Uitsterven is natuurlijk

“Vreemdgaan levert sterk nageslacht op. Verzorgen-de grootmoeders ook.” Maarten Frankenhuis, voormalig directeur van Artis en groot natuurlief-hebber, licht natuurwetten op geheel eigen wijze toe. Op reis en in zijn nieuwe boek ‘Terug naar Afrika’.

Krab op de Galapagos eilanden. A crab is seen on the Galapagos Islands in September, 2005. The Galapagos are the Nature Channel live. Today, 97 percent of its 13 islands, 42 islets and innumerable rock formations have been declared a national park, limiting fishing to certain areas and quotas (still, 100,000 people visited last year alone). Here a lucky diver undeterred by cold waters and strong currents can enjoy a once-in a lifetime chance for a tete-a-tete with sharks and 150-year-old turtles the size of coffee tables. Photographer: Bob Hayes via Bloomberg News VIA BLOOMBERG NEWS

Met de Tanzaniaanse gids en chauffeur Harry schuift Maarten Frankenhuis aan op de grond, half onder een jeep. Ze eten er sandwiches en kipkluifjes, meegenomen op een dagje safari door het Serengeti Nationaal Park in Tanzania. Waarom met je neus pal naast de uitlaat lunchen, terwijl je kunt uitkijken over de mooiste vergezichten ter wereld? „Anders jatten de black kites het brood uit je handen”, ligt Frankenhuis lachend toe. „Zo’n zwarte wauw is een joekel van een roofvogel, razendsnel met zijn scherpe snavel en klauwen. De auto’s beschermen onze kost.” Frankenhuis geeft uitgebreid tekst en uitleg terwijl hij door zijn vakantiefoto’s bladert. Leeuwen en giraffen en eindeloze Afrikaanse vlakten komen voorbij op de laptop aan zijn keukentafel. Thuis vormen Waterlandse weilanden het uitzicht. Op de foto’s steken de grijze haren en witte armen van Frankenhuis schel af tegen de donkere huid en kroeskrullen van Harry en zijn collega’s. Frankenhuis: „Tijdens een reis vorig jaar vroegen we ons plotseling af hoe het toch kan dat ik zo wit ben en zij zo zwart. Thuis ben ik gaan onderzoeken hoe het precies zit met ons pigment.”

Maarten Frankenhuis reist zeker eens per jaar naar Afrika. Sinds zijn pensionering als directeur van de Amsterdamse dierentuin Artis in 2003, begeleidt hij samen met zijn vrouw Liesbeth natuurreizen voor kleine groepjes liefhebbers. In maart zijn ze veertien dagen op pad geweest door Tanzania. In november vertrekken ze opnieuw, dan naar het Amazonegebied en de Galápagos, de eilandengroep ten westen van Ecuador waar Charles Darwin in de negentiende eeuw het materiaal vond waarop hij zijn evolutietheorie baseerde. De geïsoleerde eilandengroep is nog altijd een bestemming voor natuurfreaks. Net als Oost-Afrika, de moederschoot van de mensheid. Daar is het Frankenhuis, oud-hoogleraar diergeneeskunde, om te doen. „In de Olduvai kloof in het Noorden van Tanzania werden in 1959 miljoenen jaren oude resten van mensachtigen gevonden. Nu is daar een museum met de fossiele erfenis van onze eerste voorouders. De omgeving is nog niet eens de mooiste in dat gebied. Maar om op de plek te zijn waar een harig wezen als eerste op twee achterbenen rechtop zijn voetstappen heeft achtergelaten, daar word ik echt emotioneel van. Telkens overkomt mij dan een groots gevoel dat ik niet kan omschrijven.”

Al decennialang verdiept Frankenhuis zich in de ontwikkeling van levende wezens in de natuur. „Ik kijk voortdurend naar gedrag. Om indruk te maken op de andere sekse gaat een heggenmus leuk zingen, een hertenbok imponeert met een machtig gewei en wij mensen hangen een gouden Rolex om. Wij streven naar materiële welstand, status, leiderschap en een prominente positie in de hiërarchie met als grootste drijfveer: voortplanting. Daar draait alles om. Wij mensen gaan daar lang mee door nadat onze voortplantingsrol is volbracht.” Fertiliteitsbiologie is een van de specialismen van Frankenhuis. „Wist je dat mensenvrouwen verreweg het langst doorleven na hun ‘vruchtbare leven’? Dat komt doordat onze kuikens de langdurigste en meest intensieve begeleiding nodig hebben. Een vrouwelijke chimpansee bijvoorbeeld wordt zo’n vijftig jaar oud en krijgt tot die hoge leeftijd kleintjes. Maar het einde van de vruchtbare leeftijd valt samen met de dood terwijl wij nog jaren meegaan na de laatste eisprong. Daardoor heeft ons nageslacht een grotere overlevingskans. Een onderzoek naar de nog traditionele leefwijze van een jager-verzamelaarvolk in Botswana, de Hatza, laat dat schitterend zien. Jonge vrouwen zijn daar zwanger, hebben een kind aan de borst en sjouwen ook nog met een ander kleintje rond. Die beperkingen belemmeren bij het verzamelen van voedsel en de mannen zijn vooral druk met man zijn en jagen. Aangetoond is dat daar de menopauzale vrouwen, dus de grootmoeders, onmisbaar zijn bij het verzamelen van voldoende voedsel.”

