‘Wij fanaten en tirannen? Ongelofelijk’

De ChristenUnie maakt zich in de embryokwestie vooral boos om de procedure. Zegt Arie Slob. Het venijn van de reacties raakt hem. „Het is misplaatst om ons als ongevoelige mensen neer te zetten.”

„De wensen van de betrokkenen zijn zeer legitiem, maar ik moet besluiten nemen die veel breder zijn dan wat zij meemaken” Foto Roel Rozenburg Den Haag : 5.6.2008 Fractievoorzitter ChristenUnie Arie Slob. © foto Roel Rozenburg Rozenburg, Roel

Kwaad? Nee, kwaad is hij niet. „Dat heb ik niet in mijn genen meegekregen.” „Geraakt”, dat is Arie Slob, de fractieleider van de kleinste coalitiepartij de ChristenUnie, door de „woede” en het „venijn” waarmee zijn partij de afgelopen week is bejegend.

Staatssecretaris van Volksgezondheid Jet Bussemaker (PvdA) moest vorige week een al naar de Tweede Kamer verzonden brief over de verruiming van embryoselectie terugtrekken, nadat minister van Jeugd en Gezin en vicepremier André Rouvoet (ChristenUnie) protesteerde: hij was niet van de inhoud op de hoogte gesteld. In de discussie die sindsdien de media domineert, is de ChristenUnie aanjager, middelpunt en vaak mikpunt van felle kritiek.

Slob begint het gesprek op zijn werkkamer donderdagmiddag, vlak na het urenlange Kamerdebat over de kwestie, met voorbeelden van die kritiek. Hij zal er steeds op terugkomen. Tientallen emails: Slob is „dagenlang met zijn inbox bezig geweest”, omdat hij vond dat hij elke scribent een persoonlijk antwoord verschuldigd was. Alleen mails met krachttermen als „christenhond” in de aanhef liet hij ongelezen.

En dan de kranten – „voorál die van u”. Hij heeft een rijtje citaten paraat: „Zo’n gynaecoloog als meneer Evers die zegt dat Rouvoet zijn gelijk haalt over de ruggen van vrouwen met kanker...Je moet het lef maar hebben. Elsbeth Etty, die in haar column schrijft dat wij ‘fanaten, fundamentalisten en tirannen’ zijn. Ik vind dat echt ongelofelijk. Of Els Borst (voormalig minister van Volksgezondheid en lid van D66), die ons beticht van ‘arrogante zelfvoldaanheid’. Het eerste dat ik dan denk is: was Borst niet die vrouw die in 2001 zei ‘Het is volbracht’, toen ze klaar was met de Euthanasiewet? En dan zegt ze dat wíj de Tweede Kamer als missiepost gebruiken.”

Iedereen heeft zijn eigen missie, bedoelt u.

„Precies. Wie verwijt de ander wat?”

Wat is volgens u de kern van al die woede?

„Hoe wij het in ons hoofd halen om een bepaalde medische handeling die door sommigen als positief wordt gewaardeerd, tegen te houden. Maar je moet het terugbrengen naar de essentie: Bussemaker heeft een brief naar de Kamer gestuurd die niet werd gedragen door het kabinet.”

Het verzet van uw partij tegen verruiming van embryoselectie beperkt de mogelijkheden van mensen. U wilt andersdenkenden uw ethiek opleggen.

„Het woord opleggen vind ik misplaatst. In de politieke arena worden democratische besluiten genomen. Van wetten zeggen we toch ook niet dat ze worden opgelegd? Het ene besluit vraagt meer van burgers en biedt minder ruimte dan het andere, en bevalt de een wat meer dan de ander. Dat is inherent aan de politiek. Het is van alle tijden. GroenLinks en D66 hebben op milieugebied ook standpunten die de vrijheden van burgers beperken, maar kennelijk vindt men dat onverdacht. Kennelijk mag je vanuit allerlei invalshoeken politiek bedrijven, maar niet vanuit de christelijke religie.

„Voor D66 is het nu natuurlijk even slikken. Na zoveel jaren zelf aan het stuur zitten zij nu op onze positie, en wij op die van hun.”

Als minderheid in de samenleving heeft u altijd gepleit voor autonomie, juist bij gecompliceerde, ethische zaken. De overheid moet kaders stellen, maar mensen vrij laten in de manier waarop ze die invullen.

„Beginnend leven kan niet voor zichzelf opkomen. De bescherming ervan is de verantwoordelijkheid van de overheid. Bij abortus provocatus staat die verantwoordelijkheid tegenover de autonome keuze die mensen willen maken.

