Opvallen en afvallen

En dan is het plotseling voorbij. Geen ontlading, geen explosie. Geen tranen en geen vreugde. Het nationaal eindexamen van China, ofwel de bloedstollende afsluiting van twaalf jaar hemeltergend onderwijs, eindigt als een stomme film – in stilte. „Ik weet niet hoe ik vieren moet”, zegt een leerling verloren. Zij heeft net als tien miljoen andere Chinezen het afgelopen weekeinde bergen kennis verzet. Zich een weg gegraven door een brij van vragen. Vragen over leerstof waarvan iedereen weet dat die lang niet altijd nuttig is.

Maar nut is niet de eerste noodzaak van het Chinese leerplan. Het is de Grote Schifting die telt. Al gaat alle aandacht naar de enkelen die opvallen, de afvallers wegen net zo zwaar. Het Chinese onderwijssysteem kan de enorme toeloop van kinderen nu eenmaal niet aan.

En in de overbevolkte samenleving die China is, wenst iedere ouder zijn kind maar één ding: een toegangskaartje tot een van ’s lands beste universiteiten.

Zo is leren uit het hoofd leren geworden. Zij die uitblinken in reproduceren zijn kampioen. Het reciteren van een gedicht uit de Tang is kinderspel. Computers zijn voor kleuters. Jong zijn doe je tot je zesde.

En daarna? Dat staat voor later. In het teken van de test der testen, wanneer alle kennis samenstroomt. Als je maar onthouden kunt.

De lange rit is strijd. Leren is veel en vaak vergelijken – wie onthoudt er meer dan wie? De rangen hangen naast het bord. En jaarlijks schrijdt de schifting voort. De besten bij de beteren, de minderen aan de kant. Totdat er weinig overblijft en het kleinste verschil nog telt.

Ouders zijn bezorgd, maar drukken onvervaard verder. In hun tijd ging het anders. Leren moest, maar spelen mocht. Nu is die behoefte groot, maar overbodig bevonden: een aanslag op de studietijd.

Apetrots zijn ze als het is gelukt. De weg naar later verlengd. Iets van onzekerheid ontnomen. Maar zelfs de besten weten niet wat vieren is.

Dát is groot worden in China.

Floris-Jan van Luyn