42.000 spreekwoorden

Sinds vorige week is het een stuk eenvoudiger geworden om de betekenis en ouderdom van Nederlandse spreekwoorden na te zoeken. De Digitale Bibliotheek voor de Nederlandse Letteren (DBNL) heeft namelijk het Spreekwoordenboek der Nederlandsche taal van Pieter Jacob Harrebomée (1809-1880) gedigitaliseerd. Dit driedelige spreekwoordenboek verscheen tussen 1853 en 1869 en bevat ruim 42.000 spreekwoorden – de grootste collectie die ooit voor het Nederlands is samengebracht.

Al eerder digitaliseerde de DBNL het bekende spreekwoordenboek van F.A. Stoett. Dit tweedelige werk, waarvan de vierde druk verscheen tussen 1923 en 1925, bevat zo’n 3000 spreekwoorden, maar Stoett graaft veel dieper en is veel betrouwbaarder dan Harrebomée.

„Als verzameling is het nog altijd onmisbaar”, schreef de bekende lexicograaf C. Kruyskamp in 1981 over het levenswerk van Harrebomée, „maar daarmee is eigenlijk alles gezegd, want verder kleven er vele bezwaren aan: het is moeilijk hanteerbaar en het is onkritisch. Harrebomée was geen taalkundige en hij had geen helder idee van wat nu eigenlijk een spreekwoord is. Hij heeft alles opgenomen wat zich als zodanig aandiende of hem werd voorgelegd, maar er is zeer veel kaf onder het koren. [...] Harrebomée was eigenlijk vooral bibliograaf en daarin ligt de grote waarde van zijn boek: hij heeft inderdaad alles wat er ooit aan spreekwoorden in het Nederlands verzameld is, gedrukt en in handschrift, gekend en nauwkeurig beschreven, en zijn bronnenlijst is daarom nog altijd onovertroffen.”

Dat Harrebomée „moeilijk hanteerbaar” is, is nog zachtjes uitgedrukt. Het is een labyrint, met talloze bijvoegsels, nalezingen, addenda en corrigenda. Het is zelfs zo chaotisch dat het twee jaar duurde voordat werd ontdekt dat in de fotomechanische herdruk die in 1990 verscheen, 160 pagina’s ontbraken. Helaas heeft de DBNL nu juist díé herdruk gedigitaliseerd, dus ook op de website ontbreken nu 160 dichtbedrukte pagina’s, maar gelukkig zal dit worden hersteld. Maar de chaos in Harrebomées spreekwoordenboek in digitale vorm is niet zo’n probleem. Sinds een week zijn de tienduizenden spreekwoorden en zegswijzen die hij vermeldt, beter te doorzoeken dan ooit tevoren.

Hoe ging de Heemsteedse schoolmeester Harrebomée te werk? Hij begon al op zijn vijftiende met het verzamelen van spreekwoorden en ging er tot op zijn sterfbed mee door. Met behulp van de Rotterdamse taalgeleerde Arie de Jager bouwde hij een flinke groep correspondenten op – in zijn spreekwoordenboek bedankt hij er uiteindelijk 56. Maar ook zijn vader en moeder, vrouw, kinderen en zelfs zijn leerlingen werkten mee. Ondeugende schoolkinderen kregen van hem de opdracht om de volgende dag vijftig spreekwoorden in te leveren. Een oud-leerling schreef in 1911 dat kinderen „wel eens zelf van die spreekwoorden maakten”, en dit zou kunnen verklaren waarom Harrebomée zegswijzen vermeldt die nooit in andere bronnen zijn gevonden.

Harrebomée noteerde alle spreekwoorden die hij hoorde gebruiken en verder verwerkte hij alle oudere verzamelingen die hij te pakken kon krijgen. Hij aarzelde niet de hulp in te roepen van ministers van Buitenlandse Zaken en diplomaten om zeldzame geschriften uit het buitenland te laten komen. Er is zelfs een brief van hem waarin hij koningin Victoria vraagt hem te helpen een zeldzaam Nederlands spreekwoordenboekje uit het British Museum te bemachtigen. In totaal verwerkte hij 200 bronnen; dat is op dit gebied de grootste collectie ooit.

Ewoud Sanders