Politici moeten niet de rol van medici spelen, maar wel kaders stellen. Daarom is er ook een Embryowet. Geen enkele partij vindt dat de overheid zich helemaal buiten dit soort dingen moet houden. Sterker nog: twee jaar geleden vond de coalitie, die toen van een totaal andere samenstelling was, óók al dat mensen niet zomaar onbeperkt alles moesten kunnen doen op dit gebied. Over hoever het overheidsingrijpen gaat moeten we voortdurend in discussie blijven. Wat voor samenleving willen we zijn? Hoe willen we omgaan met ziektes en ziektebestrijding? En dan moeten we de weg volgen die door de meerderheid wordt gedragen. Niemand in Nederland heeft het alleen voor het zeggen.”

Deze zaak is principiëler en ligt gevoeliger dan veel andere. Moeten de coalitiepartners dan niet de ruimte krijgen om naar hun eigen geweten te stemmen?

„Nee. In een coalitie ben je aan elkaar verbonden. Dat is niet vrijblijvend. Je hebt de opdracht om samen tot conclusies te komen. Ik ga er van uit dat het kabinet zich daar maximaal voor inspant.”

Wat doet u als het kabinet straks met iets komt dat u niet zint?

„Als ik één ding mag zeggen: ik ben nooit een applausmachine voor het kabinet geweest.”

U laat het antwoord op deze principiële vraag anders wel over aan het kabinet.

„Wij hebben hier niet om gevraagd. Wij hebben dit niet in gang gezet. Als de brief in het kabinet besproken was, had dit allemaal voorkomen kunnen worden. Dat moet eerst gebeuren.”

Dat kunt u vinden, maar mensen hebben nu behoefte aan een inhoudelijk debat. Een vrouw met genetische aanleg voor agressieve borstkanker die bij het debat was, vond het onbegrijpelijk dat uw partij eerst de verruiming van embryoselectie blokkeert, en nu weigert te zeggen wat er dan wel moet gebeuren.

„Ik respecteer dat. Als ze naar de Kamer was gekomen in de veronderstelling dat ze precies zou horen hoe elke partij erover denkt, snap ik dat zij teleurgesteld is. Zij kijkt ernaar vanuit haar eigen situatie, maar voor ons was het een procedureel debat.”

Critici zeggen dat u, als kleinste regeringspartij, via machtspolitiek uw zin probeert te krijgen.

„Machtspolitiek is een woord dat ik niet herken. Het beeld van een partijtje met zes mensen in de Kamer en drie in de coalitie dat zijn wil aan de anderen oplegt, doet geen enkel recht aan de werkelijkheid. De ChristenUnie is op volkomen legitieme wijze in de coalitie gekomen. Nu zijn de mensen die libertair zijn ingesteld, opeens bezorgd dat hen terrein wordt afgepakt. Uit die hoek klinken de felste woorden: hoe durf je grenzen te stellen aan onze autonomie. Maar het enige dat wij doen, is een meerderheid voor ons standpunt proberen te vinden binnen de ruimte die de rechtsstaat daarvoor biedt. We volgen de democratische spelregels waarvan ik hoop dat elke partij ze onderschrijft.”

Dan kan een kleine partij dus winnen.

„Het is helemaal geen strijd. Als je dit soort precaire vraagstukken in dat soort termen verpakt, ben je verkeerd bezig. Gun iedereen zijn eigen proces.”

„Volgordelijkheid”, daar hechten Slob en zijn partij aan. Bussemakers eerste fout was volgens hen een procedurele: ze voerde geen kabinetsoverleg vooraf. Sinds ze de brief terugtrok, ligt de zaak weer „waar hij hoort te liggen”. „Op de tafel van het kabinet”, zo herhaalde Slob deze week als een mantra. Inhoudelijke vragen over het onderwerp ontweek hij door te zeggen dat hij „het kabinet niet voor de voeten wilde lopen”, en met zijn fractie „terughoudendheid wilde betrachten” totdat de coalitie met een nieuw standpunt kwam.

Tweede Kamerlid en woordvoerster Esmé Wiegman was explicieter: zij vocht de wenselijkheid van verruiming van embryoselectie aan, en wees op het gevaar van een maatschappij waar ook de mogelijkheid van ziekte bij voorbaat wordt uitgebannen.

U spreekt tot nu toe steeds over de procedurele bezwaren. Maar uw bezwaren zijn toch ook inhoudelijk? Als Bussemaker had geschreven dat de beperkingen aan embryoselectie dezelfde bleven, had de ChristenUnie dan ook protest aangetekend?

