Veel Ieren hebben geen ‘clue’ of neigen naar ‘nee’

Ierland stemt donderdag per referendum over het nieuwe EU-verdrag. Ondanks het profijt dat de EU het land heeft gebracht is de uitkomst lang niet zeker. De andere lidstaten houden de adem in.

Op een fiets voor de rechtbank van Galway geeft een tegenstander van het Hervormingsverdrag zijn standpunt. Foto Joe O’Shaughnessy A no vote in the Lisbon Treaty Referendum campaigner's bicycle outside the courthouse in Galway city. Photograph: Joe O'Shaughnessy. O'Shaughnessy, Joe

Op het eerste gezicht lijkt de welvarende stad Galway in het westen van Ierland volkomen in de ban van het Verdrag van Lissabon. De lokale media staan er vol van en overal hangen posters, waarop de kiezers worden opgeroepen bij het referendum van komende donderdag ‘ja’ of’ ‘nee’ te stemmen.

Vooral de plakkaten van de tegenstanders springen in het oog. ‘Laat u niet bedotten door de ja-knikkers. Stem ‘nee’ tegen het Lissabon-verdrag.’ Of: ‘EU militarisering. Stem Nee’. Of nog beknopter: ‘No foreign rule’.

Ierland, de enige EU-staat die grondwettelijk verplicht is belangrijke Europese verdragen per referendum voor te leggen aan de eigen bevolking, maakt volgende week uit of de Europese Unie na jaren van gesteggel over haar eigen structuur eindelijk in rustiger vaarwater terecht komt. Zeggen de Ieren ja, dan kan de EU efficiënter en slagvaardiger worden. Er komt dan onder meer een permanente voorzitter en een hoge vertegenwoordiger voor haar buitenlandse beleid. Zowel de Ierse regering als de andere lidstaten die het verdrag al hebben geratificeerd zullen in dat geval een zucht van verlichting slaken.

Wordt het een nee, dan staat de EU een nieuwe crisis te wachten met ongewisse afloop. De kans daarop is aanzienlijk. De jongste opiniepeilingen geven het ‘nee-kamp’ voor het eerst een voorsprong, al weet ruim een derde van het electoraat nog niet wat te stemmen.

Hoewel er grote belangen op het spel staan, blijken de meeste bewoners van Galway nauwelijks benul te hebben waarover het gaat. „Wanneer is dat referendum”, vraagt de gepensioneerde autoverkoper Patrick Fahy, die op de bus staat te wachten aan het elegante centrale plein van Galway, „Ik heb geen idee waarover het gaat. Kunt u me dat misschien uitleggen?”

Op de boomrijke campus van de universiteit, aanjager van het intellectuele leven in Galway, is ‘Lissabon’ evenmin gespreksonderwerp nummer één. Drie mannelijke en twee vrouwelijke eerstejaars, die buiten een bekertje koffie drinken, zeggen desgevraagd volstrekt geen ‘clue’ te hebben waarover referendum en verdrag gaan. Slechts één van hen denkt te gaan stemmen, waarschijnlijk nee, omdat zijn vader dat ook doet.

Niet iedereen behandelt de kwestie zo nonchalant. Tricia McHalle, werkzaam in een boekwinkel in het schilderachtige oude centrum van Galway, is vastbesloten komend weekeinde de voors en tegens te bestuderen. Ze neigt naar een nee. Waarom? „Voor mij is een cruciaal aspect dat de Ierse neutraliteit moet zijn gegarandeerd. Ik wil niet dat Ierland tegen zijn zin wordt meegesleept in buitenlandse militaire avonturen.” Om dezelfde reden heeft ze indertijd tegen het verdrag van Nice gestemd. Ze hecht minder waarde aan verzekeringen van de Ierse regering dat de neutraliteit is gewaarborgd dan aan de waarschuwingen van sommige (vooral linkse) publicisten.

Het moet Eurofielen met afschuw vervullen dat het lot van zo’n belangrijk Europees verdrag afhangt van mensen die voor het overgrote deel niet weten waarover het gaat. Al even verontrustend voor hen is dat dit deel van Ierland al vaker de neiging heeft getoond ‘nee’ te stemmen bij referenda over Europese kwesties. „In het Westen van Ierland stemmen de mensen doorgaans in beduidend grotere aantallen tegen dan elders in het land”, zegt Brendan Flynn, politicoloog aan de universiteit van Galway en zelf een overtuigde voorstander van het verdrag van Lissabon.

