Chávez roept FARC op de strijd te staken

De Venezolaanse president Hugo Chávez heeft gisteren de guerrillabeweging FARC in buurland Colombia opgeroepen al haar gijzelaars vrij te laten en met de regering te gaan onderhandelen over vrede, omdat „de oorlog der guerrilla’s geschiedenis is in Latijns-Amerika”.

Chávez’ oproep komt op een moment dat hij door Colombia wordt beschuldigd van steun aan de FARC en de strijdgroep zelf militair sterk verzwakt is. De oproep is een breuk met zijn pleidooi, vorig jaar om de FARC van de internationale terreurlijsten te halen en haar de status toe te kennen van echt leger – „met een politiek doel, dat hier gerespecteerd wordt”, aldus Chávez destijds.

Juist dit weekeinde meldde Colombia dat het aan de grens twee Venezolanen heeft opgepakt wegens wapensmokkel, onder wie een man die zich identificeerde als lid van de Nationale Garde. De 40 duizend stuks munitie voor kalasjnikovs die ze bij zich hadden, zouden, volgens Colombia, bestemd zijn geweest voor de FARC.

Gisteren zei Chávez in zijn talkshow Aló Presidente: „De FARC is een excuus geworden voor het imperium [de VS] om ons allemaal te bedreigen”. De VS steunen Colombia in de strijd tegen de FARC in het kader van hun ‘war on drugs’.

Chávez richtte zich direct tot de in mei aangetreden nieuwe leider van de FARC, Alfonso Cano. „Ik geloof dat het uur gekomen is dat de FARC alle gijzelaars vrijlaat die ze in de bergen vasthoudt in ruil voor niks. Het zou een belangrijke humanitaire geste zijn. ”

De FARC houdt ruim 700 gijzelaars vast, onder wie enkele tientallen politici, politieagenten en soldaten die ze zou willen ruilen tegen honderden gevangen guerrillero’s binnen een ‘humanitair akkoord’. Chávez kreeg eerder zeven gijzelaars vrij, omdat de FARC hem wilde steunen toen hij door de Colombiaanse president Álvaro Uribe was weggestuurd als bemiddelaar bij een gevangenenruil.

Dit conflict met Uribe verdiepte zich nadat Chávez woedend reageerde op een Colombiaanse luchtaanval, op 1 maart, op een FARC-kamp net over de grens in Ecuador. Dat land wordt bestuurd door een bondgenoot van Chávez, de linkse president Rafael Correa.

Bij de aanval kwam de Nr .2 van de FARC om en van hem werden laptops, externe harde schijven en usb-sticks buitgemaakt. De Colombiaanse inlichtingendienst en leger lekken sindsdien informatie aan de pers waaruit zou blijken dat de FARC de campagnekas van Correa spekte, en dat Chávez de guerrillagroep beloofde te steunen met wapens en grote sommen geld.

Vrijdag kwamen Ecuador en Colombia na bemiddeling van het Carter Center overeen de diplomatieke banden te herstellen die ze na de aanval verbraken. De toenadering volgt op het besluit van de Organisatie van Amerikaanse Staten om – op verzoek van Ecuador – de inhoud van de FARC-laptops te gaan onderzoeken. (AFP, EFE)

Commentaar: pagina 7