Benno was weer bezig

Prins Bernhard diende na de Tweede Wereldoorlog een claim in van 1,4 miljoen mark.

De regering was bereid erover te liegen, aldus historicus Gerard Aalders.

Scenarist Mick Peet en tekenaar Erik Varekamp werken aan een biografie in stripvorm van prins Bernhard, Agent Orange. Dit najaar moet het derde deel verschijnen. Eerder brachten zij Bernhard als aankleedpop op de markt. Illustraties uit Het grote prins Bernhard aankleedboek Lady Di, Jackie Kennedy en de Vlaamse popgroep K3 gingen hem al voor. Vanaf morgen is ook prins Bernhard verkrijgbaar als poppetje van papier. Het grote prins Bernhard aankleedboek bevat tekeningen van dertig kostuums die kunnen worden uitgeknipt en die over een figuurtje van een jeugdige Bernhard in ondergoed kunnen worden geplakt. Het boek toont zowel vrijetijdskleding als militaire uniformen, ook van de nationaal- socialistische Schutzstaffel (Allgemeine SS) en de Sturmabteilung (SA). Het aankleedboek is van de makers van het stripboek Agent Orange, de jonge jaren van prins Bernhard , dat twee weken voor Bernhards overlijden op 1 december 2004 werd gepubliceerd. Scenarist Mick Peet en tekenaar Erik Varekamp veroorzaakten daarmee enige ophef, omdat er een kopie in staat van Bernhards lidmaatschapskaart van de NSDAP. Bernhard heeft altijd gezegd dat hij lid was van de Motor SA en Motor SS om te kunnen sportvliegen en motorrijden. Lidmaatschap van de NSDAP ontkende hij. Volgens de makers van het boek is Bernhard een `koninklijk fashion idol'. Modekenner Yvo van Regteren Altena roemt in zijn inleiding de ,,eigen midden-Europese elegante stijl'', met voor iedere activiteit een passende outfit. ,,Zelfs als Bernhard zich in bermuda, zwembroek of kamerjas vertoonde, was hij een koninklijker verschijning dan de prinsjes waar de natie nu mee moet leven.'' aankleedpop Varekamp, Erik

„Bernhard is een droomprins”, vindt de historicus Gerard Aalders. „Hij heeft zo ongelooflijk veel streken uitgehaald, die op zich allemaal funest hadden kunnen uitpakken voor hemzelf en de monarchie. Daar kun je als historicus en als republikein alleen maar dankbaar voor zijn.”

Vrijdag maakte Aalders in het tijdschrift De Republikein een nieuwe streek van de prins bekend: na de oorlog troggelde Bernhard de Duitse regering een miljoen mark af.

Aalders is als senior onderzoeker verbonden aan het Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie (NIOD) in Amsterdam. Hij werkt momenteel aan een boek over kartels, maar kwam tijdens zijn archiefwerk bij het ministerie van Buitenlandse Zaken een aantal stukken tegen over een intrigerende affaire rondom prins Bernhard. „Dat was op zich niet ongewoon. Bernhard had in de jaren na de oorlog contact met veel grote bedrijven. Zijn naam duikt geregeld op. Ik deed wat ik altijd doe als ik iets over hem vind: ik maakte er kopieën van. Je weet nooit wanneer zo’n vondst nog een keer tot een aardig artikel kan leiden.”

De papieren waarop Aalders was gestuit, maakten gewag van een betaling door de naoorlogse Duitse regering aan Bernhard van een miljoen mark. Na verder onderzoek bij het Duitse en Britse ministerie van Buitenlandse Zaken had Aalders zijn verhaal rond: Bernhard had inderdaad een miljoen losgepeuterd van de regering van Konrad Adenauer – en niet op een manier die de schoonheidsprijs verdiende.

Bernhard had in de oorlog 87.000 Reichsmark op een familierekening in Duitsland, maar dat geld was in 1945 onder beslag van het Britse Militaire Gezag gekomen. In 1943 had Bernhard afstand gedaan van „iedere nalatenschap van zijn vader en de toekomstige nalatenschap van zijn moeder”. Daarmee had de hele kwestie dus voorbij moeten zijn. Toch diende hij in 1951 een vordering van 1,4 miljoen mark in bij de Bondsrepubliek.

Die vordering berustte op erg creatief rekenwerk van de prins. Bondskanselier Adenauer vond de claim van Bernhard onzinnig, maar kon zich in de eerste decennia na de oorlog niet veel veroorloven tegenover zijn Europese buren. Aalders: „Uiteindelijk moet hij gedacht hebben dat hij maar beter een gebaar naar Nederland kon maken. De verhoudingen tussen ons land en de Bondsrepubliek waren relatief goed. Dat wilde Adenauer graag zo houden.”

De afhandeling van de kwestie ging Bernhard echter niet snel genoeg, zegt Aalders. De prins drong er bij de Nederlandse regering op aan de zaak te bespoedigen. Uiteindelijk zou het bedrag in 1963 op de bankrekening van Bernhard terechtkomen. Het geld zat verstopt in de 275 miljoen mark die Duitsland aan Nederland overmaakte als ‘Wiedergutmachung’ voor het leed dat geleden was tijdens de oorlog.

Een laakbare handelswijze, vindt Aalders. „De prins had niks geleden tijdens de oorlog. Hij zat lekker in Londen. Deze creatieve vorm van boekhouden was echter nodig omdat de Duitse overheid niet zomaar een miljoen kon overmaken. Dat was de Duitse Rekenkamer vast opgevallen. Dus moest het op deze manier.”

De Nederlandse regering zat met hetzelfde probleem als de Duitse. Hier moest een miljoen mark uit de betaling verdwijnen zonder dat een controlerende instantie het in de gaten kreeg. Het parlement, en met name de communisten, moesten in het ongewisse blijven.

Het was minister van Buitenlandse Zaken Jospeh Luns die de verduisteringsoperatie coördineerde. Aalders: „Ik heb stukken gevonden waaruit blijkt dat Luns opdracht geeft om ontkennend te antwoorden als leden van het parlement naar het bestaan van de transactie informeerden.” Aalders vindt de houding van de regering uiterst kwestieus. „Ze waren bereid te liegen over deze zaak. Prins Bernhard slaagde erin ministers in beide landen te corrumperen. Dat is een schande.”

In het artikel in De Republikein beschrijft Aalders nog een aantal gevallen waarin Bernhard de Nederlandse, en soms ook de Duitse regering, gebruikte om geld te verkrijgen waarvan hij vond dat het hem toekwam. „Ik sluit niet uit dat er in de toekomst nog meer bekend zal worden over de prins”, zegt Aalders. „Hij stond voor niets.”

De Rijksvoorlichtingsdienst wil niet reageren op de bevindingen van Aalders’ onderzoek.