Optimisme over herstel Afghanistan is verdwenen

De Afghaanse president Karzai bezoekt vandaag en morgen Nederland. Daarna bezoekt hij in Parijs een donorconferentie. Scepsis over de ontwikkelingen in Afghanistan overheerst.

Over politiek wil autohandelaar Noor Faqiri (38) het niet hebben. Maar dat zijn zaak al enige tijd niet best loopt, daar maakt hij geen geheim van. Afgelopen week verkocht hij zelfs geen enkele auto, verzucht hij.

Op de parkeerplaats voor zijn kantoortje, op een kale vlakte even ten noordoosten van de Afghaanse hoofdstad Kabul, staat een dertigtal tweedehands auto’s te schitteren in de brandende zon. Twee hebben nog een Californisch nummerbord, op de achterruit van drie andere zitten nog stickers met de Duitse vlag.

Enkele jaren geleden werden de autohandelaren uit het overvolle Kabul verbannen naar dit soort bedrijfsterreinen. Een eindje verderop hebben nomaden hun kamp opgeslagen. Hoog in de blauwe lucht cirkelt een Apache gevechtshelikopter van ISAF, de internationale, door de NAVO geleide vredesmacht.

Noor Faqiri verhuurt ook luxe terreinwagens aan buitenlandse hulporganisaties en aan zakenlieden. Zo houdt hij het hoofd boven water. Maar toch: „Dit moet niet heel lang meer duren”, zegt hij.

Er zijn veel te veel autohandelaren, legt hij uit. De spoeling is heel dun geworden. En de hooggestemde verwachtingen over economische voorspoed, zegt hij, zijn niet uitgekomen. Veel mensen hebben geen werk. Brandstof wordt duurder. Het wordt onveiliger op straat. „Klanten willen nu hun auto inruilen voor een goedkoper model, omdat ze bang zijn voor overvallen en diefstal.”

Autoverkoper Faqiri is niet de enige Afghaan met hoofdpijn. Vandaag en morgen is de Afghaanse president Hamid Karzai in Nederland, met ruim vijftig ondernemers in zijn gevolg. Donderdag volgt in Parijs een nieuwe, grote, internationale donorconferentie voor Afghanistan. De regering vraagt ten minste vijftig miljard dollar hulp voor wederopbouw in de komende vijf jaar.

Na de verdrijving van de Talibaan en Karzai’s aantreden, zes jaar geleden, voerde optimisme lang de boventoon. Maar de stemming is omgeslagen.

Aan de vooravond van ‘Parijs’ overheerst de scepsis. Over de integriteit van de Afghaanse regering. Over de inzet van de internationale gemeenschap om Afghanistan echt voor langere tijd – geen jaren maar decennia – bij te staan. En over de effectiviteit van de militaire strategie tegen Talibaan en Al-Qaeda.

Vorige week zette de Wereldbank de toon voor de conferentie in Parijs. Ze uitte openlijk kritiek op de wijdverspreide corruptie in Afghanistan. En ze betwijfelde of de Afghaanse regering wel in staat is een goed ontwikkelingsbeleid voor het land te voeren.

De Wereldbank is niet de enige die dergelijke vragen stelt. Drie maanden geleden publiceerde ACBAR, een overkoepeling van bijna alle niet-gouvernementele hulporganisaties in Afghanistan, een vernietigend rapport over de hulpverlening. Enkele conclusies:

Op conferenties zoals volgende week in Parijs wordt wel veel geld toegezegd, maar in de praktijk blijkt dat donoren hun beloftes lang niet altijd gestand doen.

Zo’n 40 procent van de hulp vloeit terug naar de donorlanden in de vorm van betalingen voor ingehuurde bedrijven en (hoge) salarissen voor expats.

Teruggerekend naar 2001 geven alle donoren gezamenlijk zeven miljoen dollar per dag uit voor hulp aan Afghanistan. De Amerikaanse militaire uitgaven in Afghanistan bedragen bijna honderd miljoen dollar per dag.

Er is een ontstellend gebrek aan coördinatie bij de hulp. Elk donorland en elke organisatie volgt een eigen agenda, de meeste hulp wordt besteed buiten de Afghaanse overheid om.

