Forsythe beroert vooral verstand

Dans The Forsythe Company: Decreation. Gezien: 7/6 Westergasfabriek, Amsterdam. Inl: www.hollandfestival.nl.

„Ook als ik je nooit ontmoet had, zou je me toch gek gemaakt hebben.” Relatieleed tiert welig in Decreation van William Forsythe. Het is een van de laatste dansvoorstellingen die hij maakte voor Ballett Frankfurt, met hatelijke oneliners uit het avant-gardeboek Decreation van Anne Carson. Deze Canadese schrijfster maakte een collage van operateksten, essays en poëzie, om nieuwe inzichten te krijgen op de liefde, de ziel, God en identiteit.

Helemaal iets voor de Amerikaanse choreograaf Forsythe, want zo maar een rechtlijnig verhaal vertellen, dat ligt ook hem niet. Het liefst goochelt en puzzelt hij met beweging, tekst, video en geluid om zo de pijnlijke liefde in al zijn schakeringen vorm te geven. „Dit is irritant en ik neem aan dat dat zo bedoeld is”, werpen de sprekende dansers elkaar toe.

William Forsythe is steeds minder een pure balletmaker. Hij is regisseur van multimediale voorstellingen die fragmentarisch zijn. En net op het moment dat je denkt: „Ah, zie je wel, het is een gewoon liefdesdrama”, zet hij je toch weer op het verkeerde been. Zoals de titel doet vermoeden, decreëert hij: geen betekenis is houdbaar. In zijn kakofonie-theater stapelt Forsythe verhaallagen op elkaar. Componist David Morrow speelt live met de toetsen maar vooral met geluidseffecten op de microfoons voor de dansers. Gepiep, geknars, gehijg, geschreeuw en ware operazang klinken vervormd op. De zestien dansers rennen rond, de geluidscollage schalt door de toneelhal. Om de paar zinnen neemt iedereen elkaars woorden over, in de wisselende rol van bedrogen of bedriegende geliefde: „Heb je over mij en ons verteld?”

Net als Kammer/Kammer, vorige week in het Holland Festival, fascineert Forsythe met zijn spel der elementen. Hij is een razend knap en hyperintelligent constructeur. Maar de show wordt vooral gestolen door de dansers. Virtuoos bewegend én spelend, ontroeren ze soms ongewild ouderwets. Zo is er een scène van een homostel waarin de één de liefde van de ander op de proef stelt; compleet met de afhankelijke waanzin die hoort bij het geslagen-vrouwen-syndroom. Het slachtoffer verliest zich in spasmen van lichaam en geest. Eindelijk raakt de voorstelling je daar als toeschouwer ook in de ziel, in plaats van alleen in het hoofd. Want hoe mooi ook, bij Forsythe is het veelal de rede die wint van het gevoel. En daarmee creëert hij afstandelijkheid. Verbluffend maar ook vrijblijvend.