‘Politiek moet zich meer met ruimte bemoeien’

De dichter en schrijver Willem van Toorn hekelt kitscherige nieuwbouw-wijken, protserige recreatieparken en holle winkelcentra. Op Poetry gaat hij de discussie aan.

W. van Toorn Foto Roger Cremers Nederland, Amsterdam, 17-02-2006 Willem van Toorn (Amsterdam, 4 november 1935) woont te Amsterdam en is dichter, proza•st, essayist, vertaler en bloemlezer. Hij werkte als chemisch analist, onderwijzer en als redacteur bij een uitgeverij. PHOTO AND COPYRIGHT ROGER CREMERS Cremers, Roger

„Het landschap is gebanaliseerd”, constateert Willem van Toorn. De Amsterdamse dichter en schrijver maakt zich al jaren kwaad over de ruimtelijke inrichting van Nederland. Vorig jaar schreef hij een pamflet, Projekt Nederland, waarin hij tekeer gaat tegen kitscherige nieuwbouwwijken, nietszeggende bedrijventerreinen, protserige recreatieparken en holle winkelcentra. Op Poetry International wordt morgenavond met onder anderen Willem van Toorn en minister Cramer (Ruimtelijke Ordening, PvdA) over de kwestie gedebatteerd.

Wat gaat u in de strijd tegen de lelijkheid het meest aan het hart?

„Dat we de ruimtelijke inrichting aan de vrije markt hebben overgelaten. Kok heeft met zijn kabinetten de idee van de terugtredende overheid geformuleerd. Balkenende heeft die trend drastisch versneld. De Nota Ruimte van zijn vorige kabinet had als uitgangspunt ‘ruimte voor economische groei’. Dat is op z’n zachtst gezegd curieus.”

De politiek moet zich meer met de ruimte bemoeien?

„De overheid hoeft zich niet overal mee te bemoeien. We hoeven geen stalinistisch geleide inrichting van het land. Maar je zou wel kunnen afspreken dat het rijk in principe strenge regels hanteert, om pas daarna gul te worden. De vrije markt is niet te vertrouwen.”

Maar er is toch toezicht op de vrije markt?

„Er is toezicht, bijvoorbeeld van provincies. Maar daarbij heeft men afstand gedaan van regels, normen en waarden, uit angst om voor schoolmeester of moralist te worden aangezien. Dit alles onder de onzinnige doctrine dat we hier in het westen krankzinnig moeten groeien om de concurrentie met landen als China te kunnen blijven volhouden. In werkelijkheid zou versobering meer op z’n plaats zijn. Als we ons tevreden zouden stellen met het niveau van welvaart van, zeg, de jaren tachtig, dan zouden we in één klap bijvoorbeeld in onderwijs of zorg kunnen investeren. Den Uyl is geloof ik de laatste geweest die tegen de Nederlanders heeft kunnen zeggen dat zij op zondag af en toe geen auto mochten rijden, en dat Nederlanders dat daadwerkelijk ook niet deden. ”

Het vorige kabinet heeft nationale landschappen aangewezen. Een goede maatregel, wellicht?

„Ach, dat zijn schaamlappen voor het gebrek aan toezicht op het landschap als geheel. Het is net zoiets als nieuwe natuur aanleggen. Eerst tasten we het landschap aan, en daarna brengen we het zogenaamd weer in de oude staat door quasi historische kastelen neer te zetten, en zelfs gebouwen op bedrijventerreinen die als een Griekse tempel zijn opgetrokken. Ik ben niet tegen retrobouw, maar wel tegen de massaliteit daarvan zoals de bouw van tien kastelen op een landgoed in Den Bosch, of een quasihistorische wijk in Helmond met vele honderden huizen.”

Zijn er ook goede voorbeelden?

„Ik vind dat Amsterdam het niet slecht doet. Er wordt hier mooi gebouwd, bijvoorbeeld langs de IJ-oevers. Maar als ik van Amsterdam naar Utrecht rijd, dan lijkt dat wel de maan. Eerst die recreatiewoningen bij Vinkenveen die eruit zien als hondenhokken, en daarna overal opgespoten land en bedrijventerreinen.”

Het is natuurlijk allemaal een kwestie van geld verdienen.

„Projectontwikkelaars zien ergens brood in, verdienen geld, en daarna bekommeren ze zich niet meer om het landschap dat ze hebben veranderd. Intussen gaat de ruimte verloren. En iedereen heeft een belang, dat is een probleem. Ik word vaak uitgenodigd om mijn bezwaren toe te lichten. En ze geven me allemaal gelijk. De rijksbouwmeester. De projectontwikkelaar. De architect. Maar er ligt ook een kussen van behoedzaamheid over mijn gelijk. Want ze hebben allemaal een hypotheek en een boot. En ze hebben ook vaak, net als ik, een tweede huis in Frankrijk. Want daar is nog ruimte. Daar is de vinger van de projectontwikkelaar nog niet overheen gegaan. Daar zie je het landschap van je grootouders.”

Ziet straks heel Europa eruit zoals Nederland?

„Als we ons niet bewust worden van de aantasting van het landschap wel. Ik was laatst in Zuid-Italië, in een dorp dat ik goed ken. Opeens zie ik daar windmolens staan op een berg waar sinds de Romeinen bij wijze van spreken niemand meer is geweest. Blijken boeren 50.000 euro voor een windmolen op hun grond te krijgen. Een bedrag dat ze op andere wijze nooit zouden verdienen.”