Diverse poëzieproefjes over leven in stad en land

Poetry International introduceerde zaterdag de festivaldichters van dit jaar. Verwijzend naar het thema ‘stad en land’ werd een imaginaire stad van gedichten opgebouwd.

„Uit Rotterdam is de romantiek weg gebombardeerd, daar is een andere romantiek voor in de plaats gekomen.” Burgemeester van Rotterdam Ivo Opstelten citeerde Cornelis Bastiaan Vaandrager in zijn openingswoord van Poetry International, als illustratie van de stad waar het festival dit jaar voor de 39ste keer plaatsvindt. Met het thema ‘Stad en land’ grijpt Poetry de verstedelijking aan als inspiratiebron voor deze week, waarin het onder meer met een betaalsysteem van ‘eerst poëzie halen, dan pas betalen’ probeert om publiek los te weken van het EK voetbal.

Met grote namen als James Fenton (Engeland), Adam Zagajewski (Polen), Robert Gray (Australië) en Nederlandse dichters als Ter Balkt en Campert zal het aan de programmering niet liggen. Het openingsprogramma van zaterdag was bedoeld als voorproefje; twintig aanwezige dichters bouwden aan een boven het podium geprojecteerde ‘imaginaire stad’ met ieder één vers over een stad of streek. Op het witte doek werd het Frederiksplein in Amsterdam, waarover Maria Barnas dichtte, moeiteloos verbonden met het Argentinië van dichteres Mirta Rosenberg, en plaatste de Turkse dichter Roni Margulies een Palestijns-Israëlische grensovergang strak naast het bezongen Australische strand van Robert Gray.

Voorproefje of niet, het was voor de poëzieliefhebber wel een beetje honger lijden. Hoe mooi en divers het aanbod ook, in tweeënhalf uur twintig gedichten voorgeschoteld krijgen, is erg weinig. Ook is het lastig om in de ban van een bepaalde dichter te komen (en dus misschien later deze week nog terug te komen) bij een voordracht die slechts één gedicht duurt.

Wat er wel was, was desondanks mooi en liet bovendien de spanwijdte van poëzie zien. Er was ritmische dreiging en maatschappelijk engagement in de regels van Robert Fenton („only my anger would not let me drown”), gevoelig werk van de Japanner Shoichiro Iwakiri (die over Rotterdam dichtte) en een komische en bizarre bijdrage van de Fransman Jean-Michel Espitallier, die in tientallen variaties liet zien hoe je tot vijftien kunt tellen. Espitallier verzet zich tegen wat hij zelf noemt „de sacrale adem van de poëzie”. En hij was niet de enige tegenstem; nog voor Opsteltens openingswoord op het Schouwburgplein protesteerde een groep Rotterdamse dichters tegen het feit dat er dit jaar geen enkele plaatselijke dichter voor Poetry International is gevraagd.

Later deze week is er speciale aandacht voor T.S. Eliots bekende gedicht The Waste Land en het dichtoeuvre van Gerard Reve.

    • Sebastiaan Kort