericht artistiek beleid. ‘De klant is koning.’

De Dr. Anton Philipszaal van het Residentie Orkest: net opgeschilderd, maar in de nabije toekomst rijp voor de sloop Foto Roel Rozenburg Den Haag : 9.6.2008 Dr. Anton Philipszaal aan het Spui. © foto Roel Rozenburg Rozenburg, Roel

Kasper Jansen

De buitenkant van de Haagse Dr. Anton Philipszaal oogt weer fris. De afbladderende roze bepleistering is hersteld en geschilderd in theaterrood. En in de spiegelende zwarte glazen gevel hangen nu affiches, zodat men na meer dan twintig jaar eindelijk kan zien dat er concerten van het Residentie Orkest zijn in de Dr. Anton Philipszaal. Directeur Niels Veenhuijzen: „Veel Hagenaars die langs het Spui komen, wisten tot voor kort niet wat hier binnen gebeurt.”

Maar met de gevelrenovatie zijn de al jaren durende problemen van het Residentie Orkest niet voorbij. De commissie-Verploeg, die adviseert over de Haagse kunstsubsidies in de komende vier jaar, luidde onlangs de noodklok over het Residentie Orkest. Het bezoekersaantal is sterk gedaald. En het Residentie Orkest moet de problemen niet alleen met marketing te lijf gaan. „Het orkest is nog steeds onvoldoende zichtbaar.”

Veenhuijzen beaamt de analyse. „Er was een moeilijk verleden, veel wisselingen bij directie en artistieke leiding, financiële problemen. Maar we zijn nu een jaar bezig met een nieuwe koers. Verploeg zegt ook dat met de kwaliteit van het orkest niets mis is, we hebben nu succes in de opera Saint François d’Assise. En Neeme Järvi, de opvolger van Jaap van Zweden, is volgens de commissie een goede keus.”

Er zijn drie grote knelpunten, zegt Veenhuijzen. Dat zijn het achterstallige financiële onderhoud, de onzichtbaarheid van het orkest in Den Haag en de beperkingen van de Dr. Anton Philipszaal. Aan die problemen wordt nu gewerkt.

„Er is al jaren een structureel tekort van 5 ton, dat voor 2008 eenmalig is opgelost door de gemeente. Losse kaarten, waarvan we voor 50 procent afhankelijk zijn, zijn steeds moeilijker te verkopen. Dat vergt meer marketing, maar ons budget daarvoor was tot nu toe slechts de helft van wat De Doelen in Rotterdam heeft.”

Veenhuijzen zegt dat het lastig is in de 21 jaar geleden tegen relatief lage kosten gebouwde concertzaal een avondje-uit gevoel te creëren. Er is te weinig ruimte voor inleidingen en voor vertier achteraf. De zeegroen en lila geschilderde zaal is kil, de foyers zijn klein. Ook sponsors houden daar niet van.

Aan de binnenkant gaat op korte termijn wat gebeuren, maar het mag niet te veel kosten. Want er zijn plannen voor het goeddeels afbreken van wat er nu op het Spui staat en het bouwen van een groot internationaal dans- en muziekcentrum. Dat gaat honderden miljoenen euro’s kosten. Het complex moet ruimte bieden aan het Residentie Orkest, het Nederlands Danstheater en het Koninklijk Conservatorium, met ook zalen voor pop en jazz.

Met dat cultuurcentrum, deels wellicht ook op de plaats waar nu nog de ministeries van Justitie en Binnenlandse Zaken staan, wil Den Haag in 2018 culturele hoofdstad van Europa worden. Volgend jaar moet daarover definitief worden besloten. Veenhuijzen ziet in gedachten het complex al staan. „Een transparant gebouw met het gezicht naar de stad, met een atrium en openbare functies, voor alle Hagenaars toegankelijk.”

Dat nieuwe gebouw blijft nog zeker bijna tien jaar toekomstmuziek. Intussen moet er snel van alles gebeuren. De bezoekersaantallen in de zaal moeten tot 2012 omhoog naar ten minste 60.000 per jaar. De neergang is niet zo dramatisch als het lijkt, betoogt Veenhuijzen. In het jubileumjaar 2003 was er met 78.000 een forse piek in het bezoek, maar 47.000 in 2007 was onder de maat, vindt hij.

Na het vertrek van artistiek leider Paul de Kok eind vorig jaar is het artistiek beleid bijgesteld. „Voor Den Haag was dat te avontuurlijk, met te veel onbekend werk. We leveren nu voor verschillende publieksgroepen maatwerk op de tijdstippen die men wenst. De klant is koning. De programmering is meer gefocust. We blijven moderne muziek spelen, maar in speciale projecten, zoals rondom Messiaen. Dat werkt, we hebben nu al voor het volgende seizoen 15 procent meer kaarten in abonnementen verkocht.”

Verder verankert het Residentie Orkest zich sterker in de stad en de wijken, zoals met workshops voor kinderen in de naschoolse opvang. En we zijn buiten zichtbaar: op het Noordeinde, het Binnenhof, in het Zuiderpark en het komende weekeinde op de Hofvijver tijdens het Festival Classique.”

Festival Classique: 13 t/m 15/6. Inl. www.festivalclassique.nl

    • Kasper Jansen