Aspirant EU-lid waar rechters partij verbieden?

De rechtzaak tegen de AKP bemoeilijkt de toetreding van Turkije tot de EU. Volgens Stephen Castle kan alleen de hervorming van de Turkse grondwet de onderhandelingen redden.

Krap een maand na de verkiezingen in Servië stelt Boris Tadic, leider van de zegevierende, pro-westerse Democratische Partij, alles in het werk om tot een coalitie te komen die nauw in contact staat met de EU.

Voor de verkiezingen van 11 mei vergaten de Europese ministers van Buitenlandse Zaken hun bedenkingen tegen het Servische verzuim om de belangrijkste verdachten van oorlogsmisdaden te arresteren en ondertekenden een nieuwe overeenkomst op de weg naar het uiteindelijke lidmaatschap van de EU.

Zeventien Europese landen beloofden Servische burgers geen visakosten meer te rekenen. De boodschap – Europa houdt van Servië – onderstreepte de verleiding van het lidmaatschap van de Europese club van rijke landen. Servië verkoos de partij van Tadic boven nationalisme en isolement.

Ook landen van het voormalige Warschaupact veranderden in moderne democratieën. Tegelijkertijd staat Turkije, dat al over het lidmaatschap van de EU onderhandelt, aan de rand van een binnenlandse politieke crisis die de grenzen van de zachte EU-macht zeker op de proef zal stellen.

Deze zomer zal het Turkse Constitutionele Hof uitspraak doen in de zaak tegen de regerende Partij van Gerechtigheid en Ontwikkeling (AKP), die wortelt in de islam en die elementen van de grondwet zou hebben geschonden waarmee het secularisme wordt beschermd. De eis luidt dat de partij wordt ontbonden en dat 71 mensen, onder wie premier Recep Tayyip Erdogan en president Abdullah Gül, vijf jaar van de politiek worden uitgesloten.

De algemene opvatting onder deskundigen is dat het Constitutionele Hof de AKP zal opheffen en de leidende figuren van de partij op non-actief zal stellen. De Turken zullen deze ‘juridische coup’ wel te boven komen, maar de Turkse EU-kandidatuur zou weleens onherstelbare schade kunnen oplopen doordat de nationalistische tendensen worden versterkt en de betrekkingen met de VS, die al moeizaam zijn, nog verder worden verstoord.

De onderhandelingen met de EU verlopen al heel moeilijk en in landen als Frankrijk, Duitsland en Oostenrijk bestaat een sterk verzet tegen een volwaardig Turks lidmaatschap. En daar komt nu dan nog die interne strijd over het secularisme bij.

De AKP, die voor het lidmaatschap is, wil tegelijkertijd het dragen van een hoofddoek op de universiteiten toestaan, de beperkingen op koranlessen opheffen en de consumptie van alcohol beperken.

Vorig jaar was Turkije verdeeld over de verkiezing van de president, omdat de vrouw van AKP-kandidaat Gül een hoofddoek droeg. De secularisten waren woedend. Bij de verkiezing die uit de crisis voortvloeide, behaalde de regerende partij 47 procent van de stemmen, zodat Gül als president werd geïnstalleerd.

In Europa kan het vooruitzicht dat een democratisch gekozen regering door rechters wordt ontmanteld, niet ongemerkt voorbijgaan. Juridisch gezien is het misschien volgens de letter van de Turkse grondwet, maar in westerse ogen is deze reactie zo buiten proportie dat ze vragen oproept aangaande de Turkse naleving van de zogeheten criteria van Kopenhagen. In deze begrippen zijn de democratie en de rechtsstaat vastgelegd en hieraan moet elke EU-kandidaat voldoen.

De EU reageerde met ongeloof op deze rechtszaak, omdat rechtszaken om politieke partijen op te heffen in EU-democratieën ongebruikelijk zijn. Nu de Europese Commissie haar zorg uitgesproken heeft, is de geest uit de fles in Turkije en aangezien de AKP als enige grote partij het Turkse EU-lidmaatschap bepleit, lijkt de Europese Commissie partijdig.

De eerste reactie van de EU en de Europese Commissie hebben in Turkije de indruk gewekt dat de EU steun aan de AKP verleende. Dat was niet zo, maar toch bestond de indruk dat de EU zich met de zaken van Turkije bemoeide. De EU lijkt de invloed van haar inmenging in de binnenlandse politiek verkeerd te hebben ingeschat.

De EU heeft de fout gemaakt om de pro-islam-, pro-EU-kringen tegenover de secularistische non-liberalen te stellen – alsof er maar twee kampen waren. Maar ze gaat daarmee voorbij aan de seculiere liberalen die afstand van de AKP houden maar ook het EU-beleid steunen.

Het dilemma voor de EU is groot. Als het Turkse hof naar verwachting handelt, zal de EU onmogelijk voorbij kunnen gaan aan een uitspraak die de vraag oproept of de Turkse variant van democratie wel verenigbaar is met het EU-lidmaatschap.

Maar als de EU de onderhandelingen opschort, zullen die niet gauw meer worden hervat, omdat dit de unanieme instemming van alle 27 lidstaten zou vergen.

De commissie zal vermoedelijk dan ook hetzelfde beleid voeren als in mei 2006 tegenover Servië, toen Belgrado streefde naar een akkoord dat de weg opende voor onderhandelingen over het lidmaatschap – een zogeheten Stabilisatie- en Associatiepact.

Toen de EU vond dat Belgrado onvoldoende meewerkte met het VN-tribunaal voor oorlogsmisdaden, onderbrak de EU de onderhandelingen, maar schortte ze niet formeel op. Zo werd voorkomen dat alle 27 landen het weer over de hervatting eens zouden moeten zijn.

De beleidsbepalers van de EU komen tot het besef dat de kern van het probleem de Turkse grondwet is. Die stelt de aanhangers van het secularisme immers in staat een eenvoudig beroep op de rechtsstaat te doen – evenzeer een EU-beginsel. De Europese Commissie zal aan een voortzetting van de lidmaatschapsbesprekingen waarschijnlijk de voorwaarde stellen dat de grondwet wordt hervormd.

Naar verwachting werkt zo’n ultimatum, omdat het Turkije objectieve criteria zou verschaffen en de onderhandelingen over het EU-lidmaatschap zouden doorgaan als Turkije aan deze criteria voldoet – zonder dat opnieuw unanimiteit van de lidstaten behoeft te worden gevraagd.

In vergelijking met Turkije lijkt zelfs de Byzantijnse politiek van Servië rechttoe-rechtaan.

Stephen Castle werkt voor de New York Times vanuit Brussel

© NYT