Zijn eigen post-penopauzale tijd brengt Maarten Frankenhuis door met studie, advieswerk en kennisoverdracht. Dat laatste deed hij altijd al als universitair docent in Utrecht en als directeur van Artis. Reizend over de Afrikaanse steppen en savannes doet hij niet anders. „Tijdens onze reis door Tanzania rijden we langs het Victoriameer, dat is tweeënhalf keer zo groot als Nederland, er zijn zelfs eb- en vloedbewegingen, fantastisch. Mijn reisgenoten zijn voornamelijk zestigplussers die enige kwaliteit eisen. Liesbeth en ik zijn gastvrouw en gastheer, na zo’n reis kun je ons opdweilen. Maar we genieten enorm. Ik vertel onderweg voortdurend over alles waar we langskomen, wat we zien en beleven. Op een ander safari beperkt een gids zich veelal tot ‘oh, kijk een leeuw’. Maar ik vertel ook over jachttechnieken, sociale organisatie onderling bij de leeuwen, over feromonen en hormonen. Ik zaag het gezelschap tot in detail door over de wordingsgeschiedenis van de mens, de spijsvertering van savannebewoners en het watermanagement van woestijndieren. Of waarom de mens vermoedelijk op twee benen is gaan lopen en hoe zijn sociale vermogens tot ontwikkeling kwamen.”

Voor Frankenhuis was het een logische stap om al zijn kennis te bundelen in een boek. Zo ontstond zijn biologische reisgids Terug naar Afrika. Hierin legt hij uit dat de bruine huidskleur van zijn Tanzaniaanse reisgezel Harry onze oorspronkelijke huidskleur is. En hoe noorderlingen dankzij ultraviolette straling via hun verbleekte huid hun vitamine-D gehalte op peil houden. Maar ook dat ezels praktisch onze enige huisdieren zijn die uit Afrika afkomstig zijn. „Ik wilde een boek schrijven dat reizigers kunnen gebruiken als aanvulling op de bestaande reisgidsen. Daarin staan meestal de hoogtepunten van een land beschreven en een lijst van hotels en restaurants. Praktisch, maar over de natuur valt weinig te lezen. Daarvoor bestaan wel weer determinatiegidsen, maar die gaan vaak erg specifiek over alleen maar vogels of plantjes.” Frankenhuis heeft beide zaken samengevoegd en toegankelijk willen maken voor de geïnteresseerde leek. Hij koos voor een anekdotische verteltrant met een hoge informatiedichtheid. Niets nieuws onder de zon, wel van alles op originele wijze met elkaar in verband gebracht en toegelicht. In ruim driehonderd pagina’s maakt de lezer de reis langs zijn eigen ontstaan vanaf de eerste micro-organismen van miljarden jaren geleden, tot de mens die wij nu zijn. Niet alleen Afrika is het decor, ook Europa, Australië en Zuid-Amerika. Uitsloverige prieelvogels en losgeslagen olifantenpubers komen net zo goed aan bod als de verzameldrang van bijzondere diersoorten van de koninklijke familie of het gebruik van neushoorntestikels door mensen die hun potentie willen verhogen.

Cultuurhistorische context is volgens Frankenhuis belangrijk en bepalend voor de manier waarop wij mensen ons hebben ontwikkeld. Daarom behandelt hij allerlei maatschappelijke kwesties en schuwt hij stevige meningen niet. Bijvoorbeeld dat vrouwen er verstandig aan doen vreemd te gaan. „Een gezond kind is belangrijker dan de opgedrongen huwelijksmoraal.” En hij wijst „fundamentalisten uit Rome, Jeruzalem en Mekka, en alle andere strengen en stijven in de leer” er met genoegen op hoe natuurlijk homoseksualiteit is gezien het homo-erotische gedrag onder vleermuizen en gorilla’s. De stellingen gaan gepaard met voorbeelden en biologische verklaringen en de nodige mitsen en maren. „Ik houd mijn gehoor graag scherp. Maar ik onderbouw mijn bevindingen zorgvuldig en zoek ook de nuance.” Emancipatie, creationisme en natuurbehoud komen aan bod. „Dit boek brengt samenhang in de omgeving. Het verbod op de olifantenjacht heeft ervoor gezorgd dat er nu wel heel veel olifanten zijn. En de jacht levert een heleboel mensen werk op waar gezinnen van kunnen leven. Uitsterven is een natuurlijk verschijnsel. Zolang er leven bestaat, zullen soorten uitsterven, dat is niet per se dramatisch. Wat mij wel zorgen baart is het huidige tempo waarin dat gaat. De mens zorgt al 10.000 jaar voor versneld en onnatuurlijk uitsterven. Maar als je stroperij in Afrika wilt bestrijden, moet je niet vergeten dat armoede, honger en traditie de hoofdrol spelen in het leven van veel mensen daar.”

Hoe zit het met de ecologische voetstap die hij zelf, samen met grote horden reizigers, jaarlijks achterlaat met vervuilende vliegreizen naar het ongerepte Afrika? „Toerisme is na de koffieteelt verreweg de grootste inkomstenbron voor landen als Kenia en Tanzania. De mensen daar hebben niet vanzelf iets met natuur. Maar als jaarlijks honderdduizenden toeristen komen kijken naar de uitbundige flora en fauna daar, moeten die dus wel een zekere geldwaarde vertegenwoordigen. Dat besef begint langzaam te komen. Dat kost wel fossiele brandstof, maar de natuur is er nog zo prachtig en ongerept bij de gratie van het toerisme. En met de opbrengsten uit de toeristenindustrie kunnen deze gebieden duurzaam beheerd worden. De toegang tot de natuurparken is trouwens zeer streng geregeld, je mag alleen op daartoe aangewezen wegen rijden. Als ik bij een Tanzaniaanse chauffeur in de auto zit en in extase raak bij het zien van een vogeltje, dan vertel ik daar een pakkend verhaal bij. Daardoor gaat hij zijn omgeving ook anders bezien.”

Maarten Frankenhuis: Terug naar Afrika. Het grote Safariboek . Uitg. Arbeiderspers (ISBN 97890295663460), 29,90 euro