Vervolg Karzai: pagina 4

‘Karzai is geen zwakke leider’

Professor Yadgari (64), hoofd van de economische faculteit van de Universiteit van Kabul, knijpt zijn ogen dicht. „Ik zal u de waarheid vertellen”, zegt hij. „Er is veel verbeterd in Afghanistan. Maar de verbeteringen staan in geen verhouding tot de omvang van de hulp die het land binnenstroomt. Ik zie geen langetermijninvesteringen in bijvoorbeeld fabrieken. Investeerders vinden de situatie nog veel te onzeker.”

Net als autoverkoper Faqiri wil professor Yadgari het liever niet hebben over politiek. Maar de frustraties van de ‘gewone’ Afghaan over de buitenlandse hulpverlening kan hij heel goed begrijpen, zegt hij. Iedereen ziet de buitenlandse deskundigen rondrijden in dure auto’s en iedereen weet hoe hoog hun salarissen zijn. Iedereen kent de verhalen over krijgsheren die grote sommen geld in hun zak steken en die in opzichtige villa’s in Kabul wonen. Iedereen weet van de corruptie, van hoog tot laag, binnen de overheid. Ook Faqiri moet bijbetalen om de papieren voor zijn auto’s in orde te krijgen.

Juist dit soort verhalen ondermijnt steeds meer het prestige van Karzai. Toch is hij niet het probleem, meent professor Yadgari, en zegt ook politicoloog Nasrullah Stanakzi. Niet Karzai treft blaam, maar corrupte en incapabele ministers in zijn regering. En die schuif je niet zomaar terzijde.

Karzai moet leiding geven aan een regering waarin de drie stromingen zijn vertegenwoordigd: de islam, de modernisten en de traditionalisten, zegt professor Stanakzi. Hij heeft van dichtbij ervaren hoe delicaat de verhoudingen zijn. Vorig jaar trad hij terug als onderminister van Cultuur.

De problemen waarvoor Karzai staat zijn gigantisch, somt Stanakzi in staccato op: Talibaan, Al-Qaeda, drugs, corruptie, de krijgsheren met hun sterke regionale machtsbases, inmenging van buurland Pakistan dat de Talibaan herbergt en bemoeienis van buurland Iran dat zijn culturele invloed wil uitbreiden. En dan zijn er nog de coalitiegenoten van de NAVO, waarmee Karzai regelmatig van mening verschilt over hun aanpak van terreurbestrijding.

„Karzai is geen zwakke leider. Hij is er heel goed in geslaagd om het evenwicht te vinden tussen de drie stromingen in zijn regering”, zegt Stanakzi. Even later: „Het probleem is natuurlijk dat we geen alternatief hebben voor Karzai.”

Dat laatste is helaas maar al te waar, zegt M. Hashim Mayar (64), onderdirecteur van ACBAR, de organisatie die het kritische rapport over de hulp opstelde. Toen Karzai in 2004 werd gekozen tot president had hij het mandaat van het volk om een sterk kabinet samen te stellen, zegt hij. Maar daarvoor deinsde hij terug. Hij ging onderhandelen en sloot compromissen. Het momentum voor echte veranderingen ging zo verloren.

Mayar: „Maar ondanks zijn zwakheden zou ik weer op Karzai stemmen, omdat ik niemand anders zie die iets positiefs voor het land teweeg kan brengen”.

Zo bezien is de rol van Karzai, die zich volgend jaar waarschijnlijk herkiesbaar stelt, nog lang niet uitgespeeld. Hij is de komende jaren nog hard nodig. „Als je praat over duurzame veranderingen ten goede in Afghanistan, als die er komen, dan praat je niet over een periode van tien tot twintig jaar, maar over een tijdpad van dertig tot veertig jaar”, zegt Mayar.

Voor de economiestudenten van professor Yadgari is er voorlopig werk genoeg. Degenen die dit voorjaar afstudeerden kregen snel goedbetaalde banen aangeboden, bij ministeries, overheidsinstellingen en buitenlandse ambassades en hulporganisaties, zegt Yadgari. Ze verdienen al gauw vijfhonderd tot duizend dollar in de maand. Hun oude hoogleraar krijgt 350 dollar in de maand.

Interview Karzai: zie nrc.nl/buitenland