„Voor Rouvoet kan ik niet spreken, maar ik zou dezelfde terughoudendheid bepleit hebben. Over dit soort grote onderwerpen moeten door het kabinet gedragen besluiten worden genomen. En dan kan een meerderheid in de Tweede Kamer altijd nog een ander standpunt hebben.”

Wachten op de oplossing van het kabinet was deze week ook de bezweringsformule van de andere coalitiepartijen CDA en PvdA. Dat gaf de oppositie de gelegenheid allerlei complottheorieën te bedenken. Bussemaker zou de ChristenUnie bewust gepasseerd hebben in haar behoefte om een reddende engel te spelen voor vrouwen met erfelijke agressieve borstkanker. Rouvoet zou, bezorgd om een flets imago binnen de coalitie, een week voor het congres van zijn partij de kans hebben gegrepen om zichzelf weer een felle christelijke kleur te geven.

Voor veel toeschouwers lijkt de coalitie in een fundamenteel conflict terecht te zijn geraakt, waarvan de oplossing niet in zicht is. De geluiden van eind 2006 klinken weer op, toen André Rouvoet, de leider van de ChristenUnie, met Wouter Bos en Jan Peter Balkenende in Beetsterzwaag onderhandelden over een nieuw kabinet. Slob was Rouvoets secondant.

Dat de sterk gegroeide streng-christelijke partij in de regering zou komen werd door velen met weerstand begroet. De ChristenUnie is tegen abortus, tegen euthanasie, tegen gokken, tegen veel roken en drinken, tegen huwelijkse ontrouw en tegen het homohuwelijk. Critici dachten dat de nieuwe combinatie nauwelijks levensvatbaar zou zijn. Hoe kon een seculiere partij als de PvdA samen gaan met ChristenUnie-politici die, zoals in hun gedragscode staat, handelen in dienst van God? De bezwaren werden door de onderhandelaars weggewuifd. De leiders begrepen elkaar, zei Bos.

De ChristenUnie was veranderd, zeiden leden zelf. „Wie meent dat de ChristenUnie politiek bedrijft om de moraal van de jaren vijftig te herintroduceren, zal nog veel verrassingen tegenkomen”, zei Roel Kuiper, voormalig directeur van het wetenschappelijk bureau van de partij. Volgens hem kon zijn partij juist een symbool zijn van een trendbreuk. Minder economie, meer aandacht voor de zachte kanten van het bestaan: het ‘Samen Werken, Samen Leven’. En daar zouden de christenen juist de PvdA aan hun zijde vinden. Nu lijken de ideologische verschillen tussen PvdA en ChristenUnie toch nog tot uitbarsting te komen.

Waarom heeft Bussemaker die brief over zo’n precair onderwerp zonder overleg vooraf verstuurd, volgens u?

„Wat wilt u van mij horen? Wij hebben goede ervaringen met haar. Zij heeft juist altijd heel erg rekening gehouden met gevoeligheden. Het verbaasde ons ook dat dit gebeurde. Maar als zij zegt: ik heb mij vergist, ik dacht dat het een technische brief was, dan ga ik haar niet tegenspreken.”

In het coalitieakkoord wordt de wetgeving rond abortus en euthanasie ongemoeid gelaten. Dat betekende dat uw partij de bestaande praktijk accepteert, maar ook dat veranderingen vier jaar lang uitgesloten zijn. Is dat niet een te breekbaar uitgangspunt om een land mee te regeren?

„Dat denk ik niet. Over de medisch-ethische passages in het akkoord is tijdens de formatie op een directe, betrokken manier met elkaar gesproken. Het CDA wist al wel waar wij stonden, maar wat me aangenaam verraste, is dat ook de PvdA echt bereid was om naar onze standpunten te luisteren. Ik was onder de indruk van Wouter Bos, die de gedachten achter bepaalde standpunten wilde kennen, en niet stopte bij ‘ze willen iets niet’, zoals vaak gebeurt. Nee, het was: wat zit daarachter, wat beweegt jullie? Hoe vinden jullie dan dat problemen moeten worden opgelost? Ik vond het mooi dat er zo’n ambiance was.”

De grote partijen luisterden eindelijk naar u?

„In die sferen denken wij niet.”

U klinkt zo verrast over het begrip van de anderen.

„Onze ervaring was dat er, ook als we dachten dat we in debatten redelijk genuanceerd geweest waren, meestal maar één ding bleef hangen: de ChristenUnie is tegen. Een soort SP op medisch-ethisch terrein. Maar tijdens de formatie was het een gezamenlijk zoeken. Het resultaat was een mooie medisch-ethische paragraaf, die voor ons de acceptatie van status quo betekende, maar waarin ook stond dat het kabinet actief zou worden op terreinen waar het heel lang stil geweest was, zoals preventie van ongewenste zwangerschappen en palliatieve zorg. De beschermwaardigheid van het leven werd voor het eerst nadrukkelijk naast de autonomie van de vrouw gezet.

