Te populair

Illustratie Anki Posthumus Posthumus, Anki

Tijdens een onlangs in Amsterdam gehouden debat over de toenemende populariteit van de gymnasia werd ‘de witte vlucht’ gehekeld. Met die term wordt bedoeld het verschijnsel dat ouders de voorkeur geven aan een school buiten de eigen buurt. Die term is ooit bedacht door politici die er moeite mee hadden dat ouders niet deden wat zij wilden, maar het verschijnsel is bepaald niet nieuw. Het is in Nederland nooit ongewoon geweest als ouders, zeker waar het gaat om voortgezet onderwijs, kiezen voor een school ver buiten de eigen buurt. Dat deden ze al toen de term allochtoon nog moest worden uitgevonden. Inmiddels zijn ook veel allochtone ouders vertrouwd geraakt met deze mogelijkheid. De vlucht is dan ook niet kleurbepaald maar afhankelijk van de vraag in hoeverre ouders kritisch te werk gaan bij de keuze van een school. Ik vind het misselijk dit te duiden als vlucht, omdat die term de impliciete beschuldiging in zich draagt dat mensen ergens voor weglopen. Als ik de voorkeur geef aan een restaurant buiten mijn eigen buurt ben ik toch ook niet aan het vluchten.

Tijdens dat debat in Amsterdam trad Zeki Arslan van multicultureel platform Forum volgens een verslag in deze krant op als ‘ambassadeur’ van staatssecretaris Sharon Dijksma. Arslan toonde zich tegenstander van meer categoriale gymnasia, want, zo zei hij, “kansrijke kinderen moeten kansarme kinderen omhoog trekken”. Wat dat ambassadeurschap inhoudt weet ik niet, maar ik ga er van uit dat onze staatssecretaris van onderwijs hem deze boodschap had meegegeven.

Die opvatting over de verantwoordelijkheid van de kansrijken is kenmerkend voor het denken van al die politici die nooit verder zijn gekomen dan de sjablonen van de jaren zeventig. Zij schijnen niet te begrijpen dat ouders bij de keuze van een school maar één belang voor ogen hebben: dat van hun kind. Daar is hun keuze op gebaseerd en niet op het omhoog trekken van kansarme kinderen. Dat is een taak van de politiek. Overigens, zo heeft de ervaring mij geleerd, begrijpen veel politici dat best als het gaat om hun eigen kinderen, maar met die schizofrenie valt blijkbaar best te leven.

Veel ouders geven de voorkeur aan het gymnasium vanwege de kleinschaligheid, de kwaliteit van het onderwijs, de bevlogen leraren en het feit dat de leerlingen gemotiveerd zijn en hetzelfde niveau hebben. In die volgorde, zo blijkt uit door het Praediniusgymnasium in Groningen verzamelde gegevens. Als u vervolgens kijkt naar wat de politiek de afgelopen jaren heeft gedaan, namelijk kleine scholen opheffen en de rest fuseren tot brede scholengemeenschappen en vmbo, blijkt dat precies het tegengestelde te zijn van wat ouders willen. De meeste gymnasia hebben zich na felle strijd en dankzij invloedrijke ouders aan die ontwikkeling kunnen onttrekken, en nu de populariteit van dit schooltype de pan uitrijst, is het antwoord van de politiek niet de kleinschaligheid terugbrengen en scholen weer een duidelijk eigen gezicht geven, maar worden de ouders opgezadeld met de morele plicht hun schoolkeuze aan te passen aan het gevoerde beleid.

Ik begrijp overigens best dat het zuur is voor scholen als hun gymnasiumafdeling wegkwijnt. Hetzelfde zien we overigens bij scholen voor vmbo. Ook die worden afgeroomd doordat ouders de voorkeur geven aan een categoriale mavo of een mavo die deel uitmaakt van een havo-vwo-school.

Het streven dient erop te zijn gericht om alle scholen voor leerlingen van alle niveaus aantrekkelijk te maken. De populariteit van bepaalde typen scholen kan dan ook nooit een probleem zijn, maar dient te worden gezien als een signaal in welke richting het aanbod zich moet ontwikkelen.

Leo Prick

lgm.prick@worldonline.nl