Mede daardoor verwierpen de Ieren in 2001 in eerste instantie het verdrag van Nice. Pas na een krachtige campagne van de Ierse regering gaven de Ieren, tot opluchting van de andere Europese regeringen, alsnog hun fiat aan een licht gewijzigde versie van ‘Nice’. Verschillende factoren spelen bij die opstelling een rol. Het behoudende nationalisme van een kleine eilandnatie, de neiging van de kiezers om gevoelens van ongenoegen over lokale kwesties te verbinden aan zulke referenda maar ook een zekere rebelsheid van de provincie tegen de hoge heren in Dublin en Brussel, die onderling de zaken met elkaar bedisselen.

Zo blijven de Ieren Europa verrassen. Geen land heeft immers de afgelopen drie decennia meer van het EU-lidmaatschap geprofiteerd dan juist Ierland. Het land, eeuwenlang een van de armste van Europa, is nu na Luxemburg het meest welvarende van de hele EU.

Michael Coyle, hoofd van de lokale Kamer van Koophandel, is vol lof over de EU. „Onze regio heeft jarenlang kunnen profiteren van de subsidies voor achtergebleven gebieden. De EU hielp bovendien de wegen verbeteren en verleende forse subsidies op regionaal vervoer en talrijke educatieve programma’s.” Ook hielp de EU via een informatiecentrum in Galway contacten leggen tussen het lokale bedrijfsleven en firma’s in de andere lidstaten, in het bijzonder in de Oost-Europese landen. Coyle weet dan ook zeker dat het overgrote deel van zijn leden voor het Verdrag van Lissabon stemt.

Eén voormalig bestuurslid van de Kamer van Koophandel zegt intussen zeker niet voor het verdrag te stemmen. De uit Galway afkomstige multimiljonair Declan Ganley is een van de gangmakers tegen ‘Lissabon’. Hij zette speciaal een stichting op, Libertas geheten, om er campagne tegen te voeren. Hij stelt dat Ierland met een ja meer aan de luimen van Brussel is overgeleverd. Het lage Ierse belastingtarief voor bedrijven van 12,5 procent, een van de pijlers waarop de Ierse welvaart rust, zou daardoor volgens hem in het gedrang kunnen komen. Iets wat de regering krachtig ontkent.

Ganley heeft in het hele land enorme hoeveelheden posters laten ophangen. Dank zij hem en enige kleinere linkse partijen, waaronder Sinn Féin, krijgt het ‘nee-kamp’ zo veel meer aandacht dan de regering en de meer gevestigde oppositiepartijen lief is.

„Ganley is echt een nieuw fenomeen”, zegt Brendan Flynn. „Hij hoort niet tot een politieke partij en maakt evenmin deel uit van een traditionele conservatieve lobbygroep zoals de katholieke kerk. Hij is seculier en conservatief. Zijn voornaamste grief betreft de belastingen en hij heeft een heel slimme campagne gevoerd door helder aan te geven waarom een nee beter is. De ja-campagne spoort de mensen aan voor het verdrag te stemmen zonder uit te leggen waarom.”

Even zag het er naar uit dat Ganley ook de boeren op zijn hand zou krijgen. Deze waren gebelgd door nieuwe voorstellen bij de Wereld Handelsorganisatie (WTO) van Peter Mandelson, Europees commissaris voor Handel. Inmiddels heeft premier Brian Cowen de boerenbonden beloofd dat hij zo nodig een veto zal uitspreken tegen voorstellen bij de WTO, die de Ierse boeren schaden. Daarop raadden de boerenleiders hun leden alsnog aan donderdag ja te stemmen.

Het zat veel boeren toch al niet lekker om tegen het EU-verdrag te stemmen. „We hebben enorm veel baat bij ons lidmaatschap van de EU”, zegt John Maher, een boer die koeien en schapen houdt ten noordoosten van Galway. „De subsidies van de EU maken vijftig procent van mijn inkomen uit.”

Of het voldoende is voor een zege van het ja-kamp is de vraag. „Het wordt, zoals wel vaker bij zulke referenda in Ierland, een nek-aan-nekrace”, voorspelt politicoloog Flynn. „Ik durf de uitslag waarachtig niet te voorspellen.”

    • Floris van Straaten