brieven over embryoselectie

Illustratie Merlijn Draisma Draisma, Merlijn

Weet de CU wel wat leven met kanker is?

In de berichtgeving en interviews over de embryokwestie, is bijna niemand uitgebreid aan het woord gekomen die zelf borstkanker heeft of heeft gehad. Hoe denken deze vrouwen erover? Ik kan, helaas uit eigen ervaring, vertellen dat het een verschrikkelijke situatie is als je borstkanker hebt.

In het najaar van 2004 kreeg ik de diagnose te horen. Begin 2005 was de eerste operatie, acht weken later de tweede, weer acht weken later de derde. Het bleek een agressieve soort kanker te zijn. De volgende stap was chemotherapie, met als doel de eventueel uitgezaaide, snelgroeiende kankercellen te doden. Maar daarbij worden ook gezonde cellen afgebroken. Mijn haar viel uit, de spijsvertering werkte niet goed meer, de voortplantingsorganen werden onherstelbaar beschadigd. Maar dat was nog niet alles. De radiotherapie volgde, waarbij ioniserende stralen de mogelijk bij de operatie achtergebleven kwaadaardige cellen alsnog moesten vernietigen. De bijwerkingen op lange termijn waren niet duidelijk, maar een definitief verbrande huid was onmiddellijk een feit. Eind 2005 was mijn laatste bestraling. Ik geloofde toen nog dat ik mijn leven gewoon weer zou kunnen oppakken.

Inmiddels weet ik beter. De zware impact van de borstkanker werkt nog steeds door. Vóór de ziekte was ik begonnen met studeren aan de universiteit in Leiden, ging mijn kind naar de middelbare school en wilde ik daarbij ook gaan werken. Maar de studie en de werkplannen kon ik wel vergeten: ik was al uitgeput als ik tien treden van een trap omhoog liep. Ik kon me niet meer goed concentreren en was mijn creativiteit helemaal kwijt.

Door mijn ervaringen verbaas ik mij over het standpunt van de ChristenUnie. De uitbreiding van de embryoselectie biedt namelijk de kans op een kankervrij leven. De ChristenUnie wil deze kans niet benutten; ze kiest voor het grote risico op lijden. Een lijden dat ook na de behandeling negatieve effecten blijft houden. Vergeet daarbij ook niet het lijden van het gezin, de familieleden en vrienden.

De ChristenUnie plaatst theoretische, ideologische en religieuze overtuigingen lijnrecht tegenover de harde realiteit. Daarom wens ik de tegenstanders van embryoselectie bij deze veel wijsheid, inlevingsvermogen en inzicht toe om de mogelijkheden die deze techniek biedt uiteindelijk wel in te zien.

Brigitte Wessely

Rotterdam

Zijn redderkinderen ook acceptabel?

Het huidige debat en de politieke crisis over de uitbreiding van criteria voor embryoselectie betreft het voorkomen van erfelijke kanker. Maar dit is onder de huidige regeling toegestaan: selectie mag in Nederland om ernstige genetische aandoeningen te vermijden (nrc.next, 3 juni).

Deze regeling gaat echter voorbij aan een ander moreel dilemma: een broertje of zusje geboren laten worden dat als embryo uitsluitend is geselecteerd om een ander, ziek kind te kunnen genezen (redderkinderen). Hierbij wordt geselecteerd, zodat de genetische weefselkenmerken van het embryo overeenkomen met een zieke broer of zus, zodat (stamcel)donatie mogelijk wordt.

Embryoselectie van redderkinderen leidt tot morele dilemma’s. Tegenstanders spreken van commodificatie van menselijk leven, en citeren de filosoof Immanuel Kant dat ieder leven een doel op zich hoort te zijn en niet slechts een middel. Voorstanders wijzen op de duidelijke medische voordelen: er komt een gezond kind en een ander ziek kind kan genezen worden. Bovendien is een redderkind nooit slechts een middel.

Daarnaast speelt de vraag of de risico’s van embryoselectie opwegen tegen de mogelijke medische voordelen. De risico’s zijn, voor zover bekend, beperkt voor het redderkind. Het zieke oudere kind loopt zonder redderkind daarentegen zeker gevaar.

In Nederland is embryoselectie voor donatie alleen toegestaan als er toch al geselecteerd wordt om zo een ernstige genetische ziekte te voorkomen. Deze beperking is moeilijk verdedigbaar tegenover ouders die een ouder kind hebben dat mogelijk zal overlijden aan een sporadische (niet-erfelijke) vorm van anemie of leukemie wanneer geen stamceldonor gevonden kan worden.

De cruciale vraag bij selectie voor donatie is of dat in principe acceptabel is. Als selectie voor donatie ethisch acceptabel is, dan is het consistent om het toe te staan aan alle wensouders. Het is van groot belang dit dilemma op te lossen voordat de situatie zich voordoet in de praktijk. Het is duidelijk dat embryoselectie voor donatie een principiële kwestie is, die moet worden meegenomen in het huidige debat.

Eva Asscher, onderzoeker recht en ethiek, Universiteit van Tilburg

Tilburg

ChristenUnie maakt reclame voor selectie

Controverses binnen coalities genereren steevast veel publiciteit. Immers, ze rieken naar crisis. Heel Nederland weet nu ineens wat embryoselectie is. Dit fenomeen zou nooit zo breed zijn uitgemeten in de media als de ChristenUnie in plaats van een coalitie- een oppositiepartij was geweest. Dan zouden honderden vrouwen onwetend zijn gebleven over pre-implantatie genetische diagnostiek. Dan zouden al die vrouwen het risico zijn blijven lopen dat ze een gen aan hun kind doorgeven met een ziekte met vrijwel zeker een dodelijke afloop. Welbeschouwd is de aanwezigheid van een handjevol christen-fundamentalisten dus een godsgeschenk.

Paul Vanderheyden

Kerkrade

De ChristenUnie is inderdaad arrogant

Met verbazing volg ik de embryopolitiek. Hoe is het mogelijk dat in een vrij en democratisch land de ChristenUnie in het kabinet zit? Voormalig minister van Volksgezondheid Els Borst heeft gelijk wanneer zij de ChristenUnie „arrogant” noemt (nrc.next, 5 juni). De partij is hypocriet: wel instemmen met abortus na drie maanden indien de vrucht het verkeerde gen draagt, om zo in het kabinet te komen. En nu zij eenmaal regeren, komt opeens de bijbel weer op tafel. Welke keuzes vicepremier Rouvoet en zijn volgelingen maken, staat hen vrij. Maar laat anderen de keus om embryoselectie toe te passen wanneer zij gebukt gaan onder ernstige erfelijk overdraagbare aandoeningen.

Corina Duin

Heemskerk

We lopen allemaal risico ziek te worden

Ook voor wie God niet vreest, is het een bijzondere keuze om zich van embryo’s te ontdoen wanneer ze een verhoogde kans hebben om veel later een ziekte op te lopen. Met onze toenemende kennis over erfelijkheid zullen we merken dat we allemáál verhoogde kansen hebben op vervelende ziekten. Zou u uw dochter bij nader inzien toch maar liever niet gekregen hebben, indien u wist dat ze maar vijftig jaar oud zou kunnen worden? Of dat ze preventief geopereerd moet worden?

M. Glas, vrouwenarts

Assen

Brieven en opiniestukken kunt u met naam en woonplaats sturen naar opinext@nrc.nl