Uitspraak 7: Endstra-tapes

Kan iemand publicatie verhinderen van clandestien opgenomen gesprekken met een beroep op auteursrecht? In de zaak van de Endstra-tapes houdt de Hoge Raad vast aan een ruim criterium.

Met reacties van Dirk Visser en Corien Prins

De zaak: De bedreigde Amsterdamse vastgoedhandelaar Willem Endstra sprak urenlang met de recherche op de achterbank van een rijdende auto. De geheime bandopnamen daarvan werden door twee journalisten letterlijk overgenomen in een boek, de Endstra tapes. De familie van de later vermoorde Endstra is daar boos over. Zij vinden dat Endstra (of zij zelf) toestemming voor het afdrukken hadden mogen weigeren. Zij claimen auteursrecht op de tape. De journalisten wisten bovendien dat Endstra met de recherche alleen informele, vrije gesprekken wilde houden in het besef dat er niets op papier zou komen.

Wat staat hier juridisch op het spel?

De vrije informatie uitwisseling en vrije concurrentie - de vraag hoe strikt de regels van het eigendom mogen worden toegepast op tekst, beeld en geluid in het publieke domein. Een auteursrecht is een tijdelijk monopolie op het verveelvoudigen van een eigen werk. Maar wanneer heb je iets gemaakt dat juridisch als een ‘werk’ mag gelden? Daarvoor is een afkorting in gebruik. EOK & PS. Als het werk een Eigen Oorspronkelijk Karakter heeft en een Persoonlijk Stempel draagt.

De Hoge Raad is hier vrij gul in. Een parfumluchtje, een chemische formule en een kinderspelletje (zeeslag) mocht worden beschermd. Sceptici waarschuwen voor het ‘doordenderen’ van auteursrecht. Niet alles wat door een mensenhand wordt aangeraakt moet als ‘werk’ gelden. Net zo min als iedere communicatie tussen mensen als ‘oorspronkelijk’ moet worden gezien. Straks ontstaan er nog eigenaren van het recht op verveelvoudiging van een boodschappenbriefje. Of is de atleet eigenaar geworden van beelden van zijn sportprestatie.

Wat zeiden de rechtbank en het Hof?

Zij vonden de Endstra-tapes geen oorspronkelijk werk. Het boek mocht dus in de handel blijven. De Endstra-tapes zakten voor de EOK & PS toets. Natuurlijk had Endstra wel op zijn eigen manier zijn gedachten verwoord. En het gesprek had ook een eigen, samenhangend karakter waarop Endstra een persoonlijk stempel had gezet. Maar voor dat ‘persoonlijk stempel’ eiste het Hof nog iets extra’s. Endstra moest bewust voor de vorm van een opgenomen gesprek hebben gekozen. Daarvan was geen sprake.


Wat zegt de Hoge Raad?

De Hoge Raad is ruimhartiger. Het is voldoende als er sprake is van “een vorm die het resultaat is van scheppende menselijke arbeid en dus van creatieve keuzes”. En het moet gaan om iets dat door de menselijke geest is voortgebracht. Mits het niet ‘alledaags’ is. Dus geen boodschappenbriefje. Voor auteursrecht bescherming mag je niet eisen dat de maker bewust een werk heeft willen scheppen en dus bewust creatieve keuzes heeft gemaakt. Ook mag niet worden geëist dat de maker bewust voor de vorm heeft gekozen die het werk heeft gekregen of dat het werk een coherente creatie moet zijn, aldus de Hoge Raad.

Anders gezegd: door toeval, onbewust of in het geheim tot stand gekomen creatieve uitingen kunnen ook door auteursrecht worden beschermd. Mits het door de menselijke geest is voortgebracht. Wie dus iets moois of belangwekkends maakt zonder het in de gaten te hebben heeft daarop een auteursrecht. Neem de geheime gesprekken die Peter R. de Vries met Joran van der Sloot opnam. Die zijn dus van Joran van der Sloot. Hij had mogen beslissen of ze uitgezonden werden. De Vries kan er geen boek of DVD van maken, zonder diens toestemming.

Lees de uitspraak van de Hoge Raad hier.