„Mensen die nu zeggen: de ChristenUnie is in een pak genaaid, ze hebben alles moeten accepteren en nu gaan ze opeens met hun spierballen rollen... Die jongens hebben de macht ontdekt, en kijk ze eens te keer gaan. Zo zijn we de afgelopen week neergezet. Nou ja. Alsof wij deze situatie hebben opgezocht. Kom op, hé.

„Er was een heel goed klimaat, we hebben anderhalf jaar goed kunnen samenwerken. Soms spande het natuurlijk best wel eens eventjes, maar dat vind ik heel gezond. Er ís ook een spanningsveld, dat moeten we niet ontkennen. Nu zijn we terug bij de oude situatie: dat we samen zoeken naar antwoorden op grote vragen over leven en dood.”

De ChristenUnie was dolblij toen ze begin 2007 mee kon doen aan de kabinetsformatie. Opeens was er een mogelijkheid om mee te doen en de eigen overtuigingen om te zetten in beleid. Maar de groei van de partij die deze deelname mogelijk maakte, kwam deels ook door nieuwe kiezers waarvoor de streng-christelijke uitgangspunten van de partij minder belangrijk waren dan het imago van de ChristenUnie als sociaal bewogen, betrouwbaar en ‘fris’. Voor de partij blijven de traditionele achterban en de eigen principes van het grootste belang. Het lot van D66 – dat in opeenvolgende kabinetten als kleinste coalitiepartner meer en meer zijn eigen kleur verloor – is een schrikbeeld. Dus moet de partij zich schrap zetten als bij fundamentele meningsverschillen het waterige compromis dreigt.

Nu staan er mensen op die de gevolgen ondervinden van jullie weerstand tegen verruimde embryoselectie. Het probleem krijgt een gezicht. En dan komt de ChristenUnie over als bikkelhard.

„Tegen die mensen zal je het als partij altijd afleggen in de beeldvorming. Ik wil ook niet met hen in competitie komen. Hun wensen zijn zeer legitiem, maar ik moet besluiten nemen die veel breder zijn dan wat zij meemaken. In de politiek moet je keuzes maken.”

U moet uw gevoel dus uitschakelen.

„Ik schakel mijn gevoel niet uit. Dat is een heel rare conclusie. Ik zit hier met een verantwoordelijkheid. Ik kan niet kijken naar één persoon. Wij moeten bredere afwegingen maken en naar de toekomst kijken. De medische wetenschap blijft zich ontwikkelen, en wij moeten blijven afwegen: wat vinden we wijs, wat kunnen we toestaan.

„Het is misplaatst om ons als ongevoelige mensen neer te zetten, die met de armen over elkaar toekijken hoe mensen ernstig ziek worden. Wij gaan ook onder dit soort dingen gebukt. Ik heb zelf een gehandicapte zus, ik heb mijn vader verloren aan kanker toen ik 19 was. Ik zeg dus niet: dat overkomt je, laat het maar gebeuren en aanvaard het. Wij laten ons gewoon inenten. Sommige mensen in mijn omgeving passen IVF toe. Soms wel met restricties: alle embryo’s die er zijn worden ingebracht, zodat er niets wordt vernietigd. Dat is een eigen keuze. Dat betekent niet dat ieder middel om leed te bestrijden ook acceptabel is.”

We voelen de tijdgeest goed aan, klonk het bij uw partij tevreden na één jaar Balkenende IV. Vindt u dat nog steeds?

„Dat is lastig... De slogan van het kabinet, ‘Samen werken, samen leven’, sluit aan bij een breed gevoel onder kiezers dat er meer is dan alleen maar plat individualisme en consumeren, dat er ook collectieve verantwoordelijkheden bestaan. Tegelijkertijd is de respons die het kabinet krijgt nog mager. Vandaar mijn oproep tijdens het verantwoordingsdebat van twee weken terug: investeer meer in dat samen leven. En de vragen die we hebben, over hoe je omgaat met ziekten en gebreken die leven ook bij anderen in de samenleving.”

Komt de ChristenUnie hier goed uit?

„Dat is niet mijn eerste zorg. Het gaat er vooral om dat de coalitie recht doet aan dit onderwerp, en aan de verschillende opvattingen die er over bestaan. Wanneer dat gebeurt en hoe het afloopt, kan ik niet voorspellen. Ik heb geen glazen bol.”