Staat is debet aan crisis in streekvervoer

Het ingrijpende arbeidsconflict tussen buschauffeurs en hun werkgevers is voor een groot deel veroorzaakt door de rijksoverheid.

De halfslachtige manier waarop het streekvervoer is geliberaliseerd is een belangrijke oorzaak van de huidige impasse en zal ook zo snel mogelijk door Den Haag moeten worden opgelost. Dat stelt senator Klaas de Vries (PvdA) die in opdracht van de werkgevers en werknemers een analyse maakte van de situatie in het streekvervoer. Afgelopen week werd in het streekvervoer gestaakt na onenigheid over een nieuwe collectieve arbeidsovereenkomst.

De Vries zegt dat de provincies tegenwoordig weliswaar toezien op het streekvervoer en via concessies het openbaar vervoer aanbesteden, maar dat het Rijk nog altijd grote invloed heeft. Het Rijk bepaalt de regelgeving, stelt het tarief van de strippenkaart vast en betaalt de meeste kosten van het openbaar vervoer via de provincies. Tot nu toe heeft staatssecretaris Tineke Huizinga (Verkeer, CU) laten weten dat zij geen rol voor zichzelf ziet in het conflict.

„Het is een verkeerde opvatting van de regering als zij zegt: hier hebben we niets mee te maken. Want de regering heeft er aan alle kanten mee te maken”, zei De Vries gistermiddag. Volgens de senator is er een „rampzalige situatie” ontstaan, vooral door onbetrouwbaarheid van de overheid. Het kabinet besloot in het regeerakkoord te bezuinigen op de belangrijkste pot waaruit provincies het streekvervoer betalen. Daarnaast werd een afgesproken tariefverhoging van de strippenkaart gematigd. De Vries spreekt van willekeur en schendingen van afspraken.

Staatssecretaris Huizinga liet gisteravond weten dat extra geld van het Rijk ongeoorloofde staatssteun zou zijn. Het streekvervoerbeleid komt volgens haar democratisch tot stand en daar „kan uiteraard over gediscussieerd worden”. Werkgevers en werknemers in het streekvervoer zijn verheugd over de analyse van De Vries.

Eisen stellen: pagina 3