Slob getergd door vele kritiek op CU

Arie Slob, fractievoorzitter van de ChristenUnie in de Tweede Kamer, is `,,diep geraakt” door de stortvloed van „venijn” en „woede” die over zijn partij werd uitgestort, nadat partijleider André Rouvoet vorige week een verruiming van de mogelijkheden voor embryoselectie blokkeerde. „Kennelijk mag je vanuit allerlei invalshoeken politiek bedrijven, maar niet vanuit de christelijke religie”,aldus Slob in een vraaggesprek met deze krant.

De politicus heeft zich met name geërgerd aan columns en brieven waarin zijn partij werd beticht van fanatisme of fundamentalisme. Hij noemt die van een gynaecoloog in deze krant ,,die zegt dat Rouvoet zijn gelijk haalt over de ruggen van vrouwen met kanker. Je moet het lef maar hebben.”

Over Els Borst (voormalig minister van Volksgezondheid, D66), die zijn partij beticht van arrogantie zegt Slob: ,,Het eerste dat ik dan denk is: was Borst niet die vrouw die in 2001 zei ‘Het is volbracht’, toen ze klaar was met de Euthanasiewet? En dan zegt ze dat wíj de Tweede Kamer als missiepost gebruiken.” Slob benadrukt dat de ChristenUnie volwaardig deel uitmaakt van de huidige coalitie. ,,Het enige dat wij doen, is een meerderheid voor ons standpunt proberen te vinden binnen de ruimte die de rechtsstaat daarvoor biedt.”

Partijvoorzitter Peter Blokhuis van de ChristenUnie noemde de situatie rond de embryoselectie gisteravond „buitengewoon moeilijk”. Vicepremier Wouter Bos (PvdA) zei na afloop van de ministerraad dat het kabinet voor de zomer met een nieuwe brief komt over de politiek gevoelige kwestie.

Volgens de geneticus en emeritus hoogleraar Hans Galjaard moet het kabinet zelf geen beslissing nemen over embryoselectie voor specifieke ziektes, zoals borst- of darmkanker. Galjaard: „Leg de besluitvorming terug waar zij hoort: bij de dokter en bij de patiënt. Ik vindt dat het kabinet moet beseffen dat het een heel grote stap maakt. De brief van Bussemaker [staatssecretaris van VWS, PvdA] is veel te detaillistisch.”

Slob: Zaterdag &cetera, pagina 4

Interview Galjaard: pagina 43