Kredietbureaus verstevigen hun macht

De bazen van de drie grote kredietbeoordelaars klonken behoorlijk opgewekt na het ondertekenen van de door Andrew Cuomo afgedwongen overeenkomst over de nieuwe manier waarop hypotheekobligaties voortaan zullen worden gewaardeerd.

Hun gejuich kan deels opluchting zijn dat de New Yorkse officier van justitie de beruchte Martin Act uit 1921 niet van stal heeft gehaald om hun bedrijven op te delen, zoals zijn voorganger Eliot Spitzer heeft gedaan met andere Wall Street-firma’s. Maar zij beseffen misschien ook dat de Cuomo-overeenkomst juist kan helpen hun oligopolie te versterken.

Cuomo hoopt een einde te kunnen maken aan het zogenoemde ‘ratingshoppen’ van bankiers die uit zijn op een zo gunstig mogelijke waardering van hun hypotheekobligaties. Momenteel waarderen Moody’s, Standard & Poor’s en Fitch Ratings deze financiële constructies gratis en voor niets, en leveren daar ook nog eens commentaar bij. De bankiers zijn vervolgens vrij om te kiezen voor de firma die zich het meest optimistisch toont, en hoeven dan pas te betalen.

Een deel van het Cuomo-akkoord roept kredietbeoordelaars op om ook hun aanvankelijke adviezen, los van de uiteindelijke waarderingen, in rekening te brengen. De bedoeling hiervan is het voor kredietbureaus minder aantrekkelijk te maken om bepaalde constructies gunstig te beoordelen in de hoop de officiële waarderingsopdracht naar zich toe te kunnen trekken.

Maar als ook voor de aanvankelijke beoordelingen moet worden betaald, gaan de kosten van transacties met hypotheekobligaties omhoog. Bankiers zullen die extra kosten tot een minimum willen beperken door hun transacties aan slechts een paar firma’s voor te leggen. Daardoor kan de toegang tot deze sector worden bemoeilijkt voor minder gevestigde namen, die proberen een graantje van de markt voor de waardering van hypotheekobligaties mee te pikken.

Een nieuw kredietbureau moet immers zijn reputatie vestigen onder beleggers. Nieuwkomers staan dus voor een dilemma. Als ze ervoor kiezen zich niet te plooien naar Cuomo’s wensen, zullen ze bij bepaalde transacties worden buitengesloten. Maar als ze zich wel schikken, kunnen banken hen uit kostenoverwegingen niettemin mijden en zich tot de bekendere namen wenden.

De Amerikaanse minister van Financiën Hank Paulson, voorzitter Chris Cox van de Amerikaanse beurswaakhond SEC (Securities and Exchange Commission) en hun buitenlandse collega’s hebben er terecht op gehamerd dat de markt voor kredietwaarderingen meer spelers nodig heeft. Als de Cuomo-overeenkomst ertoe leidt dat de muur rond de grote drie kredietbureaus alleen maar hoger wordt, heeft de New Yorkse kruisvaarder beleggers geen goede dienst bewezen.

Dwight Cass