In de lift

Ik stap in de lift, op de twintigste verdieping, waar ik woon en druk op het knopje voor de begane grond. Er staan al twee, wat oudere mannen die onderweg naar beneden zijn. Een van hen is een ‘beroemdheid’. Praktisch iedereen kent hem. Maar die andere man kent hem, kennelijk, niet. Ze praten wat met elkaar over het weer en dan over auto’s. Dan zegt ‘de beroemdheid’: „Weet u wie ik ben?”

„Nee”, zegt de andere bejaarde, „maar vraag maar even aan de portier beneden, die kan u wel helpen. Hij weet de namen van alle flatbewoners.”

Willem Hoogstraten