En weer die vraag: waar is de herhaling?

Het EK voetbal is nog geen drie dagen oud of de discussie over overtredingen, buitenspelsituaties en wel of niet terecht afgekeurde doelpunten staat weer op scherp. Het is de charme van het voetbal, wordt wel gezegd. Zonder discussie en omstreden arbitrale beslissingen mist voetbal de ware emotie.

Totdat straks een elftal wordt uitgeschakeld door een foutieve waarneming van de arbitrage. Dan is het misdeelde land te klein, schreeuwen de voetballers, trainers, analytici en supporters moord en brand en voelen handelsgeesten zich zwaar te kort gedaan. Dan krijgt opnieuw de arbitrage de schuld, wordt hij naar huis gestuurd wegens gebleken onvermogen en moet hij vrezen voor opgefokte supporters.

Ze verkeren in blakende vorm, de streng geselecteerde scheidsrechters. Goed getraind, toegerust met ervaring in beladen wedstrijden en weer strenger geïnstrueerd. Ze hebben mogelijk even hard getraind als de voetballers die nota bene tussen tien en twintig jaar jaar jonger zijn. Gemiddeld zijn de scheidsrechters 41 jaar oud. Maar ze kunnen wel op afstand communiceren met hun assistenten.

Per definitie voldoen ze niet aan de verwachtingen. Ze kunnen het spel, dat steeds sneller wordt en door steeds atletischer, balvaardiger en doortraptere voetballers wordt gespeeld, niet meer volgen. Amechtig proberen ze het spel in sportieve banen te leiden door snel gele kaarten te geven. Maar daar houdt het op. In de eerste vier wedstrijden waren op z’n minst vier overtredingen rijp voor een rode kaart, stonden zeker tien buitenspelsituaties ter discussie, met als gevolg wél en niet goedgekeurde doelpunten.

En steeds weer de vraag: waar is de herhaling? Niet alleen bij publiek, spelers en coaches, maar ook bij scheidsrechters. Bij twijfel een korte blik op een monitor en de arbitrage is geholpen, discussie gesloten. Maar voetbal zonder arbitrale dwalingen is kennelijk niet spannend genoeg. Het hoort erbij.

Guus van Holland